Hoe groen is jou gras
Filter op onderwerp:
 

Hoe staat het met jouw houdbaarheid binnen de organisatie?

17-10-2018

Pechtold was misschien al te laat. Maar hoe staat het met jouw houdbaarheid binnen de organisatie? Heb jij er nog zin in? Word je nog bij de juiste zaken betrokken? Voegt jouw ervaring nu nog wat toe aan jouw aantrekkelijkheid op de arbeidsmarkt? Test jezelf nu! Doe de Check-up over jij en je werk.

Lees verder
 

Ambivalente ambities van én voor vrouwen

09-10-2018

Roep niet te snel “nee”. Misschien moet je gewoon maar wél koersen op een functie in de RvB of de ministerraad.

Sinds 2017 is het aandeel vrouwen in de tweede Kamer behoorlijk gedaald; van 60 naar 49. Dat is 32%. Van de 16 ministers zijn er nu 6 vrouw. Een vrouwelijke minister president had Nederland nog nooit. Ook in het bedrijfsleven zien we een neergaande trend: in de top van organisatie is het aandeel vrouwen het afgelopen jaar gedaald van 8 naar 6%.

Deze column gaat over ambivalente ambities. Van vrouwen zelf: hun neiging om vaker dan mannen te denken dat ze nog niet toe zijn aan een volgende stap, er niet geschikt voor zijn. En de ambivalentie van beslissers: die vóór meer vrouwen in de top zijn, maar zelf helaas geen geschikte vrouwen kennen.

Kinderen van onze tijd: Swiebertje en de huishoudster

We hebben allemaal een beeld van onze kwaliteiten, mogelijkheden en verlangens. Een beeld dat voor een belangrijk gedeelte  gevormd wordt door allerlei onbewuste invloeden. Hele generatie potentiële topvrouwen en beslissers over hun aanstelling keken naar Swiebertje en zagen de Swiebertje en de burgemeester die beide nooit een kopje afwasten en natuurlijk, die huishoudster die dat opgewekt voor haar rekening nam. Ze hadden moeders die zelden een echte carrière hadden en zaten op een school waar hoogstwaarschijnlijk de jongens andere complimenten kregen dan de meisjes. Elke avond zien we voornamelijk mannelijke experts die de wereld van commentaar voorzien en zien we in het journaal vaak een podium vol mannelijke wereldleiders. En mijn ervaring heeft me geleerd dat de  meeste mannelijke leden van de RvB  vrouwen hebben die hun werk allang hebben opgegeven, omdat dat niet te combineren bleek. Dat alles is bepalend voor ons (zelf) oordeel.

Een zichzelf versterkende knoop

Als kinderen van onze tijd oordelen we over onszelf en over de mogelijkheden van anderen. Het ontbreekt ons aan het voorstellingsvermogen van onszelf of van jou als vrouw, als krachtig leider. Het is een zichzelf versterkende knoop, vrouwen hebben in het algemeen minder vertrouwen in zichzelf en beslissers (m/v) worden onrustig van dat gebrek aan zelfvertrouwen dat toch al aansluit op hun eigen scepsis. Dat proces speelt zich niet alleen aan de top af, maar ook op middenmanagement, waar je bij voorbeeld in scholen vol vrouwelijke leerkrachten opvallend vaak een mannelijke schoolleider ziet.

Buiten de arena

Meisjes en vrouwen kiezen met hun hoge opleidingen vaak voor functies buiten de politieke of management arena: ze worden arts, rechter, beleidsmedewerker. Natuurlijk is daar niets mis mee, maar wel als ongemerkt bijna alle vrouwen deze keuze maken. En er te weinig vrouwen meesturen en dus ook meebeslissen wie er nog meer mee mogen sturen. Allerlei onderzoek wijst uit dat er een zekere massa nodig is om gehoord te worden en de regels te kunnen veranderen. Veel vrouwen die nu doorgroeien worden extra kritisch beoordeeld en bij problemen zal expliciet vermeld worden dat zij vrouw zijn. Zoals dat natuurlijk nooit bij mannen gebeurt.

Maar (een beetje meer) die arena, dat past sommige vrouwen ook wél

Helder is dat je je niet te snel uit het veld moet laten slaan door kritiek, dat je een beetje eelt op je ziel hebt  en bereid bent de competitie soms aan te gaan.  Of bereid bent te onderzoeken of je ertegen kunt dat je extra kritisch bekeken zult worden. Omdat je gehoord wilt worden, impact wilt hebben of je kinderen wilt laten zien dat de wereld niet alleen door mannen bepaald wordt. Het gaat om taaie, eigenzinnige vrouwen, die hun talenten willen benutten en niet aan de kant geschoven willen worden. Ook als je geen minister president of bestuursvoorzitter wilt worden (je dat nu iig denkt), kun je jezelf voornemen meer te experimenteren. Jezelf voor te nemen je hand op te steken als er een rol te vergeven is die spannend is. Uit te spreken wat je ambities zijn en groter te denken dan je gewend was te doen.

Voor vrouwen die het experiment willen aangaan twee tips: 

  • Voel een beetje minder. Realiseer je dat je beïnvloed bent door allerlei beelden en boodschappen. Dat jouw ambivalentie misschien ook samen hangt met angst om niet goed genoeg te zijn. Dat luisteren naar je gevoel je vaak niet in de experimentele stand zet. Dat bij elke keuze de overweging om vooral te sturen op uitproberen en het benutten van je kwaliteiten, je weer een beetje groeit in zelfvertrouwen en lef. Misschien is die politieke arena wel niet jouw ding, maar kun je niet iets dichterbij komen om het uit te proberen?
  • Luister een beetje minder. Realiseer je dat jouw omgeving ook bestaat uit kinderen van hun tijd en dat ze zich vaak totaal niet bewust van hun eigen gekleurde blik. Ze zijn heel erg voor meer vrouwen die doorstromen, maar sjee, jij bent wel erg snel, je  bent er gewoon nog niet aan toe. Als je wilt sturen zul je waarschijnlijk vaker kritiek moeten incasseren, tegen adviezen in moeten gaan.

Tenslotte:

Het boek dat Wouters schreef over vrouwen in de politiek: ’De Zijkant van de macht. Waarom politiek te belangrijk is om aan mannen over te laten’, staat vol tips. Voor wie ambitie heeft: lezen! Het zou wel helpen als de volgende minister president nu eens gewoon een vrouw was. 

Lees verder
 

Ben jij introverter dan je baan is?

25-09-2018

Extraversie is de norm geworden: van de aan elkaar geschoven tafeltjes op de basisschool, via werkgroepjes in het hoger onderwijs, naar de kantoortuinen, zo schrijft Susan Cain in het boek “Stil”. Voor veel functies moet je beschikken over teamspirit, jezelf kunnen profileren, kunnen netwerken en snel kunnen schakelen tussen taken. Dat past niet iedereen: bijna de helft van de mensen is meer introvert. Een al te extraverte functie kan dan gaan knellen en je uitputten. In dit artikel kun je jezelf scoren in het spectrum introversie en extraversie en krijg je meer zicht op hoe je kunt sturen in je werk.

Test: ben jij meer introvert of extravert? 

  • Ik houd van werk dat me de kans biedt erin te duiken, zonder veel onderbrekingen/ik wil vooral leven en afwisseling in mijn werkdag.
  • Ik vind het makkelijker schriftelijk mijn ideeën te verwoorden dan mondeling/ik ben mondeling op mijn best.
  • Ik krijg vaak te horen dat ik goed kan luisteren/ ik hou ervan anderen te entertainen en te inspireren of gewoon te kletsen.
  • Als ik wil bijtanken na een vermoeiende dag, doe ik iets alleen/ heb ik behoefte aan gezelschap.
  • Ik krijg mijn ideeën vooral door zelf eens even rustig te zitten/door met anderen in gesprek te gaan.
  • Ik functioneer het beste als ik zelfstandig kan werken/als ik in een team werk.
  • Ik denk vaak na voordat ik iets zeg, reageer vaak wat secundair/ik uit me gemakkelijk en direct.
  • Ik kan me gemakkelijk concentreren op een taak/ik ben op mijn best als ik veel variatie en leven om mij heen ervaar.
  • Ik zie op tegen een groepsweekend, ook met heel gezellige mensen/ik voel mij als een vis in het water tijdens een groepsweekend.
  • Als lesvorm prefereer ik colleges boven werkgroepen/ik kan me lastig concentreren tijdens een hoorcollege of lezing.
  • Mijn verjaardag vier ik het liefst in klein gezelschap/ik hou ervan te feesten en in het middelpunt te staan.
  • Ik praat graag diepgaand over zaken en voel me minder prettig bij borrelpraat/ik hou van de gezelligheid van snelle, losse gesprekjes.
  • Tijdens een netwerkbijeenkomst moet ik me er echt toe zetten met anderen in gesprek te gaan/ het contact leggen met anderen gaat mij gemakkelijk af.
  • Scoor de antwoorden als volgt; scoor een 1 voor het zinsdeel waar je een sterke voorkeur voor hebt. Scoor een halve punt waarbij je niet zo een uitgesproken voorkeur hebt en een 0 wat niet bij je past, Op een schaal van 1-13 waar bevind jij je je dan; links (extravert) of helemaal rechts (introvert) of meer in het midden, en waar neig je dan het meest naar?

    Introvert en extravert in het kort: 
    Introverten hebben behoefte aan stilte, niet te veel prikkels, klein gezelschap, zelfstandig werken en concentratie op inhoudelijk uitdagend werk. Het werk zonder al te veel druk en onderbrekingen uit te voeren.
    Extraverten hebben behoefte aan meer prikkels, veel interactie, meer variatie en dynamiek. Voor extraverten zijn de collega’s vaak minstens zo belangrijk als de inhoud van het werk. Ze praten graag.

    Een verlegen extravert of een niet verlegen introvert? 
    De termen verlegen en introvert worden nog weleens door elkaar gehaald, terwijl er een wezenlijk verschil is. Introverten hebben een voorkeur voor een omgeving die niet te prikkelend is. Verlegen mensen zijn bang voor afkeuring of vernedering. Zo kan een acteur graag op het podium staan, zijn verhaal willen vertellen, maar ook veel angst hebben om te mislukken (een verlegen extravert). Of een persoon wil graag op zichzelf zijn, maar heeft er tegelijkertijd weinig moeite mee wat anderen van hem/haar zouden kunnen denken (een niet verlegen introvert).

    Je natuurlijke grenzen oprekken kan prima werken
    Je bent nooit helemaal introvert of extravert. Je omgeving is van invloed: in het ene gezelschap of situatie ben je mogelijk veel extraverter dan in het andere gezelschap. Onderzoekers hebben het over vaste en vrije persoonlijkheidskenmerken, die naast elkaar bestaan. Je hebt een soort vaste basis, maar een flink deel van hoe je bent is ook afhankelijk van de omstandigheden. Introverte mensen kunnen zich als extraverte mensen gedragen als ze het belangrijk vinden. Zo kan een introverte onderzoeker fanatiek op zoek gaan naar sponsoren om zijn onderzoek gefinancierd te krijgen. Je kunt een zekere mate van extraversie spelen en dat kan prima werken. Je kunt daarmee je natuurlijke grenzen oprekken. Van belang is dat je er zelf voor kiest om extravert gedrag te vertonen dan je eigen is, dat je het als zinvol en niet onnodig belastend ervaart. Als je onder druk van je manager moet gaan netwerken of in een team moet werken, zal het al snel gaan knellen.

    Jouw introverte kwaliteiten optimaal benutten
    Van belang is dat je ongeveer weet hoe introvert/extravert jij eigenlijk bent. Soms is het moeilijk te achterhalen, omdat je je hebt aangepast aan de situatie. Mogelijk voel je je meer vermoeid en ben je minder succesvol omdat de fit met je werk niet helemaal goed is, maar heb je er nog nooit op die manier naar gekeken. Door eens stil te staan bij wat je als kind het liefst deed bijvoorbeeld, zie ook het artikel van vier weken geleden: ‘Op zoek naar de ideale baan? Luister eens naar het kind in jezelf’, kun je wellicht jouw natuurlijke behoefte wat scherper krijgen. Dat kan je helpen te sturen naar een rol of baan die het beste bij je past. Niet die functie waar je constant gestoord wordt door de telefoon en je telkens nieuwe prioriteiten hebt, maar een rol als onderzoeker of beleidsmedewerker met meer ruimte om geconcentreerd zaken af te maken of meer thuis te werken.

    Maar er is ook speelruimte: als het nuttig voelt en je het niet als onnodig belastend ervaart, kan ook een introvert behoorlijk extravert opereren. Kortom, ga duurzaam met jezelf om: onderzoek of jij niet langzaam overprikkeld raakt of te veel aangesproken wordt op kwaliteiten waarover je juist niet beschikt. Als je introvert bent heb je een organisatie veel te bieden: zo kun je vaak beter delegeren, benut je de kwaliteiten en ideeën van anderen beter, neem je minder overhaaste beslissingen en maak je meer zaken af. In deze samenleving waar extraversie de norm is, is het wel vaak even zoeken naar de juiste plek, jouw vruchtbare aarde. Gun jezelf die tijd en laat zo de anderen van jouw kwaliteiten meeprofiteren.

    Voor dit artikel heb ik gebruik gemaakt van het boek Stil van Susan Cain.

    Lees verder
     

    Uitgekeken op je baan? Zoek een hobby!

    11-09-2018

    Eigenlijk zou je veel creatiever bezig willen zijn, die talenten in jezelf benutten. Veel meer willen lachen, willen werken met inspirerende collega’s. Of werk doen dat nuttig voelt, waarmee je echt iets doet voor de maatschappij. Op zoek naar een nieuwe baan dus. Of toch maar niet?

    Op zoek naar werk dat niet als werk voelt
    Veel coaches sturen aan op het zoeken naar werk waarin je je passie kwijt kunt en naar werk dat niet als werk voelt. Ik denkt dat je baan daarmee te belangrijk gemaakt wordt, alsof het de enige manier is om nuttige dingen te doen, gewaardeerd te worden, inspirerende mensen te ontmoeten. Juist met meer realistische verwachtingen heb je meer kans om bevredigend werk te hebben. Over realisme, en meer precies bijsturen gaat deze column.

    Toetjeswinkel
    Regelmatig kom ik mensen in mijn praktijk tegen die het roer hebben omgegooid. Ze zijn gestart met hun toetjeswinkel, werken bij een NGO, zijn directeur geworden van een klein theatergezelschap of werken als lifecoach. Ze komen bij ons omdat ze toch niet happy zijn met hun overstap.

    Een meer realistische kijk
    Ze hebben meestal een aantal ontdekkingen gedaan:

    • Elke baan is een packagedeal met leuke en minder leuke elementen, waarbij bovendien de stelling vaak opgaat: hoe populairder de baan, hoe slechter de arbeidsvoorwaarden.
    • Je onderschat vaak de behoeften die nu bevredigd worden, zoals dat je niet alle administratie/commercie zelf hoeft te doen, dat je betrokken wordt bij complexe vraagstukken, dat je ‘s avonds vrij bent.
    • De inhoud van een baan is niet alles; er zijn veel meer behoeften. Je passie volgen is soms wel heel veel van hetzelfde.

    Ze hebben in feite te rigoureus bijgestuurd. Als je het roer omgooit met te weinig zicht op wat je nu echt belangrijk vindt en je bovendien nog niet goed weet hoe je droombaan er in de praktijk uitziet, loop je dat risico.

    Sturen met meer precisie
    Vaak, zeker niet altijd, kun je dus beter een klein beetje bijsturen in plaats van het roer om te gooien. Het gaat om banen die ok zijn, maar waarin je iets mist. Het is helder dat als je een baan hebt, waarvan je ongelukkig wordt, je waarschijnlijk beter een overstap naar ander werk kunt maken. Maar we moeten niet onderschatten wat verwachtingen met ons doen. Lezend in een boek over passievol werk, kom je misschien tot de conclusie dat je eigen werk daar maar flets tegen afsteekt. Terwijl ik aan de andere kant ook veel cliënten ken, die na een wat grondiger onderzoek van hun potentiële droombanen, zich oprecht veel tevredener kunnen voelen met hun huidige werk. Maar hoe je ook stuurt, je hebt eerst meer zicht nodig op je werkelijke behoeftes. Waar gaat het je nu om? Wat mis je nu?

    Maak je eigen palet
    Als je precies weet wat je mist (bijvoorbeeld door de test te doen, die je via het onderstaande emailadres kunt aanvragen) heb je een startpunt. Zorg dat je scherp hebt, waar het je om gaat. In sommige gevallen kun je sturen in je werk (een andere rol, deelname aan een project, een bepaalde taak, volgen van een cursus, werken op een andere locatie) en in andere gevallen is het gemakkelijker om te sturen op zaken buiten je werk. Je hoeft niet alles uit die ene baan te halen. Je kunt je eigen palet maken en investeren in een richting die mogelijk de leemtes in je behoeften aanvullen. Je wilt weer iets nieuws, weer leren, nieuwe mensen ontmoeten, meer lachen, intelligente gesprekken voeren, meer waardering, zinvol bezig zijn voor de samenleving. Denk aan:

    • Een bijbaan als docent (regulier onderwijs, maar denk ook aan bijles of aan een particulier instituut) of in de horeca. Of doe een cursus binnenhuisarchitectuur en start naast je baan je eigen adviesbureau. (en ga een dag minder werken in je huidige baan).
    • Vrijwilligerswerk als sportcoach in het team van je kind, als maatje voor vluchtelingen of als gastvrouw/-man in een ziekenhuis.
    • Ga in een bestuur, van school of zoek iets waar je wat mee hebt.
    • Leer een instrument te bespelen of (als je dat al kunt) zoek een bandje.
    • Volg cursussen kunstgeschiedenis, filosofie of architectuur vanuit het aanbod in de dagbladen of onderzoek het aanbod volwassenonderwijs aan de universiteit of het aanbod kunst- en cultuuropleidingen in je gemeente.
    • Pak je oude teamsport weer op, train voor de halve marathon of sluit je aan bij een toneelgezelschap.
    • Er zijn enorm veel mogelijkheden en je zult er zelf vast ook nog vele kennen, als je er eens voor gaat zitten. Het kan zomaar zo zijn dat die cursus of bijbaan het belang van inspirerende collega’s of meer waardering veel minder groot maakt. Dat je baan weer prima is, als onderdeel van het geheel van bezigheden in je leven.

      Blijven bijsturen
      Als je bewust stuurt op je behoeftes, betekent dat nog niet dat het altijd goed uitpakt. Je kunt in een (op papier) geweldige vrijwilligersbaan terecht komen, maar toch niet vinden wat je zoekt omdat je te maken hebt met een gebrekkige organisatie of een vervelende manager. Of ontdekken dat dit type organisaties je toch niet helemaal past.

      Kortom, trek niet te snel de conclusie dat vrijwilligerswerk of een nieuwe hobby je ook niet gaat brengen wat je zoekt. Probeer uit, zoek verder met meer inzicht als het niet past en stuur regelmatig bij. Je behoeften veranderen en organisaties waaraan je verbonden bent veranderen. Zie hoe je aan de knoppen kunt (blijven) draaien.

      Blijf ondertussen ook alert op hoe je je voelt in je werk: als je inboet aan zelfvertrouwen, je positie op de arbeidsmarkt steeds minder sterk wordt of je met tegenzin naar je werk gaat, is het ook nodig je mogelijkheden voor een nieuwe baan te verkennen. Even bijkomen en weer nieuwe energie krijgen via je hobby is een prima plan, maar het mag niet je schuilplaats worden.

      Jezelf testen? 
      Uitzoeken wat jij nu precies mist? Stuur dan een korte mail naar esterdebruine@loopbaanonderhoudsgroep.nl met de vraag of je de test kunt doen, dan stuur ik je de test toe.

    Lees verder
     

    Op zoek naar de ideale baan? Luister eens naar het kind in jezelf

    28-08-2018

    Of het nu om je eerste baan gaat of een nieuwe baan op je vijftigste, het kan een goed moment zijn om eens stil te staan bij wat voor werk er bij je past. Het liefst heb je een baan die, zonder te gemakkelijk (en dus saai) te zijn, je natuurlijk afgaat. In dit artikel help ik je de juiste vragen te stellen om meer zicht te krijgen op welke verlangens en mogelijkheden je in aanleg hebt meegekregen. Dit zijn natuurlijk niet de enige vragen die je jezelf moet stellen.

    In het artikel van 31 juli: ‘Je hart volgen bij het maken van een loopbaankeuze? Niet doen!’ heb ik juist nadruk gelegd op het belang van sturen naar een niet al te volle vijver. De titel was wat provocerend bedoeld: het ging erom dat je niet alleen maar je hart moet volgen. Op dat artikel kwamen nogal wat reacties, in positieve en negatieve zin. Mooi! Daarom nu als tegenhanger: kijk eens rustig naar binnen, naar wat er altijd al was. Misschien helpt deze blik je om een baan te vinden waarin je vaker het gevoel ervaart dat het vanzelf gaat, de tijd vergeet, je in een ‘flow ”werkt.

    Vraag 1: Wat deed je graag als kind?
    Zonder te suggereren dat het altijd en bij iedereen klopt: als kind waren er minder invloeden die ons gedrag bepaalden. We waren niet bezig met de vraag of hetgeen we deden hip was of interessant. Of dat we er geld mee zouden kunnen verdienen. In de loop der jaren heb ik mijn cliënten vaak gevraagd ook eens stil te staan bij wat ze als kind het liefst deden. Dat leverde vaak een verrassende rode draad op met betrekking tot hun verlangens. Enthousiaste Lego-ers die nog steeds houden van dingen creëren. Fanatieke boekenlezers die nog steeds de behoefte hebben om regelmatig zich echt te verdiepen in nieuwe materie, om niet afgeleid te worden. Zelf ben ik ook een typisch voorbeeld van later doen wat je vroeger al deed: ik maakte regelmatig boekjes met zelfgeschreven verhalen.

    Vraag 2: Welke behoeften zaten daarachter?
    Het is wel belangrijk om een vertaalslag te maken naar de achterliggende behoeftes. Je hoeft niet persé een professionele voetballoopbaan te ambiëren, als voetbal vroeger jouw grote hobby was. Of kunstenaar als je vroeger graag tekende. Was het vooral het bewegen dat voetballen voor jou leuk maakte, of was het team het fijnste van die hobby? Of was je competitief ingesteld en bood voetbal je steeds weer de uitdaging van het kunnen winnen?

    Vraag 3: Speelde je graag alleen of was je vooral met vriendjes in de weer?
    Was je een kind dat het geweldig vond om met z’n allen op kamp te gaan, het liefst altijd met anderen was en zelf op zoek ging naar gezelschap in de vakantie? Of vond je het juist fijn om meer alleen te zijn: te lezen of knutselen, had je bepaalde hobby’s die je vooral alleen deed? Was je altijd al meer een luisteraar dan een prater? Kortom: was je van nature meer introvert of extravert?

    De vertaalslag naar nu
    Natuurlijk zijn er allemaal nieuwe invloeden op je pad gekomen en ben je niet meer het jongetje of meisje dat je was, maar misschien ben je daar ook wel wat te ver vanaf gedreven. Suzan Caine beschrijft in haar boek “Stil” mooi hoe de hele maatschappij vooral het extraverte waardeert en het hele schoolsysteem erop gericht is ons socialer te maken. Werken in groepjes tafels in plaats van in rijtjes en in vervolgopleidingen ook veel in werkgroepen. Misschien ben je daardoor vergeten hoe goed je eigenlijk bent als je alleen werkt. Maar wellicht heb je ook juist wel meer behoefte aan teamwerk of mis je dat je je met één onderwerp langdurig kunt bezig houden. Of gedij je niet goed in een weinig resultaatgerichte, trage omgeving en heb je tempo en competitie nodig. Het vinden van jouw vruchtbare aarde is van wezenlijk belang: in de vele outplacementtrajecten die ik begeleid heb, zag ik vaak hoe mensen somber, vermoeid en met maar weinig zelfvertrouwen starten, om in een nieuwe baan weer helemaal op te bloeien, omdat ze daar veel beter tot hun recht kwamen. Kortom; jezelf kennen en serieus nemen in het zoeken van de juiste baan of in het bijsturen in je huidige baan kan veel opleveren. Luister daarom weer eens naar het onbedorven kind in jou!

    Lees verder
     

    Voorbeeld: Heleen: Het probleem is dat de financiële resultaten van het team achterblijven

    14-08-2018

    Verhelderen van de veranderbehoefte: hoe is dat precies een probleem?

    1. Je gewenste toestand: Stel dat je goede bezig bent met deze aanpak, waaraan zou je dat merken?
    2. Benutten wat er is: wat gaat er nu al goed?
    3. Analyseren van eerder succes: Lukte het eerder weleens beter dan nu? Geef aan de hand van een voorbeeld eens weer hoe dat toen ging. Wat deed jij zelf om het zo te laten verlopen?
    4. Eén stapje vooruit zetten: kun je misschien iets leren uit deze ervaring voor nu? Welke stap(je) zou je nu kunnen zetten?
    5. Oog voor vooruitgang: wat gaat er beter? Hoe zorg jij daarvoor? Wat kun jij nog doen als volgend klein stapje richting het doel?
    6. Check je veranderbehoefte: waar sta je nu? Ben je tevreden of zijn er nog zaken die aandacht vergen?

    Als we het budget niet halen , is dat slecht voor iedereen in het team. Misschien zouden er zelfs ontslagen vallen.

    Een verbetering in de resultaten. Een verhoging van het productiviteitsniveau met 10%, dat hebben we nodig om niet in de gevarenzone terecht te komen bij de besprekingen over 3 maanden.

    We hebben een goede kostenbewaking en 3 van de 7 mensen scoren al op target.  En we hebben goede lange termijn relaties met onze cliënten.

    In het verleden is het me al weleens gelukt de financiële prestaties van een of meer leden uit het team te verbeteren. Dat deed ik doordat ik een speciale teamvergadering had belegd en hen volledig geïnformeerd had hoe we het deden ten opzichte van het budget. Wat ik gewoon deed was ze helemaal betrekken bij het proces om resultaten te verbeteren en dat werkte goed. Ik deelde mijn zorgen en ging het niet invullen. Ik liet de bal bij hen liggen.

    Het wordt hoog tijd om weer een teamvergadering te beleggen. Sowieso meer informeren. Ik doe het nu veel te veel alleen.

    Na een paar dagen of weken

    Ik merk dat er veel meer afspraken gemaakt worden. Iedereen is veel alerter gericht op de cijfers. Wat ik verder nog kan doen is dat ik korte gesprekjes individueel inplan, waarin ik ze vraag om hun ideeën.

    Op termijn wil ik zelf wel iets anders. Ik merk dat die commerciële focus mij toch niet helemaal ligt. Ik zou wel aan de slag willen met mijn eigen loopbaan. 

    Vrij naar het boek van Coert Visser: P&O in uitvoering

    Lees verder
     

    Een probleem op je werk?

    14-08-2018

    Coach jezelf in 7 stappen naar nieuwe inzichten via de Oplossingsgerichte Methodiek.

    Je haalt je targets niet met je team. Je hebt een conflict met je manager. Of je hebt het gevoel dat je veel te druk bent en hard op weg bent naar een burn-out. Eigenlijk vrijwel alle problemen die je op je werk tegen kunt komen, lenen zich ervoor om via de Oplossingsgerichte Methodiek aan te pakken. Een aanpak ontwikkeld in de jaren 70, als reactie op al die therapieën die zich vrijwel uitsluitend richten op het negatieve, het probleem zelf. Daarmee is deze, nog steeds veelgebruikte aanpak, radicaal anders dan andere technieken. Je gaat niet op zoek gaat naar de oorzaken van je probleem, maar leert je eigen ervaringen in het oplossen van problemen beter te benutten. Met dit artikel kun je zelf met de methodiek aan de slag gaan en is de kans groot dat je tot verfrissend nieuwe inzichten komt.

    Ogenschijnlijk simpel: maar radicaal anders (vooral geduldiger)

    Je onderzoekt waar je nu precies last van hebt en hoe het eruit zou zien als je probleem opgelost was. En je leert om oog te hebben voor het kleine:  stapjes in de goede richting. Dat is niet gemakkelijk, omdat we zo gewend zijn vooral te kijken naar wat er mis gaat en vaak ook naar wiens schuld dat is. Bovendien is er vaak iets van ongeduld in onze aanpak: het moet nu écht anders en helemaal. Omdat dat vaak niet zo werkt, komen we in een negatieve spiraal terecht van mislukkingen en een groeiend verlangen naar een rigoureuze oplossing. De Oplossingsgerichte Methodiek is duurzamer en realistischer. Door goed oog te hebben voor je eigen aandeel in je successen, leer je jezelf steeds beter te benutten bij het oplossen van problemen.

    De 7 essentiële vragen

    Hieronder tref je de 7 ingrediënten van oplossingsgericht werken, telkens met een vraag. Ga eens rustig zitten en probeer een antwoord te formuleren. 

    1. Verhelderen van de veranderbehoefte. Wat wil je veranderen? Hoe is dat precies een probleem?
    2. Je gewenste toestand. Stel dat je goed bezig bent met deze aanpak, waaraan zou je dat merken?
    3. Benutten wat er is. Wat gaat er nu al goed?
    4. Analyseren van eerder succes. Lukte het eerder weleens beter dan nu? Geef aan de hand van een voorbeeld eens weer hoe dat toen ging. Wat deed jij zelf om het zo te laten verlopen?
    5. Eén stapje vooruit zetten. Kun je misschien iets leren uit deze ervaring voor nu? Welke stap(je) zou je nu kunnen zetten?
    6. Oog voor vooruitgang. Wat gaat er beter? Hoe zorg jij daarvoor? Wat kun jij nog doen als volgend klein stapje richting het doel?
    7. Check je veranderbehoefte. Waar sta je nu? Ben je tevreden of zijn er nog zaken die aandacht vergen?

    Na een paar dagen of weken

    Extra tips

    1. Echt niet analyseren. Het is natuurlijk ongebruikelijk om het probleem niet eerst (uitgebreid) te analyseren. We vragen je toch te proberen het nu eens niet te doen, maar je energie te steken in het nadenken over hoe het eruit zou zien als je probleem opgelost zou zijn.
    2. Stel prioriteiten. Als je gedoe hebt met je baas, je baalt van al het extra werk wat je moet doen en daardoor ook nog mot hebt thuis, heb je meerdere problemen. Vraag je dan af: welke van deze problemen wil ik het eerst aanpakken of welke stoort mij het meest?
    3. Help jezelf het concreet te maken. Blijf niet steken in een vraagstelling als: Het probleem van onze organisatie is dat er teveel langs elkaar heen gewerkt wordt. De vraag die je jezelf dan moet stellen is: Hoe heb ik daar last van?
    4. Blijf niet steken in wat er niet moet. Je zou willen dat er geen conflict was. Stel jezelf dan de volgende vraag om er een positief geformuleerd (en dus werkbaar) doel van te maken: wat zou er dan anders zijn, wanneer het conflict verdwenen is? Maak het zo concreet mogelijk. Niet alleen: we zouden beter met elkaar kunnen opschieten. Bevraag jezelf verder: wat zou er beter gaan, als jullie beter met elkaar zouden kunnen opschieten?
    5. Geef er eens een cijfer aan. Om goed te kunnen meten of je vooruitgang boekt, en dus ook iets van succes kunt ervaren, is het handig eens een score te geven aan de huidige situatie. Hoe scoor je de relatie met je manager nu op een schaal van 1 tot 10?

     Waarom scoor je hier geen 3?

    Het zal in het begin waarschijnlijk vreemd aanvoelen om op deze manier met een probleem bezig te zijn. Maar deze nuchtere en tegelijkertijd optimistische aanpak, brengt je vaak op een goede manier in verwarring. Maakt je zelfs soms aan het lachen. Het helpt je fris tegen je sores aan te kijken. Hierbij nog een laatste tip die helemaal past bij het anders kijken naar zaken:

    Kijk vooral naar wat er wél is. Door een cijfer te geven aan de situatie nu, kun je ook in kaart brengen wat er al wel goed gaat. Als je een 4 geeft aan de communicatie met je manager, kun je jezelf de vraag stellen waarom het niet een 3 is. Wat gaat er al wel goed?

    Als je voorbeelden wilt zien van een aanpak: lees dan het artikel ''Voorbeeld: Heleen: Het probleem is dat de financiële resultaten van het team achterblijven."

    Lees verder
     

    Je hart volgen bij het maken van een loopbaankeuze? Niet doen!

    31-07-2018

    Het onderschatte belang van schaars zijn
    Vrijwel alle boeken op het vlak van loopbaankeuzes zijn gebaseerd op het idee dat je je hart moet volgen. En dan komt het goed met jouw loopbaan. De nadelen daarvan komen vaak pas later aan het licht en worden enorm onderschat. Kiezen op een inhoud die je aanspreekt is te eenzijdig; we hebben nog vele andere verlangens. Een verlangen naar ontwikkelmogelijkheden bijvoorbeeld, of naar genoeg salaris voor een eigen huis. Zowel bij keuzes aan de start van je loopbaan als onderweg is het belangrijk om je behoeftes in brede zin te kennen en niet alleen op inhoud te sturen. Sturen op een manier die je schaarser maakt heeft veel meer voordelen dan alleen meer verdienen. Hieronder lees je waarom het zo belangrijk is om niet alleen je hart te volgen en hoe je kunt sturen op je eigen schaarste.

    De nadelen van het vissen in een volle vijver
    Het is niet haalbaar en ook zeker niet wenselijk als iedereen expert robotica wordt of specialist internetbeveliging. Maar voor veel mensen geldt dat wanneer ze hun hart volgen ze in een volle vijver terecht komen. Zoals mensen die starten als muzikant, kunsthistoricus, voetballer, fysiotherapeut, politicoloog, psycholoog, journalist, coach, trainer, bloemist of interieurontwerper. Of die vele andere vakken en rollen waarvoor er (veel) meer kandidaten zijn dan vacatures. Je vist in een vijver waarin je met veel concurrenten te maken hebt. Dat betekent natuurlijk niet dat je niet succesvol kunt worden, maar het is wel lastiger. Het is goed om stil te staan bij de nadelen van een volle vijver:

    • Je stroomt lastiger in organisaties in (ZZP er zijn is vaak de enige optie).
    • Meer onzekerheid: als je een contract krijgt is het vaak een contract voor bepaalde duur of een contract voor een beperkt aantal uren. De kans op verlenging is kleiner.
    • Je moet niet alleen heel erg goed zijn in je vak, maar ook talent hebben voor marketing en netwerken om succes te hebben. En je moet er natuurlijk veel tijd insteken.
    • Je krijgt minder snel verantwoordelijkheden, moet soms lang op een lager niveau werken.
    • De salarissen liggen lager.
    • Er wordt minder in je geïnvesteerd in de zin van opleidingen en inwerken.
    • Meer kans op frustraties in het team, door meer onderlinge concurrentie en te weinig mogelijkheden om je te kunnen ontwikkelen.

    Minder mazzel, talent en veerkracht nodig
    We zijn geneigd onze eigen kansen positief in te schatten. Het zijn ook de successen die we zien. De muzikanten die volle zalen trekken met hun muziek, maar niet de afgestudeerden van het conservatorium, die als docenten voor een karig loon 16 matig getalenteerde leerlingen per dag les geven en hun talent alleen kunnen laten zien op bruiloften en partijen. Je mag soms op een festival spelen, maar daar krijg je alleen een onkostenvergoeding voor. Je doet het in de hoop door te breken. Kortom: als je schaars bent, hoef je minder mazzel te hebben, minder talent voor commercie en minder veerkracht. Anderen gaan zorgvuldiger met je om.

    Als je alleen je hart volgt, mis je andere zaken
    Natuurlijk is het goed om te sturen naar werk dat je met plezier doet, maar realiseer je dat er meer factoren van belang zijn in je werk. Misschien word je, meer dan door de inhoud, gestimuleerd door een collegiaal team. Je kansen om in het buitenland te werken. Of door de kans om snel eigen verantwoordelijkheid te krijgen. Misschien is financiële zekerheid voor jou wel een voorwaarde om ontspannen in het leven te staan. De inhoud van je werk wordt bovendien vaak sterk bepaald door je schaarste: je blijft langer de junior in een baan waar een groter aanbod is.

    Bijsturen als je een baan hebt
    Als je al een tijdje werkt, zijn veel keuzes al gemaakt. Maar dat wil niet zeggen dat je niet meer kunt sturen naar meer schaarste. Het blijft natuurlijk van belang jezelf te zien als een product op de arbeidsmarkt en op zoek te blijven naar je beste kansen. Zijn er niches waarin jij met jouw kennis en ervaring schaars kunt worden? Door te sturen naar een specialisme via trainingen, projectervaring of detachering bijvoorbeeld, kun je je kansen vergroten. Via een financiële of technische studie, kom je eerder in een leuke baan met vrijheden terecht en hoeft ook niet de nadruk te blijven liggen op de echte vak inhoud. Je maakt vaak meer kans zo een managementrol te krijgen of als consultant of HR manager aan de slag te gaan in die organisatie waar het leuk werken is voor jou.

    Soms gewoon bruine boterhammen eten
    Misschien heb je minder affiniteit met een opleiding of training die jou schaarser maakt. Maar vergelijk het dan met een gezonde bruine boterham: Het hoeft niet altijd smullen te zijn met gebak of saucijzenbroodjes, soms is ‘gewoon’ goed voor je. Je investeert duurzaam in jezelf. Voorwaarde is natuurlijk dat het je niet totaal tegenstaat en je genoeg aanleg hebt. Misschien wel vooral voor vrouwen geldt: qua aanleg onderschatten velen zichzelf. Kies met zorg, bevraag anderen hoe je je kansen kunt vergroten, onderzoek wat de achtergrond is van mensen die taken of rollen hebben, die jij leuk vindt. Kortom, oriënteer je goed, niet alleen door naar binnen te kijken en te voelen, maar ook door nuchter naar je kansen te kijken. En heus niet alleen omwille van het salaris.


    Lees verder
     

    Jouw voornemen: ik ga vanaf nu beter voor mijzelf zorgen!

    16-07-2018

    Waarom assertiever worden net zo moeilijk is als afvallen en andere inzichten waardoor het je toch lukt!

    In mijn coachingspraktijk tref ik veel mensen die al lang overbelast zijn, of oververmoeid of gewoon een sterk verlangen hebben naar een prettiger leven. Ze nemen zich voor: “Vanaf nu ga ik het anders aanpakken, ik ga:

    • Veel beter luisteren naar wat ik zelf wil
    • Vaker ‘nee ’zeggen
    • Mijn grenzen beter bewaken
    • Me minder druk maken om wat anderen zeggen
    • Meer aandacht besteden aan dingen die ik belangrijk vind, zoals mijn gezin”

    Dat kan, maar een sterke behoefte om het anders aan te pakken is niet genoeg. Zonder goed inzicht in waarom je nu vaak wél ‘ja’ zegt, terwijl je ‘nee’ zou willen zeggen, houd je het waarschijnlijk niet vol. En het is ook goed te weten dat je waarschijnlijk taaie weerstand zult krijgen vanuit je omgeving. Met de onderstaande inzichten start je met een realistische verwachting, terwijl de tips je helpen die eerste periode door te komen.

    5 Inzichten die je helpen vanuit realisme aan de slag te gaan:

    1. Je gaat vooral anders voor jezelf zorgen. Ook nu zorg je voor jezelf. Jouw meegaande handelen levert je ook iets op en het is goed om te weten wat dat nu precies is. Wat wilde je voorkomen op de momenten dat je ‘ja’ zei en ‘nee’ bedoelde? Het is goed je een aantal voorbeelden voor de geest te halen. Misschien wilde je wel voorkomen dat er een conflict zou ontstaan of dat mensen negatief over je zouden denken, je lui zouden vinden. Je behoefte aan harmonie is dan vooral bepalend geweest voor je gedrag. En nu wil je dus anders voor jezelf zorgen. Maar dat betekent dat je ook ergens op moet inleveren; de veiligheid dat mensen je meestal wel aardig vonden of loyaal. Veranderen van aanpak vergt dus dat je het risico loopt dat je wordt veroordeeld door anderen. En misschien ook wel door jezelf.
    2. Assertiever worden is net zo moeilijk als afvallen. Op een gegeven moment, na een nacht doorwerken, een periode van ziekte of overspannenheid, een vakantie waarin je eindelijk weer eens echt kon ontspannen, neem je je voor het anders te gaan doen. Net zoals je bijzonder gemotiveerd bent om af te vallen als je merkt dat je niet meer meekomt met jullie bergwandelingen, je cholesterolgehalte veel te hoog blijkt te zijn of je opeens een veel grotere maat blijkt te hebben. Zowel afvallen als anders voor jezelf zorgen is een kwestie van lange adem, met veel keuzemomenten en verleidingen om in je oude gedrag te vervallen.
    3. Overtuigingen zijn vaak diep in je verankerd. Je krijgt vaak allerlei overtuigingen met de paplepel ingegoten. Dat je bescheiden moet zijn bijvoorbeeld, altijd loyaal en nooit lui. Dat je te allen tijde moet voorkomen dat je je baan verliest (de toorn opwekt van je baas). Dat conflicten heel erg zijn. Dat soort overtuigingen sturen op een onbewuste manier vaak ons gedrag. Pas als je zicht hebt op jouw onderliggende overtuigingen, kun je jezelf de vraag stellen in hoeverre je er eigenlijk nog achter staat. Je kunt jezelf de vraag stellen of die overtuigingen je wel echt verder helpen.
    4. Je omgeving heeft er geen zin in. Je dierbaren willen echt wel dat je anders/beter voor jezelf gaat zorgen, ook al betekent dat dat je daardoor misschien wel niet meer elke zondag bij je ouders langsgaat of je zus helpt met verhuizen. Zelfs die zullen vaak even moet slikken. Maar je werkomgeving werkt vaak ronduit tegen. Hoezo doe jij de notulen niet meer? Hoezo wil jij de taak om de stagiaires te begeleiden opeens teruggeven? Hoezo heb je nu geen tijd? Anderen hebben er last van als jij je grenzen gaat aangeven. Je werkgever heeft er soms als organisatie ook last van; want jij deed al jaren werk voor 1,5 FTE en dat scheelt best prettig op de kosten. Kortom, reken op kritiek en gezeur.
    5. Juist de beginfase is eigenlijk voor gevorderden. Je omgeving zal in het begin vaak op z’n lastigst zijn, iedereen moet nog wennen aan jouw nieuwe gedrag. Maar ook jijzelf bent waarschijnlijk nog een amateur op het vlak van ‘nee ’zeggen. Je hebt niet veel geoefend, dus je doet het niet altijd goed. Je bent niet altijd overtuigend of alert genoeg.  Het oefenen kost al energie, het dealen met de taaiheid van je omgeving ook. En tegelijkertijd gaat het dan ook nog af en toe mis, waardoor je toch ook nog extra klussen doet. Het begin is direct het lastigst.

    En 5 tips die jouw slaagkans vergroten.

    1. Schrijf je voornemen uit. Beschrijf waarom het zo belangrijk voor je is. Wat je mist als je het niet voor elkaar krijgt, wat het je oplevert als het wel lukt.
    2. Vertel het welwillende mensen om je heen. Leg het ze uit wat je voornemen behelst en vraag ze je te helpen. Op je werk is het vaak niet handig het breed te vertellen, maar een maatje is wel fijn.
    3. Zeg vaker: “ik kom erop terug”. Zo gun je jezelf een denkpauze.
    4. Zorg dat je zicht hebt op je eigen (niet helpende) overtuigingen en oefen bewust. Moeite om niet aardig gevonden te worden? Geef eens geen tip als je het restaurant niet echt goed vond of stuur eten terug dat niet lekker is. Kortom, doe iets wat je normaal vaak uit de weg gaat. Met dergelijke kleine oefeningen verlaag je de drempel voor nieuw gedrag in werksituaties.
    5. Heb oog voor je succesjes. Helemaal veranderen is lastig. Als je niet scherp hebt wat er al beter gaat, zul je eerder geneigd zijn om op te geven. Ben je eindelijk af van die rol van notulist elke vergadering, mopper dan niet dat het zo lang heeft geduurd, maar geef jezelf een schouderklopje en benut die avond die je anders aan het schrijven was, om eens lekker naar de bioscoop te gaan.

    Een burn-out voorkomen door te starten vóórdat het echt nodig is

    Veel mensen gaan aan de slag met het experimenteren met ander gedrag als ze dreigen om te vallen of ziek thuis zitten. Het is mooi om dan het inzicht te hebben hoe je dat een volgende keer kunt voorkomen, maar nog mooier is het om ook een eerste burn-out te voorkomen. Ga aan de slag zonder dat het water je aan de lippen staat, dan heb je er juist de energie voor. Meer lezen over burn-out voorkomen? Lees bijvoorbeeld: Voorkom een burn-out 

    Lees verder
     

    Op zoek naar loopbaancoaching?

    03-07-2018

    Tien vragen om te zorgen dat je de juiste keuzes maakt

    Als je zelf of jouw werkgever wil investeren in (loopbaan) coaching, is het natuurlijk van belang dat je een goede keuze maakt. Je wil iets met je vragen en het betreft vaak een forse investering in tijd en geld. Maar hoe zorg je ervoor dat je echt vindt wat je nodig hebt en niet voor onaangename verrassingen komt te staan? Hieronder 10 vragen die je jezelf kunt stellen om achteraf tevreden terug te kunnen blikken. De eerste sectie heeft vooral te maken met de interne afstemming, het tweede deel met de keuze van een coach.

    Vooraf nadenken over:

    1. Wat is je vraag? Kortweg zijn er 3 soorten loopbaancoaching: 1) Functionering coaching: gericht op het verbeteren van bepaalde vaardigheden of op het anders omgaan met zaken 2) Coaching met als doel scherp te krijgen wat je mogelijkheden in de toekomst zijn, 3) Coaching gericht op het vinden van een nieuwe werkgever. Probeer vooraf scherp te krijgen wat je vraag is én wat het traject je moet opleveren.
    2. Wiens vraag is het vooral? Die van jou of van je werkgever? Wat is jouw belang en wat is het belang van je werkgever?
    3. Wil je je werkgever erbij betrekken of niet? Soms is het heel nuttig om je manager in het traject te betrekken, bijvoorbeeld als je weer herstellende bent van een burn-out of op zoek bent naar nieuwe ontwikkelkansen. Maar veel zaken moet je ook gewoon zelf in alle rust kunnen uitzoeken. Sommige werkgevers zijn van mening dat “wie betaalt, bepaalt”. Dan zal je je werkgever ervan moeten overtuigen dat directe betrokkenheid of rapportages tussendoor jou niet helpen open te kunnen spreken over wat je bezig houdt en het traject dus minder effectief is.
    4. Wil je dat je werkgever het betaalt of doe je het liever zelf? Belangrijke overwegingen: is het gebruikelijk in jullie organisatie, hoe wordt er tegenaan gekeken, is men bereid in je te investeren? Mijn ervaring is dat veel werkgevers bereid zijn erin te investeren en het vaak als positief gezien wordt. Soms is het traject onderdeel van een deal: dat je over een aantal maanden afscheid neemt. Pas daarmee op: soms duurt het allemaal wat langer dan gehoopt en dan is die druk niet prettig.
    5. Wil je een interne coach of liever een externe ? Veel organisaties hebben interne coaches opgeleid: soms op HR, soms op allerlei verschillende plekken in de organisatie. Een interne coach kan een voordeel zijn als je zicht wil krijgen op welke mogelijkheden er in de organisatie zijn. De vraag is altijd wel of je open kunt spreken over wat jou bezig houdt. Brainstormen over de twijfel die je hebt over jouw geschiktheid of waarom je werk je soms zo tegenstaat, is niet altijd verstandig met een interne coach.
    6. Hoe kom je aan namen? Het aanbod op internet is groot, met veelal de grotere aanbieders op de eerste pagina. Maar hoe weet je wat en wie bij jou past. Via ervaringen van anderen kom je vaak op namen die passen, wellicht heeft je werkgever ook een shortlist van organisaties waarmee ze ervaringen hebben. Gun jezelf een echt onderzoek en kijk op de website, bel of maak een afspraak voor een verkennend gesprek.
    7. Spreekt de sfeer je aan? Op de website staan vaak allerlei plaatjes (bloemen, stenen, springende mensen): probeer te voelen of je er iets mee hebt. Voor teksten geldt hetzelfde. Soms is er een meer spirituele insteek (‘we brengen je chakra’s weer in balans’): prima als het bij je past, maar het is niet fijn om er al doende achter te komen, als je er niets mee hebt.
    8. Met wie ga je aan de slag? Bij de grotere aanbieders heb je vaak een intakegesprek met iemand anders dan de coach zelf: zij matchen je dan met een coach. Van belang is natuurlijk dat je altijd ook zelf kunt onderzoeken of dat een goede match is, en dat dat geen’ ja, tenzij’ is. Weet dat  coaches soms ook gematcht worden omdat ze ruimte in hun agenda hebben.
    9. Heb je met een professional te maken? Dat is best een ingewikkelde vraag. Er zijn allerlei keurmerken en bij de een zijn ze wat strenger dan de ander, maar krijg dat maar eens helder. Dan zijn er allerlei methodieken; zo lees of hoor je over NLP, systemisch werk, cognitieve therapie. Soms zijn coaches echte ‘believers’ van één methode: wil je dat en past die aanpak je?
    10. Wat kun je verder verwachten? Hoe lang duren de gesprekken? Is er ruimte voor overleg tussendoor? Hoe staat het met het tarief: is er een apart tarief voor particulieren? Wat gebeurt er als je minder sessies nodig hebt, dan afgesproken? Krijg je alleen met deze coach te maken of zijn er ook nog anderen voor bepaalde onderdelen, bij voorbeeld: om jouw vermogen om via LinkedIn te zoeken naar vacatures en gevonden te worden?  Hoe flexibel kun je afspraken maken? Is er overleg met je werkgever? Wie bepaalt hoe dat gebeurt? Is het een beetje prettig bereisbaar?

    Het zoekproces naar de juiste coach: 

    Enfin: vragen die je inzicht kunnen geven in de professionaliteit van een coach (door op de site te kijken of de vragen live te stellen):

     Hoe ga je te werk in het algemeen?

    • Hoe zou je aan de slag gaan met mijn vraag?
    • Waarom denk je dat dit de juiste aanpak is voor mij?
    • Kun je meer vertellen over de methode(s) die je hanteert?
    • Wat is jouw achtergrond qua opleiding en ervaring?
    • Hoe zorg je dat je bij blijft in je vak?
    • Publiceer je weleens iets?
    • Wat voor cliënten heb je vooral?
    • Voor welke opdrachtgevers werk je?
    • Wordt er teruggekoppeld en hoe?
    • Hoe worden resultaten gemeten?

    Een bureau met een netwerk: is dat wel een voordeel?

    Net zoals de meeste therapeuten van mening zijn dat hun aanpak geschikt is voor de meeste patiënten, zo gaan ook de meeste coaches ervan uit dat ze je verder kunnen helpen. Het is dus aan jou om goed te onderzoeken en niet zomaar in zee te gaan met een coach die je wordt aangeboden. Allereerst is van belang dat je het gevoel hebt dat je vrij kunt spreken: dat er niet met je werkgever over jou gesproken wordt, zonder jou. Dat soort gesprekjes zijn er, mijns inziens, nog veel te veel.

    Zorg daarnaast dat je weet met wie je in zee gaat, qua aanpak en ervaring. Durf door te vragen: als een coach aangeeft dat hij veel ervaring heeft in de publieke sector, vraag dan ook in welke rol en wanneer dat was. Overschat het voordeel van een coach met een netwerk in jouw branche niet: je zult het toch vooral van je eigen netwerk moeten hebben (en dat slim uitbreiden). Bedenk zelf maar hoe het op je over komt als je een verzoekje krijgt voor een netwerkgesprek via een outplacement bureau. Dat is niet de manier om als kandidaat serieus genomen te worden. Kortom: ga kritisch op zoek naar wat je écht kunt verwachten en of dat ook bij jou past. 

    Lees verder
     

    Erger je je aan je collega(‘s)?

    19-06-2018

    Vecht, vlucht of kies de derde weg: ontspan óndanks je collega’s.

    Je bent op tijd in de vergaderruimte, maar er is nog niemand. De anderen komen langzaam binnen gedruppeld en twee collega’s ‘redden het toch niet’ en hebben zich afgemeld. De voorzitter werkt de agenda af, maar alleen jij blijkt je echt te hebben voorbereid. De anderen hebben er al wel naar gekeken, maar hebben nog wat vragen. Flauwekul, denk je. Gewoon vanmorgen pas aan begonnen.
    Je bent het goed zat en staat voor een dilemma: ‘Ga ik hier nog energie insteken door me boos te maken naar mijn collega’s of de manager? Of laat ik ze in hun sop gaarkoken en zoek ik een andere baan?’

    Vechten of vluchten: vaak beide onbevredigend

    Er zijn drie opties voor je in deze situatie, maar natuurlijk in nog veel meer situaties waarin je je ergert aan je collega’s, je manager, je klanten, maar ook aan je familie en vrienden. Je kunt:

    1. Vechten: dat kan betekenen dat je met je vuist op tafel slaat en zegt dat het zo niet langer gaat of dat je je collega’s in een één op één gesprek probeert te overtuigen. Of dat je een mail stuurt naar de manager van jouw manager met de boodschap dat hij/zij de zaken niet in de hand heeft.

    2. Vluchten: je zoekt een andere werkplek binnen of buiten de organisatie.

    Beiden zijn vaak onbevredigend. Het veranderen van je collega’s is zelden kansrijk, omdat de ander zich weinig laat veranderen, zeker als die geen probleem ervaart. Als jij in een organisatie werkt waar punctualiteit geen kernwaarde is en je manager er ook niet zo van is, dan is de kans op succes dit te veranderen klein.
    De tweede optie: je taken aanpassen of ander werk zoeken is ook niet prettig. Zeker niet als je dat doet met de overtuiging dat je wel moest, omwille van je collega’s.

    Het is toch gewoon normaal?

    Je ergert je suf: ‘Zo ga je toch niet met elkaar om? Hoe moeilijk is het nu om gewoon op tijd te komen en je aan de afspraken te houden?’ Je vindt het niet meer dan logisch en vanzelfsprekend. Hoe kan het dan dat anderen daar anders in staan? De gedachte dat het ze niets kan schelen, en anderen last hebben van hun houding, maakt vaak extra boos.
    Natuurlijk zijn er situaties die acuut ingrijpen vergen, maar dat zijn er niet zoveel. Denk dan bijvoorbeeld aan zoiets ernstigs als illegale praktijken of pesterijen, maar als een situatie minder serieus is, dan kun je je zelf altijd eerst de vraag stellen: is dit zo ernstig en schadelijk dat ik wel in moet grijpen? Indien het antwoord ‘nee ’is, kies dan voor:

    De derde weg: anders denken

    Deze aanpak betekent dat je je eigen (impliciete) normen onder de loep legt en met meer realisme kijkt naar je omgeving en de situatie. Doordat je minder gestuurd wordt door je emotie, lukt het vaak beter om met meer afstand en zakelijker te situatie te beoordelen en dan is de kans groter om juist meer voor elkaar te krijgen. In ieder geval lukt het beter om te zien waar je invloed op kunt hebben en waarop niet.
    Een mens is een gewoontedier: je verandert niet zomaar je vastgeroeste overtuigingen. De overtuigingen die je hebt, zijn vaak ‘met de paplepel ingegoten’. Ze zijn zo vanzelfsprekend voor je dat je je niet eens kunt voorstellen dat je er ook anders over kunt denken. Vaak zijn je overtuigingen niet verkeerd, maar het is wel irreëel als je (onbewust) eist dat anderen dezelfde overtuigen aanhangen.

    Vragen om je aan het twijfelen te brengen

    Met de ontstaande vragen proberen we beweging te krijgen in je vastgeroeste overtuigingen om zo een basis te leggen voor een andere, misschien meer rationele gedachte.

    1) Helpt het mij om zo te denken en handelen? Wat heeft het mij tot nu toe opgeleverd?
    2) Doe ik iets waardoor ik het systeem in stand hou en anderen niet de kans geef om de nadelen te ondervinden? (bijvoorbeeld: werk van ze overnemen)
    3) Zijn er dingen die ik doe, waaraan anderen zich zouden kunnen ergeren? Zaken die voor andere mensen misschien als vanzelfsprekend ervaren worden? Zaken die ik misschien wel wil veranderen, maar waar ik niet aan toe kom? Dit is geen gemakkelijke vraag: denk er eens wat langer over na of vraag het anderen.
    4) Welke regel overtreedt mijn collega? Wie heeft die regel gesteld?
    5) Kan en wil ik überhaupt iedereen tevredenstellen?
    6) Heeft die collega ook kanten die ik bewonder? Kan ik ook anders over hem/haar denken?
    7) Wat is mijn (uiteindelijke) doel en kan ik dat op een andere manier bereiken, zonder dat ik mijn collega’s hoef te overtuigen?

    Een gezondere gedachte

    Je zou jezelf kunnen trainen een gezondere gedachte te formuleren, iets in de trant van:
    ‘Het trekken en duwen aan collega’s levert me niets op. Daar stop ik vanaf nu mee. Mijn collega’s hebben hun eigen mogelijkheden en beperkingen. Ze volgen hun eigen regels en stellen hun eigen prioriteiten, dat is hun eigen recht. Dat doe ik zelf ook. Ook aan mij zullen mensen zich soms ergeren. Het maakt ze nog niet tot verkeerde mensen. Bovendien heb ik aan hun gedrag zelf ook een aandeel - ik maak het ze veel te gemakkelijk. Als ik alles blijf voorbereiden, zorg ik ervoor dat anderen niet in actie hoeven komen. Daar stop ik dus mee. Ik kan beter kijken of ik mijn doelen op een andere manier kan bereiken.‘

    Oplossingsgericht denken

    Je kunt, als je het doel scherp hebt en minder energie verliest aan frustratie, ook nadenken over andere manieren om je doel te bereiken. Een paar voorbeelden:
    • Dingen die je belangrijk vindt, stuur je voortaan vooraf. Je voegt daaraan toe dat als ze niet reageren, je ervan uit gaat dat ze het er mee eens zijn.
    • Je werpt je op als notulist. Je vat samen hoe jij het hebt begrepen en vraagt om reactie. Zo niet, dan hebt jij helderheid.
    • Als er niet zoveel gebeurt op de vergaderingen, kun je best vaker je thuiswerkdag op die dag plannen en zo minder last hebben van die frustrerende momenten

    Minder frustraties via de Cognitieve Psychologie

    In de Cognitieve Psychologie en meer specifiek in de RET-methodiek wordt deze manier van denken wel het ‘Eisend Denken’ genoemd. Je vindt iets belangrijk, je wilt het graag en in jouw gedachten vorm je het om tot een eis, terwijl je er geen controle over hebt. Dat roept frustraties op. Door anders te denken, ervaar je minder emoties en ben je juist daardoor vaak beter in staat je eigen doelen voorop te stellen en met slimme alternatieve plannen te komen. Meer lezen over de RET aanpak? Lees dan ook: ‘Assertief naar je manager’.

    Lees verder
     

    Wil je het liefst nú ontslag nemen?

    05-06-2018

    Drie stappen om verkeerde keuzes te voorkomen, als je het helemaal gehad hebt met je baan.

    De zoveelste reorganisatie is aangekondigd of steeds maar nieuwe, vervelende taken worden er op jouw bordje gelegd, je manager is een onbetrouwbare ijdeltuit die jou van alles belooft, maar beloftes niet nakomt, of dat allemaal tegelijk. Je hebt het er helemaal mee gehad en het liefst zou je vandaag nog je ontslag indienen.

    Doorploeteren hoeft niet: doordacht te werk gaan wel.

    Stop! De kans is groot dat je nu een beslissing neemt, die vooral gebaseerd is op je behoefte om te vluchten. Op je kortetermijnbelang dus. Als je een gewild product op de arbeidsmarkt bent of niet afhankelijk bent van je baan, kun je daarvoor kiezen. In andere gevallen is het goed jezelf te beschermen tegen overhaaste stappen. Dat wil niet zeggen dat je door moet ploeteren en je gevoel opzij moet zetten. Maar ga overwogen te werk in 3 stappen: 

    1. Neem afstand. Je hebt waarschijnlijk al aardig wat tijd, maanden, soms zelfs jaren, stress ervaren. Check bij jezelf of je niet allerlei symptomen van een naderende burn-out vertoont. Neem een paar dagen vrij of meld je ziek, als je je ziek voelt. Maar ga in geen geval naar je werk als je impulsief je ontslag gaat nemen. Kom eerst tot rust en zorg dat je zaken kunt gaan uitzoeken. Als dat nog helemaal niet lukt; meld je dan ziek en neem langer de tijd om tot rust te komen. Neem ook geen beslissing over een aanbod van de organisatie om afscheid te nemen.
    2. Denk na. Zorg eerst dat je de zaken goed op een rijtje krijgt: hoe het fysiek/mentaal met je gaat, of er nog interne oplossingen zijn en wat je toekomstplan is. Wil je nog een poging wagen te kijken of je zaken kunt verbeteren voor jezelf intern? Heb je nagedacht over een alternatief? Weten waar jouw mogelijkheden liggen en hoe je concreet actie kunt gaan nemen?
    3. Zorg voor een actiegericht overlevingsplan. Tenzij je direct de knoop doorhakt en ontslag neemt, zul je waarschijnlijk weer aan het werk gaan. Maar hoe kom je die tijd door en hoe benut je die tijd optimaal? 
    4. Denk na over wat je communiceert: vertel je dat je (op termijn) weg wilt of niet? In sommige organisaties loop je de kans direct de regie te verliezen, andere werkgevers denken oplossingsgericht met je mee. Probeer een inschatting te maken van de hulp die je kunt verwachten. Zie je nog mogelijkheden intern of heb je hulp nodig om uit te zoeken wat de juiste stap is? Wil je graag een financiële deal? Dan ligt het voor de hand in overleg te gaan. Laat je informeren door vrienden of collega’s die ervaring hebben met dit soort zaken of raadpleeg een jurist.
    5. Zorg dat je je beperkte energie goed benut: stoot taken af opdat je eraan toekomt echt een plan te bedenken. Zelfs als je besluit blijft, zorg dan voor een goed alternatief. Zorg dat je nooit gevangen komt te zitten in je baan.  Maar denk ook aan zaken als: voorlopig een dag per week minder gaan werken, nu echt ondersteuning eisen, elke dag stipt op tijd naar huis gaan, leren (via boek of coach) hoe je bestand kunt zijn tegen kritiek of druk. Blijf ondertussen ook investeren in leuke dingen en zorg goed voor je lijf. Ga leuke dingen doen met vrienden of familie en wandel of sport. Je hebt wel wat extra zorg nodig in deze barre tijden.
    6. Check of je hulp nodig hebt. Misschien sta je al veel langer op de rem: vind je het gewoon heel lastig om echt een stap te zetten, daar systematisch mee bezig te zijn. Of gooi je je eigen glazen in bij netwerk- of sollicitatiegesprekken omdat je hebt ingeboet aan zelfvertrouwen. Of heb je eigenlijk geen beeld van hoe je je verkenning kunt aanpakken.

    Voorkom de korte opluchting

    Echt tegen je zin in blijven werken, is voor niemand goed, niet voor jou en ook niet voor je werkgever. Je hart luchten bij je werkgever, nú ontslag nemen: het lucht misschien even op, maar brengt vaak al snel nieuwe zorgen met zich mee. Dus ga doordacht te werk en zorg dat je fysiek en mentaal gezond bent. Of zo gezond mogelijk, want soms past een organisatie niet meer bij jou. Maar je kunt wel leren er minder last van te hebben. Door rust en afstand, door met jezelf aan de slag te gaan en door zicht te hebben op alternatieven. Ook als het morgen alweer wat beter gaat, ga aan de slag met onderzoeken en voorkom dat je vast komt te zitten.
    Voel je je uitgeput? Heb je het gevoel dat je tegen een burn-out aanzit? Lees dan het uitgebreide artikel met check.

    Lees verder
     

    Te druk? Vaak gefrustreerd over de gemaakte afspraken?

    22-05-2018

    Misschien moet je wel vooral leren minder bang te zijn voor een conflict.

    Als je weer achter je bureau zit realiseer je het je: hij had helemaal geen gelijk. In het overleg dat jullie hadden, werd je overvallen door zijn stelligheid en heb je toegezegd ermee aan de slag te zullen gaan.  Overkomt het jou ook weleens: dat je eigenlijk wel weet dat het niet klopt, maar gaat twijfelen als de ander in de aanval gaat? Dat je dan zaken toezegt, waar je later spijt van hebt of dat er conclusies getrokken worden waar je helemaal niet achter staat?

    Als jij je meer verantwoordelijk voelt voor de relatie dan de ander

    Als jij het belangrijker vindt dan de ander(en) dat de relatie goed is, groeit er iets scheef. Dan durf je niet meer te koersen op je eigen oordeelsvorming, maar ben je er meer op gericht uit te vinden hoe de ander erin staat. “Word ik niet straks geconfronteerd met allerlei onaangename emoties en gedoe?”, is dan (veelal onbewust) de gedachte. Als gevolg daarvan ga je twijfelen, ben je te voorzichtig in je mening en zeg je dingen toe waar je helemaal geen tijd voor hebt. Dat geldt in allerlei relaties, of het nu is met vrienden of familie of in je werk. Het leidt vaak tot een drukte waar geen timemanagementcursus tegen helpt. Daarvoor moet je aan de slag met je eigen overtuigingen. 

    In drie stappen naar meer koersvastheid: 

    1. Snap je zelf beter. Zorg dat je meer grip krijgt op wat je denkt op het moment dat je zaken toezegt of akkoord gaat met besluiten waar je niet achter staat. Doe aan zelfonderzoek:
    • Wat heb ik van huis uit meegekregen aan regels over ruzie? Hebben die met de paplepel ingegoten regels nog invloed op hoe ik nu denk? Ben ik het ermee eens? Kan ik er nu ook anders over denken?
    • Als ik terugdenk aan een situatie waarbij ik ja zei en ‘nee; bedoelde: voelde ik toen iets van angst of zorg? En als dat klopt: wat dacht ik, opdat ik iets van angst of zorg voelde? Probeer eens een zin af te maken die begint met: “Ik moet voorkomen dat…”. 

    2. Oefen bewust met ander denken. Stel jezelf de volgende vragen: 
    • Klopt het wat ik hier denk?
    • Helpt het denken mij ook verder?
    • Wat is het risico/nadeel van mijn huidige gedrag?
    • Hoe erg is het als het tot een conflict komt? Zou ik alle mogelijke consequenties overleven? 
    • Als ik in de positie van de ander zou staan, waar zou ik me dan juist zorgen over kunnen maken?
    • Maar ook: hoe zou ik willen dat mijn kind of mijn favoriete nichtje in dergelijke situaties zou denken?

    3. Probeer uit. Voor veel mensen die conflictmijdend ingesteld zijn, geldt dat ze ook al lang niet meer hebben geoefend met het opkomen voor hun eigen belangen. Dat doen ze ook vaak niet alleen bij die en persoon, maar in veel meer situaties. Onderzoek bij jezelf in welke situaties jij conflicten uit de weg gaat. Zeg je het tegen de ober als je een andere tosti wilt, omdat deze verbrand is? Spreek je iemand erop aan als hij/zij voordringt in de rij? Het lijken wellicht zaken van een andere orde, maar het is belangrijk om bewust te oefen met het opkomen voor je eigen mening.

    Voorkom dat je anderen verkeerd opvoedt
    Het leven kan gemakkelijker als je meer durft te vertrouwen op je eigen inzichten. Als je tegen je collega kunt zeggen: “Zeg, dat is een gekke vraag, of ik dat klusje voor jou wil opknappen, ben je in de war ofzo?”. Of: “Nee hoor, je vergist je, het is echt zoals ik eerder aangaf. Wil je dat ik het je nog even uitleg?”.  

    Je moet blijven oefenen met opkomen voor je eigen belangen en met luisteren naar je eigen oordeel, omdat je het anders verleert. En je de ander verkeert opvoedt. Die gaat denken dat het zo hoort. Anders verlies je je originaliteit, misgun je anderen jouw (wijze) mening en ga je gebukt onder te veel werk. Begin vandaag nog met “nee ”zeggen. Gezonder voor anderen, maar vooral voor jezelf.

    Lees verder
     

    Een slechte beoordeling op je werk; een ramp of een blessing in disguise?

    08-05-2018

    Je hebt een minder positieve beoordeling gehad en je hebt een ontwikkelopdracht gekregen. Of misschien is er helemaal niet gesproken over ontwikkelen en heb je het idee dat je manager je liever ziet gaan. Misschien voelt die negatieve beoordeling als een ramp, maar veel mensen geven achteraf aan er juist blij mee geweest zijn. Het hielp hen om zichzelf de juiste vragen te stellen en in actie te komen. Hieronder 6 tips om juist te handelen in deze vaak stressvolle episode van je loopbaan.

    Je hoofd koel houden

    Voor de meeste mensen betekent een negatieve beoordeling behoorlijk wat emotie: ongeloof en boosheid (‘jarenlang alles ok en nu één keer een conflict en alles is vergeten’), irritatie (‘nooit hoor je iets en dan opeens komt HR bij het gesprek zitten’), angst en onzekerheid (‘waar vind ik op mijn leeftijd/met mijn ervaring nog een nieuwe baan?’). Het gevoel hebben dat je het niet goed kunt doen: het is een prima basis voor een stevige burn-out. Hoe hou je je hoofd koel genoeg om overeind te blijven en de juiste dingen te doen?

    De (schijnbaar) veilige vaagheid en de negatieve spiraal

    Het lijkt misschien het beste er zo weinig mogelijk over te praten, het voor kennisgeving aan te nemen en je gang te gaan. Te proberen nog beter je best te doen en te hopen dat het overwaait. In veel gevallen is dat niet zo omdat het vaak schieten met hagel is, zolang je niet precies weet wat er aan de hand is. Aan je lichaam merk je vaak pas echt wat de impact is. Onbewust komt je lichaam mogelijk in de paniekstand, door veel meer onrust, minder slaap, besluiteloosheid en onzekerheid. Zo kom je in een negatieve spiraal terecht; doordat je je zorgen maakt, ga je slechter presteren en maak je je weer meer zorgen.

    Zes tips om je hoofd koel te houden en juist te handelen:

    • 1) Vertel jezelf het juiste verhaal. Ja, dit is niet fijn. Het is onpraktisch om juist van je manager een negatieve beoordeling te krijgen. En daar moet je iets mee. Maar een ander punt is of het ook klopt. Mogelijk heb je van alles aan te merken op je manager, ben je het vaak helemaal niet met haar of hem eens, maar neem je deze kritiek op jou opeens helemaal serieus. Daar raakt een mens onzeker van. Dus maak het niet onnodig groot. Zie je manager als een mens, die als gevolg daarvan ook niet de wijsheid in pacht heeft. Mogelijk allerlei (voor) oordelen een beperkt zicht op jou heeft. En zelfs al klopt het wel, dan nog gaat het over een klein stukje van jou. Je kunt nog altijd veel meer wel. In deze situatie met deze manager, deze context/rol; ben je dus mogelijk niet op je best. Maar als je beter weet wat jouw vruchtbare aarde wel is, kun je daarheen sturen.


    • 2) Zorg dat je goed zicht hebt op de situatie. In veel gevallen heb je een tweede afspraak nodig om allerlei vragen te stellen, waar je vaak tijdens het beoordelingsgesprek niet aan was gekomen. Je wilt weten hoe je manager tegen je mogelijkheden aankijkt, of hij/zij potentieel in je ziet, welke opties er zijn. Maar bevraag ook anderen (betrouwbare collega’s) uit je omgeving: hebben meer mensen een negatieve beoordeling gekregen, hoe normaal is dat? Hoe is jouw reputatie bij het management volgens je collega’s/ hoe schatten zij jouw kansen in? Hoe is het anderen vergaan die een negatieve beoordeling kregen, wat kun je verwachten?


    • 3) Je gelijk proberen te halen is vaak ongezond. Veel mensen ervaren hun negatieve beoordeling als onterecht. En vaak hebben zij ook wel (deels) gelijk. De spelregels kunnen zijn veranderd door de overname, een nieuwe manager, een nieuwe financiële situatie. De spelregels zijn, in jouw ogen, niet eerlijk doordat bepaalde mensen (jongeren, mensen van een bepaalde afdeling) voorgetrokken worden of doordat je manager geen idee heeft van jouw prestaties.  Misschien kun je met het team als geheel laten zien dat je wel geschikt bent of naar de manager van je manager stappen, maar tenzij je positie echt heel sterk is, levert dit vaak alleen maar hardere oordelen op. Als je het gevecht aan wilt gaan, check eerst hoe reëel je kansen zijn. Stel ook een tijdslimiet in. Het is zonde van je leven als 5 jaar lang gefrustreerd zonder resultaat aan het vechten bent en/of in onzekerheid wacht tot het tij zal keren. Als je eenmaal een slechte naam hebt, is het ook gewoon lastig weer positief beoordeeld te worden, zelfs als er een nieuwe manager komt. Als er eenmaal negatieve zaken in je dossier staan, zal je nieuwe manager vaak maar lastig onbevooroordeeld naar je kunnen kijken.


    • 4) Zorg voor een Plan B. Ook als je denkt: ‘ik wil dit eerst afhandelen’, ga toch aan de slag met een zekere verkenning van je mogelijkheden elders. Elke onderhandeling verloopt gemakkelijker en minder emotioneel als je weet dat je weg kúnt gaan. Dat er een alternatief voor je is en jij niet koste wat het kost de relatie goed moet zien te houden. Het helpt je ook om te zien wat de wereld je wellicht nog meer te bieden heeft en zo met iets meer relativering naar je werkgever te kunnen kijken.


    • 5) Bewaak jezelf. Je moet voldoende energie hebben om dit te kunnen handelen. Juist de tweeslachtigheid: blijven (en je 100% inzetten) of weggaan en je oriënteren, zorgt er vaak voor dat mensen te lang blijven. Check ook bij jezelf of het geen escapisme is, dat je je nu toch nog steeds voor 100% inzet en maar niet toekomt aan het verkennen van je kansen. Ga op 80% zitten, schrap alles wat niet nodig is, jou niet echt helpt. Zorg ondertussen voor een Plan B en voor voldoende rust. Temperatuur regelmatig hoe je eraan toe bent. Hoe staat het met je zelfvertrouwen en met je fysieke gesteldheid?


    • 6) Zoek betrouwbare ondersteuning. Van vrienden, familie of collega’s, die je helpen scherp te krijgen hoe te handelen. Maar mogelijk ook van een coach. Maak wel goede afspraken. Een coach die aangesteld voor jouw ontwikkeling die zal rapporteren aan je werkgever, is mogelijk prima om iets (technisch) te leren en om te laten zien dat je bezig bent. Voor echte ontwikkeling en/of onderzoek gericht op hoe verder te handelen heb je nodig dat je ook kunt spreken over je twijfels en onzekerheden en niet alert hoeft te zijn wat er gerapporteerd zal worden.

    Blessing in disguise

    Wat je wilt voorkomen is dat je op basis van een verkeerde inschatting van de situatie je strategie bepaalt (aan de slag gaan met je ontwikkeling en wat dan precies of vechten of een stap naar buiten zetten). Van belang is dus dat je een goede inschatting maakt van je kansen. Maar ook van belang is natuurlijk om scherp te krijgen wat je zelf wilt. Misschien is deze kritiek achteraf gezien wel een blessing in disguise. Was je al langer toe aan een overstap, maar had je een zetje nodig. Maak er geen principekwestie van; behalve dat je zelden als winnaar uit de strijd komt, is het gewoon een gegeven dat je soms ergens niet meer past. Je kunt dat nog zo oneerlijk vinden, maar pas achteraf zie je vaak dat je elders veel beter tot je recht komt. Door aan de slag te gaan met een Plan B, kun je jezelf vaak ook een beetje verleiden, de angst om stappen te zetten verminderen. De kans is heel reëel dat je achteraf blij bent dat het zo gelopen is.

    Lees verder
     

    Word jij ook zo moe van je perfectionisme?

    23-04-2018

    Stop maar met ontspanningsoefeningen (dweilen met de kraan open), help je zelf echt verder met dit mini college Cognitieve Psychologie

    Een mens wordt in het algemeen geboren met het verlangen om zaken te leren, onder de knie te krijgen, iets goed te doen. Prima, zo krijgen we veel voor elkaar. Het wordt echter een probleem als je te hard je best gaat doen, omdat je geen fouten of een verkeerde (domme) indruk van jezelf mag maken.

    Was jij ook het slimste jongetje/meisje van de klas?

    Als je wilt voorkomen dat jouw werk ooit ondermaats is, dan heb je het zwaar. Je bent niet alleen heel hard aan het werken om het in de ogen van iedereen goed te doen, maar je leeft waarschijnlijk ook met een steeds groter wordende angst. De angst namelijk dat het wél misgaat. Die wordt vaak steeds groter, juist omdat je er weinig ervaring mee opdoet. Het is een angst die veel slimme, brave, inmiddels volwassen geworden jongens en meisjes, gemeen hebben. Kinderen die op school al hoge cijfers halen, leren onvoldoende te dealen met missers en kritiek. Soms worden ze ontnuchterd op het vwo of de universiteit en leren dan te incasseren en hun normen bij te stellen. Maar sommigen blijven tienen eisen van zichzelf.

    Perfectionisme en pleinvrees

    Perfectionisme lijkt in zekere zin op ook Pleinvrees. Als je ooit iets naars meegemaakt hebt op straat, je bent overvallen bij voorbeeld, wil je dat graag voorkomen. Maar als je de kans wilt uitsluiten, gaat het mis. Mensen met Pleinvrees bouwen steeds grotere veiligheidsmarges in om te voorkomen dat ze een risico lopen en ten slotte komen het helemaal hun huis niet meer uit. Lang niet altijd hebben ze nog helder waar ze precies bang voor zijn. Perfectionisme gaat ook over het inbouwen van grote marges. Als je te allen tijde wilt voorkomen onder te presteren, is het nodig om negens en tienen te halen. Dan is een 9 eigenlijk jouw zesje. Het gekke is ook dat veel perfectionisten het volkomen normaal vinden dat mensen fouten maken. Andere mensen, wel te verstaan, niet zijzelf. En daarmee zijn ze in feite onzeker en arrogant tegelijk.

    Denkfouten die veel impact hebben

    Herken je jezelf hierin? Het is goed om je te realiseren dat je een aantal (onbewuste) denkfouten maakt. In de Cognitieve Psychologie wordt ervan uitgegaan dat als je je bewust bent van je denken, je ook anders kunt denken. Of bewust andere ervaringen op kunt doen, waardoor je jezelf kunt helpen je overtuigingen te veranderen. Een aantal veel voorkomende denkfouten:

    1. Je compenseert een vermeend tekort in jezelf: veel mensen zeggen iets tegen zichzelf: “ik ben de enige niet-academicus, dus moet ik altijd laten zien dat ik wel strategisch kan denken” (en daarom ben ik eindeloos lang bezig mijn notities te verbeteren). Of ze vinden van zichzelf dat ze traag zijn, of niet zo goed kunnen schrijven en daarom veel harder moeten werken.

    2. Je gaat uit van een heel zwart scenario: je hebt het idee dat er iets heel ergs kan gebeuren als je een fout maakt, dat je enorm voor schut zal staan, of misschien zelfs wel je baan kunt verliezen. Een scenario dat je waarschijnlijk voor anderen helemaal niet waarschijnlijk acht, maar wel voor jezelf. Wellicht dat je je hier niet eens echt van bewust bent, maar kun je aan je lichaam merken dat het in de paniekstand is, net voordat je iets moet inleveren of een presentatie moet houden. Je hebt een sterk verhoogde hartslag en transpireert alsof je je in acuut gevaar bevindt. Vaak overschat je niet alleen de aard van het risico, maar ook de kans erop. Ten slotte onderschat je wellicht de kans om, zelfs als alles mis zou gaan en je ontslagen wordt op basis van deze notitie of presentatie, je weer gelukkig zult worden. Weer elders een carrière kunt opbouwen en plezier kunt hebben in je werk en met je naasten.

    3. Je veroordeelt jezelf hard als je het niet goed doet: je zult waarschijnlijk andere woorden gebruiken, maar de gedachte die hierbij hoort gaat ongeveer zo: “als ik dit niet goed doe, ben ik echt een enorme sufferd. Iemand van mijn leeftijd en mijn ervaring zou dit veel beter moeten kunnen. Het bewijst dat ik gewoon dat ik incompetent ben”.

    Logisch dat je zo hard werkt als dit je overtuigingen zijn

    Een of meer van bovengenoemde overtuigingen zijn bij veel perfectionisten vaak onbewust aanwezig. Het is begrijpelijk dat als deze overtuigingen zich in je denken genesteld hebben, je heel hard zult willen werken om het nare gevoel voor te zijn. Het geeft veel stress om te het idee te hebben dicht bij de afgrond te staan van een leven als ontslagen en ongelukkig mens. Ook als je jezelf hard veroordeelt, kan mislukken in iets tot veel extra stress leiden en tot gevoelens van depressie, want je ziet jezelf als waardeloos en incompetent. Het is logisch dat je er alles aan doet om geen fouten te maken. De oplossing is gelegen in anders denken. Ontspanningsoefeningen (altijd goed, maar niet alleen maar), en zelfs eenvoudiger werk, helpen je op de langere termijn niet verder.

    Meer grip op je onbewuste gedachten

    Het is van belang dat je meer zicht krijgt op je eigen denken, Vooral interessant zijn de gedachten die door je hoofd gaan op het op het moment dat je dingen doet waarvan je weet dat ze eigenlijk niet goed zijn, het moment waarop je dingen doet die je eigenlijk niet wilt doen. Bij voorbeeld als je tegen je voornemen in, toch nog de hele avond met je rapport bezig bent, ook al weet je dat het al best ok was.

     

    Vragen die je jezelf kunt stellen

    • Wat voelde ik op met moment dat ik het rapport wil inleveren, maar het toch niet doe (en er verder aan ga werken)? Belangrijk: voelen is een variant van bang, boos, blij en verdrietig: dus geen hele gedachten hier weergeven. Je voelde je bij voorbeeld angstig/onrustig.
    • Wat dacht ik opdat ik me zo (onrustig en angstig) voelde? Bij voorbeeld: ik moet dit echt goed doen, anders ga ik helemaal af (en dan kan alles misschien wel misgaan.)

    Vaak zit er het woord moeten in je gedachte verwerkt. Wees hier alert op. Dat betekent dat je waarschijnlijk de druk hoog opvoert. Mogelijk krijg je niet direct scherp wat die zwarte bladzijde voor jou is, maar kijk aan de hand van een aantal voorbeelden eens of je die gedachten kunt achterhalen.

    Vervolgvragen

    • Klopt het wat ik hier denk? Is het logisch?
    • Helpt het mij als ik zo denk?
    • Kan ik er ook anders over denken?
    • Kijk maar eens of er een ‘moeten’ in jouw gedachten zit: ‘ Ik moet voorkomen dat…, want anders…’

    Leren gezonder te denken

    Anders denken gaat niet vanzelf. Vaak denk je al jaren op dezelfde manier over bepaalde zaken en hebben ze je ook wat opgeleverd. Je zult jezelf dus moeten trainen in nieuwe gedachten door ze op te schrijven en je er telkens bewust van te zijn.

    Een gezondere gedachte die je jezelf zou kunnen aanleren kan ongeveer zo klinken

    Ik heb de afgelopen jaren vaak gehoord dat ik dingen goed doe/goede beoordelingen gekregen/weinig kritiek gekregen. In het onwaarschijnlijk geval dat ik mijn baan zou verliezen op basis van een slecht rapport/presentatie, is de kans groot dat ik elders een baan zal vinden.

    Het is onzin om te denken dat ik niets kan als ik een keer een fout maak. Dat ik de lat voor mijzelf zo hoog leg levert me veel onnodige spanning op/ kost me veel tijd die ik anders voor andere zaken kan gebruiken. Hoewel ik het best spannend vind, ga ik proberen minder perfectionistisch te zijn en de zaken soms vooral snel/gemakkelijk aan te pakken.

    Experimenteren met nieuw gedrag helpt het beste

    Bewust anders denken helpt je. Vooral als je goed last hebt gehad van je eigen gedrag en van de stress die je perfectionisme je heeft opgeleverd. Maar wat vaak ook echt helpt is dat je oefent met ander gedrag en zo nieuwe ervaringen opdoet. Denk vooraf eens goed na over de momenten waarop je perfectionisme jou in de weg zit. En probeer daar een experiment bij te verzinnen dat je kan helpen aan nieuwe ervaringen. Om je een idee te geven:

    • Iets veel sneller in te leveren als concept en anderen te vragen het aan te vullen
    • Bedenk eens welke taken je alleen maar even snel en gemakkelijk wilt doen (waar je normaal te veel tijd aan besteedt)
    • Doe je mond open op een overleg zonder dat je precies hebt bedacht wat je wilt gaan zeggen
    • Werp je op voor iets dat je spannend vindt/nieuw voor je is (ik doe die presentatie wel)

    Verleid jezelf

    Zelf weet je natuurlijk het beste wat je te veel tijd kost, waar voor jou de winst te behalen valt. Zet jezelf onder druk om ermee bezig te zijn en zaken uit te proberen die je lastig vindt. En maak notities. Opdat je weet wat er eerst lastig was en wat je nu beter kunt, zodat je je successen(jes) kunt vieren. Dat je toch niet nóg een avond hebt gewerkt aan je verslag bij voorbeeld. En ten slotte: verleid jezelf ook met beelden van wat je kunt doen met de extra tijd, of misschien ook welke baan je dan ook kunt hebben. Als je je perfectionisme kunt indammen zijn er opeens weer heel veel nieuwe mogelijkheden. 

    Voel je continu de dreigen dat je door de mand valt? Daar is een term voor bedacht: het Impostersyndroom. Check hier of dat bij jou aan de orde is en help jezelf aan een meer ontspannen leven in je werk: lees mijn artikel: 'Nog steeds niet door de mand gevallen?'

    Lees verder
     

    Een managementrol past mij wel/niet.

    10-04-2018

    Maak de juiste keuze door meer zicht op je (onbewuste) overtuigingen.

    Je dacht het altijd zeker te weten: jij bent op je plaats als professional, een managementrol is niets voor jou. En dan ontstaat er een vacature voor de positie van manager. Je twijfelt: zal ik dan toch solliciteren?  Mogelijk heb je groot gelijk en past die rol je helemaal niet. Maar lees, voordat je beslist, dit artikel opdat je je eigen onbewuste overtuigingen eerst eens grondig tegen het licht kunt houden. Leer jezelf nog net wat beter kennen voordat je de knoop doorhakt.

    Kijk eens eerlijk in de spiegel

    Je denkt/zegt: ik ben hier gewoon niet zo geschikt voor. Ik ben hier niet echt het type voor. Ik heb een hekel aan dat gekonkel en politieke gedoe. Als ze het in mij hadden gezien, hadden ze me wel benaderd. Dat klinkt als een logisch verhaal, waarin we zelf ook prima kunnen geloven. Maar de kans is ook groot dat we onze keuze vooral recht praten voor onszelf, om zo geen last te hebben van ergernissen over onszelf.

    Maar wat zeg je nu echt tegen jezelf? Check bij jezelf of jouw keuze gestuurd is door één of meer van de onderstaande angsten om zo grip te krijgen op je onbewuste overtuigingen:

    • 1) Je bant bang dat anderen je arrogant vinden en een streber, dat ze zullen denken dat je jezelf overschat.
    • 2) Je bent bang om onderuit te gaan, het niet te kunnen. Mogelijk zelfs je baan kwijt te raken.
    • 3) Je bent bang dat je ongelukkig(er) wordt, dat je te veel stress zult ervaren.

    Wat heb jij van huis uit meegekregen?

    Velen van ons hebben ook van huis uit boodschappen meegekregen die ons ongemerkt sturen bij dergelijke beslissingen. Dat je bescheiden moet zijn, dat kinderen die vragen, worden overgeslagen. We zijn bang om buiten gesloten te worden, te mislukken of ziek te worden. Die risico’s willen we graag uitsluiten. Maar kan dat wel? En wat brengt dat ons?

    Ambivalentie met ambitie

    Ambitie heeft voor veel mensen ook een negatieve bijsmaak. Ambitie is een optelsom van twee niet te scheiden elementen: het verwerven van vakmanschap en de erkenning daarvan door de buitenwereld. Deze definitie (o.a. Fels) zorgt er ook direct voor dat veel mensen zichzelf niet als ambitieus zullen bestempelen: vakmanschap verwerven is ok, maar streven naar een podium voor je talenten, naar status en impact, dat ligt lastiger. Zeker voor veel vrouwen geldt dat ze onbewust doordrenkt zijn van de boodschap dat ze vooral lief moeten zijn en zich zeker niet op de borst moeten kloppen. Het is niet voor niets dat veel hoogopgeleide vrouwen zichzelf wel zien als arts, rechter, docent, maar niet als manager.

     Meer grip op je angst(en) met de onderstaande vragen:

    • Wat heb jij meegekregen aan boodschappen over ambitie en talent in jouw jeugd? Geloof je daar nog in, met andere woorden: Zou je die boodschappen zo ook nog aan jouw (potentiele)kinderen willen meegeven?
    • Hoe vergaat het anderen die bij jullie in de organisatie die stap maken? Komen er in jullie organisatie vaker managers terecht in een geïsoleerde positie terecht omdat ze geen aansluiting meer hebben met het team? Hoe vaak worden nieuwe managers ontslagen omdat ze disfunctioneren?
    • Stel je voor dat (sommige) mensen negatief over jou zouden spreken: zou je dat kunnen verdragen? Zou je nog mogelijkheden zien om oplossingen te verzinnen?
    • Of: stel dat je toch een negatieve beoordeling krijgt en zelfs teruggezet of ontslagen wordt, zou dat te verdragen zijn? Zou je dan nog weer gelukkig kunnen worden en met oplossingen kunnen komen?
    • Welke kwaliteiten heb jij eigenlijk in huis? Veel mensen weten namelijk veel beter waar hun ontwikkelpunten liggen, dan hun kracht. Als je niet (echt) zicht hebt op je wat er in je rugzak zit, is het lastig om een nieuw terrein te verkennen. Dus zorg dat je anderen bevraagd op jouw kwaliteiten (zie ook eerdere artikelen, bij voorbeeld: https://www.loopbaanonderhoudsgroep.nl/artikelen/artikel/32/radicale-feedback-7-vragen-die-jij-anderen-kunt-stellen-om-echt-zicht-te-krijgen-op-jouw-kwaliteiten.), doe een heisessie met jezelf of neem een coach in de arm om er meer zicht op te krijgen.
    • Klopt het wel dat jij zo slecht tegen stress/druk kan? Zijn er achteraf ook weleens momenten geweest waarop je je achteraf tevreden voelde over een stressvolle klus? Kun je nu beter of minder goed tegen druk dan in het verleden?

    Pas op voor je tevreden gevoel

    Op korte termijn, zal het in het algemeen vaak rust geven om niet te solliciteren. Vaak wordt dat directe gevoel ook gezien als bewijs dat we de juiste beslissing hebben genomen. Maar zie ook dat dat wellicht een korte termijn bevrediging kan zijn: je hoeft nu even niets engs, loopt nu geen risico. Mogelijk denk je er op de langere termijnweer heel anders over. Bij voorbeeld, als je collega de functie krijgt en het er eigenlijk minder goed vanaf brengt dan jij dat zou doen. Of als je een manager krijgt die de zaken heel anders aanpakt dan jij had bedacht, die jou misschien wel veel minder ruimte geeft dan je gewend was. Het is natuurlijk onzin om te zeggen dat iedereen manager kan worden of gelukkig is in een dergelijke positie.  Mogelijk ben je echt beter af in je huidige rol en past een managementrol je gewoon niet. Van belang is echter dat je nieuwe taken en rollen blijft uitproberen: als vervanger of als projectleider bij voorbeeld. Opdat je niet tevreden in de fuik zwemt, waar je niet meer uit kunt.

    De moraal van dit verhaal: volg niet te snel je gevoel, bevraag jezelf kritisch en blijf zaken uitproberen. Of die boodschap van thuis, waar ik nog achter sta: we zijn niet van marsepein.

     

    Lees verder
     

    Voorkom een burn-out en stop met piekeren over je werk

    27-03-2018

    5 tips om ervoor te zorgen dat je je werk avonds los kunt laten

    Je rijdt naar huis en bent nog vol in gedachten over wat er is gebeurd op je werk. ‘s Avonds op de bank of ‘s nachts in je bed laten de gedachten je nog steeds niet los. Je blijft situaties herbeleven of ziet beelden van hoe het allemaal mis kan gaan. Je bent erg boos op anderen en/of kijkt vol zelfverwijt naar je eigen rol. Bepaalde gedachtelijnen komen steeds terug, zonder dat je dichter bij een oplossing komt. Met een beetje pech lig je er nachts van wakker. Kortom, je wordt er doodmoe van.

    Een tsunami van gedachten
    Piekeren heeft een functie: het zorgt ervoor dat je bepaalde risico’s vermijdt. Het is een vorm van zelfbescherming tegen naderend onheil. Maar soms wordt het piekeren een niet beheersbaar pessimistisch denkpatroon, een tsunami aan gedachten die je verder van oplossingen brengt. Steeds opnieuw volg je bepaalde gedachten lijnen, die je aanvult met negatieve associaties en interpretaties. Het lijkt allemaal heel realistisch en vanzelfsprekend, en al herhalend train jezelf erin zo te denken.

    Een voorbeeld: mijn leven is een puinzooi
    Jeanette heeft te lang getwijfeld of ze zich zou melden voor een bepaalde klus en nu is bekend gemaakt dat een collega de klus heeft gekregen. Voorbeelden van gedachten die door Jeanette haar hoofd spoken, zijn: “Wat een stommeling ben ik toch dat ik weer te lang heb gewacht. Nu gaat Rob het doen, en hij denkt al dat hij alles kan. Ik word straks natuurlijk helemaal overvleugeld. Mijn positie wordt op termijn natuurlijk onhoudbaar.”
    “Zo moeilijk is het toch niet om gewoon eens je vinger op te steken en te zeggen: ik doe het wel, zonder dat je alles weet. Ik ben ook zo’n angsthaas. Dat komt natuurlijk omdat ik enig kind ben. Dat blijft me achtervolgen. Dat maakt dat ik sowieso altijd een buitenstaander blijf.”
    “Het is vrijdagavond en ik zit gewoon thuis. De hele wereld gaat met elkaar uit en ik ben thuis. Ik kan wel gaan sporten, maar ik ben gewoon te dik voor dat stomme pakje van me. Eigenlijk zou ik moeten gaan tennissen, maar dat zeg ik al een half jaar. En ik heb nog steeds niets geregeld. Zoals ik nooit eens zaken goed regel. Daarom heeft Rob nu ook die opdracht en ik niet. Straks ben ik nog mijn baan kwijt ook. Zit ik thuis, alleen, zonder hobby’s en zonder werk. Kortom: mijn leven is een puinzooi.”

    Je kunt jezelf helpen om effectief te piekeren. De tips zijn eenvoudig, maar wetenschappelijk onderbouwd.

    1. Herken je piekergedachten en erken ook dat ze je niet verder helpen.Dat het goed is om betrokken te zijn, maar dat het piekeren je nu juist verder af brengt van je doel (om bijvoorbeeld prettig te werken en zaken voor elkaar te krijgen).

    2. Leid jezelf af. In een negatieve stemming ben je (veel te) goed in negatief associëren. Het lukt op dat moment ook zelden om anders te denken. Wat volgens onderzoek wel helpt, is jezelf afleiden door iets anders te gaan doen wat je volledig in beslag neemt. Een film kijken, naar het café gaan, met de hond naar buiten gaan, in de tuin gaan werken, et cetera

    3. Las een dagelijks piekermoment in(kwartier of half uur). Ergens op een tijdstip dat je helder bent ga je zitten met een papier en je schrijft op welke problemen je bezighouden. Al schrijvend lukt het vaak veel beter oplossingsgericht te denken.

    4. Leg een notitieblok naast je bed. Schrijf op wat je nachts bezighoudt en beloof jezelf erop terug te komen de volgende dag. Daarmee kun je ervoor zorgen dat je beter slaapt en dat scheelt sowieso een slok op een borrel.

    5. Zorg dat je meer oog krijgt voor wat er goed gaat en vooral ook voor wat jij goed doet. Ook in lastige perioden dat alles mis lijkt te gaan, zijn er dingen die je toch voor elkaar krijgt. Herken ook kleine successen of een voorzichtig opgaande lijn. Bevraag anderen op hun visie op jou of op de situatie en kies dan juist mensen waarvan je weet dan ze een andere kijk op de situatie hebben dan jij.

    Conclusie: soms word je gewoon té goed in negatief associëren
    Nadenken over je werk is goed, maar als je verstrikt raakt in zich steeds herhalende sombere overtuigingen, doe je jezelf veel emotioneel geweld aan. De kans is groot dat je er uitgeput van raakt en zelfs burn-out van kunt raken. Je bent eigenlijk te goed geworden in negatief associëren en hebt afleiding en structuur nodig om jouw creatieve brein te stoppen.

    Lees verder
     

    Toe aan echt heel ander werk?

    12-03-2018

    Wees wijs en volg niet alleen je hart: 7 tips om doordacht te sturen als je iets heel anders wilt gaan doen

     Soms ben je helemaal klaar met een baan, een vak en/of een organisatie: je wilt het roer rigoureus omgooien. En dat kan heel verstandig zijn; ons werkzame leven duurt vaak nog veel te lang om tegen je zin de rit uit te rijden. Tien jaar lang met tegenzin naar je werk, dat wil niemand.

    Opwekkende voorbeelden

    Zo’n hele nieuwe carrière kan ook prima uitpakken. Zo is de secretaresse (en goede vriendin) uit een eerdere baan, alweer jaren een uiterst succesvol directeur van een basisschool. Ik ken nog flink wat mensen die mensen die tot hun tevredenheid een grote stap maakten: van bouwkundige naar docent op een Hogeschool of van juridisch adviseur naar HR-manager, bijvoorbeeld.

    Of: meer stress dan daarvoor

    Het kan echter ook verkeerd uitpakken: als je keuze zorgt voor veel financiële stress of andere onvoorziene nadelen heeft. Als je niet goed weet welke richting je nog uit kunt sturen en je gevangen voelt in een situatie die misschien wel slechter voelt als daarvoor.

    Hoe jij spijt kunt voorkomen

    Mensen die tevreden waren over hun keuzen, hadden een aantal zaken anders gedaan dan de spijtoptanten. Hierbij 7 tips:

    1. Neem geen beslissingen als je tegen overspannenheid aanzit. Als je te lang bent blijven hangen in een baan/organisatie met een steeds groeiende tegenzin, gaat het mogelijk niet zo goed met je. Mogelijk ben je moe en regelmatig behoorlijk gefrustreerd. Je loopt het risico van je stap vooral een vlucht te maken. Als je op het punt staat om om te vallen, neem dan eerst afstand en probeer tot rust te komen. Liefst niet door je baan op te zeggen, maar door vrij te nemen. Als je geen vrije dagen meer hebt, zorg dan voor meer mentale vrijheid. Realiseer je dat de focus moet liggen op gezond blijven en een stap zetten en schakel terug naar een lagere versnelling. Kijk of je vaker thuis kunt werken, neem afscheid van extra taken.
    2. Pas op dat je niet te hard tegenstuurt.  Je hebt een sterk verlangen naar iets nieuws, iets heel anders. Weg van al dat gedoe, weg van die hectiek of van die dufheid. Je loopt met al je verlangens de kans terecht te komen in een omgeving of baan die de oplossing is voor nu, maar niet voor de langere duur.  Als je stuurt op eenvoud en rust, ga je je waarschijnlijk na een tijdje ergeren aan het gebrek aan uitdaging of professionaliteit.  Of aan te veel routine.  Kijk dus ook goed wat je eigenlijk wel fijn vindt aan je baan. Probeer scherp te krijgen welke vanzelfsprekendheden belangrijk voor je zijn. Niet om persé te blijven, maar wel om een goede volgende stap te kunnen zetten.
    3. Weet wat je wilt: een andere baan of een andere baas? Waar wil je vanaf en/of wat wil je meer? Als je helder hebt waar je het om gaat, weet je in welke richting je moet zoeken. Wellicht is het niet zo zeer een andere inhoud, maar een ander type manager, een andere omgeving of een nieuwe rol.
    4. Neem de tijd. Het kost tijd om erachter te komen wat je precies wilt en waar je mogelijkheden liggen. Of om een opleiding te volgen of bepaalde relevante ervaring op te doen. Een reden om niet te wachten tot het water je aan de lippen reikt, maar op tijd in gesprek te gaan (met HR, een loopbaancoach of met vrienden) over je verlangens:
    5. Benut je bagage. Als je in je nieuwe omgeving weinig van je opgebouwde kennis en ervaring gebruikt, word je automatisch weer de junior. Soms kan het niet anders, maar maak die keuze wel bewust. Het betekent vaak dat je behoorlijk wat moet inleveren op je salaris en misschien ook dat je opeens aangestuurd wordt op een manier die je al jaren achter je had gelaten.  Maar vaak kun je echt iets anders doen, zonder al je kennis en ervaring weg te gooien.
    6. Neem niet de eerste afslag: onderzoek breed. Misschien heb je al helemaal helder wat je wilt, maar neem anders de tijd om even goed te onderzoeken.  Als je te snel je keuze maakt, mis je misschien wel opties die je veel beter passen. Heel veel banen vallen buiten jouw directe gezichtsveld. Door veel in gesprek te gaan, vul je je kennis aan en kom je wellicht terecht in een baan waarvan je nu nog nooit hebt gehoord.
    7. Toets je beelden van de droom die je hebt. Dat docentschap, die overstap naar de gemeente, dat zelfstandig ondernemerschap: hoe is dat nu echt? Spreek verschillende mensen die er werken om te voorkomen dat je je lang aan het voorbereiden bent op iets dat je toch eigenlijk helemaal niet past.

    Verwacht je niet teveel van je werk?

    Misschien willen we soms ook wel te veel geluk uit ons werk halen. Misschien mag werk ook gewoon ok zijn, zonder dat je er de echte uitdaging vindt of collega’s waar je vrienden mee bent. Soms is een nieuwe hobby ook een goede optie om invulling te geven aan je verlangens. Bij voorbeeld in een bestuursfunctie waar je wél betrokken bent bij de strategie of het gevoel hebt een wezenlijke bijdrage aan de samenleving te kunnen leveren, of in dat koor waar je je creativiteit kwijt kunt en fijne nieuwe vrienden hebt. Bijsturen is goed, laten we ons werk ook niet verantwoordelijk maken voor ál ons geluk.

    Lees verder
     

    Onderhandelen met je manager, ook als hij/zij de deur dicht gooit.

    26-02-2018

    10 concrete tips waardoor je je niet laat intimideren en wél in gesprek blijft!

    Mijn vorige artikel ging over je eigen valkuilen in denken bij het onderhandelen over zaken als je arbeidsvoorwaarden en doorgroei. Maar soms tref je een gesprekspartner die je helemaal op het verkeerde been zet. Je voelt je geprovoceerd, bot behandeld of niet serieus genomen. Maar als Hoe ga je om met een gesprekspartner die domweg ‘nee ’zegt op je verzoek of in de aanval gaat?

    Om te voorkomen dat te snel afhaakt of in een conflict terecht komt, hierbij de 4 meest voorkomende tactieken en jouw optimale reactie

    1) Op de man spelen: “Ik denk dat je jezelf nu een beetje overschat”, “ik vind het echt jammer dat je zo blijft hangen in je onvrede en je nu zelfs wat drammerig opstelt”. 
    2) Je bang maken: “Dus jij wilt dat we je een halve dag per week vrijgeven voor je studie? Nou, als je dat nu al nodig hebt, zie ik je ook niet zo snel doorgroeien naar een zwaardere managementfunctie”.
    3) De dichte deur: “Parttime werken in deze functie? Nee sorry hoor, daar hoeven we het niet eens over te hebbe: bij een dergelijke spilfunctie moet je er echt gewoon zijn”.
    4) Je verzoek ridiculiseren:” Jij wilt dus een dag thuis werken? Ja dat zou ik ook wel willen. Lekker een beetje relaxed werken als de kindjes naar school zijn en om 3 uur klaar voor de thee”.

    Laat je niet emotioneel uit de tent lokken. Hoe ga je om met dergelijke botte reacties? 

    1) Schrik niet: Het idee is dat jij tot inzicht komt, en je snel weer gewoon aan het werk gaat. Zo, gedoe voorbij. Zie het als een strategie, of beter nodig: een spel. Zie ook het vorige artikel over onderhandelen: je staat heus niet zomaar op straat.
    2) Reageer neutraal en vraag door. Zorg dat je in gesprek blijft en laat je niet afbluffen. Bij voorbeeld: “Zeg, ik ben verbaasd over je reactie. Wat bedoel je hier precies mee?”
    3) Laten zien wat je ziet, zonder direct waardeoordeel.  Niet: je behandelt me onbeschoft”, maar: “Je valt me twee keer in de rede en noemt mijn voorstel flauwekul” of “Ik geloof dat ik een gevoelige snaar heb geraakt”.
    4) Zeg wat het met je doet (niet in algemene termen). Niet: “Zo ga je niet met mensen om”, maar: “Ik vind dat erg onplezierig”. 
    5) Zeg wat je wél wilt. Dus: “Ik zou willen dat je eerst gewoon naar me luisterde en niet alles direct van tafel veegt”
    6) Maak er een grap over. “Dus jij denkt dat ik de hele buurt op de koffie ga vragen, als ik een dag thuis werk?”
    7) Breng het gesprek terug naar jouw vraag. “Denk jij echt dat ik zo zal omgaan met thuis werken?”
    8) Probeer scherp te krijgen waar het de ander om gaat. “Waarover maak jij je nu vooral zorgen?”
    9) Onderzoek waar een oplossing zou kunnen liggen. “Klopt het dat jij je vooral zorgen maakt over mijn bereikbaarheid op die dag? Ik zou natuurlijk op bepaalde uren bereikbaar kunnen zijn. We zouden het een maand kunnen uitproberen.”
    10) Laat de ander even uitrazen/erop kauwen. “Ik kan me voorstellen dat ik je een beetje overval met mijn vraag, misschien moeten we het er einde van de week nog eens even over hebben”.

    En ten slotte: belangrijke bonus tip

    11) Word niet boos en ga nooit dreigen. Als je botweg ‘nee ’op jouw toch zo goed onderbouwde verhaal te horen krijgt, voel je je temperatuur stijgen.  Maar pas op; datgene wat je in alle emoties zegt, kan later een heel eigen leven gaan leiden en tegen je gebruikt worden.  Dus laat je niet verleiden tot uitspraken als: “Als je denkt dat ik zo gemotiveerd blijf, dan heb je het mis”. “Als ik niet flexibeler kan werken, dan moet ik me wel vaker ziekmelden”. 

    Effectieve voorbereiding met de juiste selftalk
    Als je weet dat je een lastige gesprekspartner gaat treffen, stel je daar ook op in. Sommige mensen zijn op hun positie gekomen, mede doordat ze zelf vaak in de aanval gaan. De meesten van ons oefenen daar weinig in, dus dan is zo’n gesprek best lastig. In gedachten of met een maatje oefenen, kan helpen. Wat vooral helpt zijn realistische verwachtingen: met een hulpgedachte als: ‘Hij/zij doet nu eenmaal vaak zo, daar hoef ik niet gekwetst door te zijn, dat is iets van hem/haar. Ik heb goed nagedacht over wat ik wil, het is reëel en ik laat mij niet intimideren.’ 

    Stuntelen mag, dus maak en een afspraak van een uur
    Verwijt jezelf niets als je loopt te stuntelen: je doet dit nu eenmaal niet elke dag. Je staat tegenover een routinier. Ook al moet je in het gesprek af en toe zoeken naar de volgende stap, neem de tijd. Kondig vooraf ook aan dat je graag een afspraak van een (half) uur wilt maken, in plaats van ”Heb je misschien een minuutje?”. Zo heb je minder kans dat het ongeduld van de ander je uit balans brengt. Kom je er helemaal niet meer uit? Zeg dat je erover na wilt denken en kom erop terug. Zet ‘m op!

    Meer lezen over jouw eigen loopbaanonderhoud in praktische artikelen? http://www.loopbaanonderhoudsgroep.nl/artikelen. Meer lezen over onderhandelen? Lees dan ook het boek van Arjan Broere en Jos Linnemann, Scherp onderhandelen zonder bot te zijn, waarop dit artikel los op is gebaseerd.

    Lees verder
     

    Salarisonderhandelingen en andere lastige onderhandelingen in je werk

    12-02-2018

    Met grip op deze 8 valkuilen voorkom je een kater achteraf

    De meeste mensen hebben een hekel aan onderhandelen. Soms blijkt opeens wat dat voor gevolgen kan hebben. Zoals recent aan het verschil in honorarium tussen de twee hoofdrolspelers van de film met de toepasselijke naam: “All the money in the world” aan het licht kwam. De mannelijke hoofdrolspeler kreeg voor hetzelfde (extra) werk maar liefst 1500 keer zoveel als zijn tegenspeelster.

    De nederigheid van jou als sollicitant staat je in de weg

    Onderhandelen over je (toekomstige) salaris, je promotie, de mogelijkheid om vaker thuis te werken, om een deel van je studiekosten door je werkgever te laten betalen of de targets die je moet halen: vrijwel iedereen heeft ermee te maken. De omschakeling van sollicitant naar onderhandelaar is lastig: automatisch was je in een wat nederige, ‘kies voor mij’- houding terecht gekomen. Ook in gesprek met je huidige manager wreekt de ongelijkheid zich soms: hij/zij is ook degene die je beoordeelt, je opdrachten geeft. En dan bij het onderhandelen moet je daar opeens gelijkwaardig staan.

    Het extra handicap van vrouwen

    We oefenen in het algemeen weinig in het onderhandelen. Bovendien hebben vrouwen nog een handicap: meer dan mannen hebben zij in hun opvoeding de boodschap meegekregen aardig te zijn. En zeker niet lastig of drammerig. Dus voordat ze er erg in hebben, missen veel vrouwen de kansen om te onderhandelen of binden ze weer snel in als ze niet direct een positieve reactie krijgen.

    Hou je niet van onderhandelen? Lees dan vooral verder.

    Dit artikel richt zich op iedereen, vrouwen en mannen, die niet van onderhandelen houdt. Maar die misschien ook wel ervaren heeft dat je jezelf daarmee tekort doet. Als je onderhandelen zoveel mogelijk uit de weg gaat, verdien je niet alleen minder, je hebt ook minder kans op succes en werkplezier.

    Als je tegenstuurt op deze 8 valkuilen in denken, voorkom je een kater achteraf:

    1. Er is gewoon geen onderhandelingsruimte. Onze gesprekspartner zegt dat het aanbod een gegeven is, dit nu eenmaal de standaardpraktijk is. Dat is vaak een spel, maar dat weet je niet. Daar kom je pas achter als je mensen treft, die wel hebben onderhandeld en zomaar veel meer verdienen dan jij. Of wel een deel van hun opleiding betaald krijgen.
    2. Het maakt mij niet zoveel uit. ‘Het salaris is voor mij niet het belangrijkste.’ hoor ik veel mensen zeggen. En daarmee geven ze zichzelf permissie om er geen lastig gesprek over te moeten voeren.  Ook het niet onderhandelen over de titel van de functie, en of je in het MT zit, of een gratificatie krijgt of zelf je studie moet betalen: je praat het mogelijk recht voor jezelf. Waarom? Omdat je eigenlijk te wijs, te bescheiden of te lief bent? Misschien. Maar misschien wel vooral omdat je je korte termijn belang (geen gedoe en spanning) laat prevaleren boven je lange termijn belang (een goed resultaat).
    3. Maar ben ik eigenlijk wel zo goed? Omdat het nu eenmaal gebruikelijker is, bij beoordelingen en evaluaties dieper in te gaan op de ontwikkelpunten dan op je kwaliteiten, hebben de meeste mensen daar ook meer zicht op. Met een beetje pech tref je een gesprekspartner die jou subtiel tot een soort junior bestempelt. Of net even de vinger legt op allerlei ontwikkelpunten en tekorten in je ervaring.  Zorg dat je zicht hebt op je kwaliteiten en voordelen: bevraag (ex-)managers en collega’s erop. (Lees ook: http://www.loopbaanonderhoudsgroep.nl/artikelen/artikel/32/radicale-feedback-7-vragen-die-jij-anderen-kunt-stellen-om-echt-zicht-te-krijgen-op-jouw-kwaliteiten)
    4. Ze mogen me niet arrogant, hebberig of verwend vinden. Als je teveel bezig bent met wat de ander over jou zou kunnen denken en te allen tijde een conflict wilt voorkomen, heb je bij voorbaat verloren. Blijf vriendelijk, investeer in de relatie, maar hou je eigen doelen voor ogen. Durf het risico te lopen dat ze je een beetje lastig vinden.
    5. Ik mag geen enkel risico nemen. Je denkt misschien dat je je eigen glazen ingooit als je gaat onderhandelen. Als je al een tijdje op zoek bent naar een baan, als je deze specifieke baan heel graag wilt, of bang bent voor je positie, zul je wellicht snel genoegen nemen met het aanbod. Maar realiseer je dat jij als kandidaat in een procedure vaak ook best sterk staat: er is al veel geïnvesteerd in jou. Je hoeft er niet meteen een make or break deal van te maken, maar serieus onderzoeken waar de ruimte zit om meer tegemoet te komen aan jouw wensen, kan geen kwaad. En sterker nog: je wordt vaak serieuzer genomen als kandidaat.
    6. Ik laat het wel op me afkomen in het gesprek. Niet doen; het loont enorm om jezelf voor te bereiden. Jouw gesprekspartner is vaak veel geroutineerder dan jij. Dus zoek sparringpartners om te oefenen in het uitspreken en verdedigen wat jij graag wilt. Vraag om tegenargumenten. Zoek daarnaast naar feitelijke informatie: wat verdienen anderen, wat is normaal in de organisatie?
    7. Ik moet gewoon open en eerlijk zijn. Speel het spel. Als het om salarisonderhandelingen gaat: vraag eerst aan welk salaris men denkt, voordat je zelf iets noemt.
    8. Als het goed voelt, hak ik gewoon maar gelijk de knoop door. Denk er rustig thuis over, soms pakt het heel anders uit dan je denkt. Laat hen zaken even goed uitrekenen voor je. Je wilt verrassingen achteraf voorkomen: zoals een veel hogere leasebijdrage bij voorbeeld, als je een dag minder bent gaan werken.

    Vergeet de pietluttigheden niet

    Voor de potentiele niet-onderhandelaars onder ons: de mensen met wie je in jouw gesprekken te maken krijgt, de managers/directeuren, hebben zelf vaak uitgebreid onderhandeld over hun arbeidsvoorwaarden. Dat weet ik omdat ik er vaak bij was. Ze hebben onderhandeld over allerlei details; ook vaak over schijnbare pietluttigheden als de functietitel of een rol in het MT. En ja, daar hadden ze ook gelijk in, want dat ís belangrijk. Het kan het verschil maken of je succesvol bent of niet, omdat anderen anders tegen je aankijken, je bepaalde informatie krijgt. Denk niet dat je het later nog wel kunt rechtzetten: de eindfase van je sollicitatieprocedure is het moment. Lees over twee weken ook mijn artikel over onderhandelen met je manager en andere lastige mensen. 

    Lees verder
     

    Solliciteren na je 55ste? Last van leeftijdsdiscriminatie? 10 tips om je kansen te vergroten!

    29-01-2018

    Je hebt het tij mee: het aantal vacatures stijgt door de groeiende economie. Dat is mooi, want schaarste dwingt tot experimenteren. Zoals in de tweede wereldoorlog veel vrouwen kansen kregen op de arbeidsmarkt, zo zal groeit nu de kans dat 55-plussers toch een kans krijgen.

    We hebben ze nog te weinig gezien: die hardwerkende zestigers

    Dat ‘toch’ heeft te maken met de onbewuste onderliggende overtuigingen van veel beslissers, waarop leeftijdsdiscriminatie gebaseerd is. Degenen die nu de brieven selecteren en jouw gesprekspartner zijn bij en sollicitatiegesprek, zijn de zonen en dochters van vaders (vooral) die met hun 58 ste met de VUT gingen. Ze, of wé natuurlijk, hebben nog weinig ervaring met actieve 55-plussers; we hebben er gewoon geen beeld van. Zelden zul je mensen treffen die bewust discrimineren. Niemand is erop tegen dat er ook 55-plussers in de organisatie werken, maar tsja, niet nu, niet hier, niet deze positie, niet in dit team.

    Daar krijg je dus mee te maken als je solliciteert.  Maar je kunt je kansen wel vergroten op heel verschillende manieren. Door niet te geraakt te zijn, bijvoorbeeld, of slimmer in te spelen op de zorgen van je gesprekspartners.

    10 tips om je kansen te vergroten:

    1. Neem afwijzingen niet persoonlijk. Zie het als een gegeven dat je toevallig net in een tijd moet solliciteren waarin je het beeld van een actieve, gemotiveerde 55-plusser nog vorm moet krijgen. Zorg ervoor dat je geen onnodige ballast aan emoties creëert, zoals boosheid (op de beslissers en op jezelf) of onzekerheid over jezelf (“Kan ik eigenlijk wel wat?”).  Vertel jezelf het goede verhaal: “Het is gewoon lastig voor mij en mijn leeftijdsgenoten, maar als ik het slim aanpak kan ik wel degelijk mijn kansen vergroten.”
    2. Zet je leven niet ‘on hold’. Geniet van de dingen die je wel hebt. Neem bewust tijd voor hobby’s. Zorg dat je niet somber raakt, dat solliciteert niet lekker. Afleiding is vaak de beste remedie. Als je iets doet waar je ook waardering krijgt en je talenten kunt gebruiken, is dat bovendien goed voor je zelfvertrouwen. Je kunt niet hele dagen bezig zijn met solliciteren. Voor wie het lastig vindt om zichzelf genieten toe te staan: realiseer je dat solliciteren veel van je vergt en zie het als onderdeel van dit project om jezelf gezond te houden.
    3. Zorg ervoor dat je LinkedIn op orde is. Ik bedoel daarmee: je kennis van hoe via LinkedIn vacatures en netwerkcontacten te zoeken, gevonden te worden en jouw optimale eigen profiel op te stellen. Veel functies worden via LinkedIn vervuld en sowieso wordt er in een procedure vaak even op je LinkedIn profiel gekeken. Laat je ondersteunen door een expert of volg een workshop, als social media geen core competence van je is.
    4. Zorg voor een aantrekkelijk en luchtig cv. Maak werk van een goede foto. Voor een overzichtelijk bedrag kun je bij een professionele fotograaf een aantal mooie passende foto’s laten maken. Realiseer je dat een recruiter gemiddeld 6 seconden naar je cv kijkt. Dus relevante informatie bovenaan en maak het vooral niet te compleet. Ik zie nog steeds van die dichtgemetselde cv’s, juist bij meer senior professionals. Alles wat ouder is dan 10 jaar, korter duurde dan 3 jaar of gewoon minder relevant, maak er alleen een kort regeltje van.
    5. Ken de vooroordelen en zorg voor extra bewijsmateriaal. Er zijn allerlei vooroordelen over 50-plussers: te duur, te weinig bezig met hun ontwikkeling, te vaak ziek, te weinig eager om te werken. Als je er iets van bespeurt, geef adequaat tegengas. Niet door de discussie aan te gaan, maar subtiel te vermelden dat je zo lekker druk bent met opleidingen, je veel plezier in werken hebt, een actief mens bent. Jouw gesprekspartners in een procedure zijn op hun hoede; elke fout in het selectieproces geeft veel gedoe. Help hen om vertrouwen in jou te krijgen. Zorg voor contact met iemand van de organisatie om erachter te komen wat belangrijk voor ze is en waar ze wellicht bang voor zijn. Als hun zorg is of je in het team past, leg dan de nadruk op de vele jongeren in jouw huidige werkkring bij voorbeeld. En zorg voor goede referenties, liefst uit je huidige organisatie.
    6. Houd je frustraties voor jezelf. Ga niet zuur doen over de keren dat je niet uitgenodigd bent of dat je door je voormalig werkgever zo weinig elegant aan de kant gezet bent. Spreek vooral je waardering uit over dat je uitgenodigd bent en dit een prettig gesprek is.
    7. Help hen het risico te verkleinen. Als je nu zonder werk bent, heb je vaak niet zoveel te verliezen. Dan kan het de beslissers over de streep helpen als je bereid bent op tijdelijke basis te starten. Als je eerst gedetacheerd of op interim-basis werkt, weten ze wat voor vlees ze in de kuip hebben met jou. Veel 55-plussers komen op die manier aan een baan. Denk, zo nodig, creatief met ze mee. Als je een uitkering hebt, zorg dat je de regels precies kent.
    8. Blijf investeren in je netwerk. Zoek je oude collega’s of relaties weer eens op voor een kop koffie, maar beperk je niet alleen tot je zakelijke contacten. Ook mensen met wie je in de familieraad zit (van het verzorgingstehuis, waar je ouders zitten) of met wie je tennist, hebben het vaak goed met je voor. Als je hen eens vraagt met je mee te denken (nooit om een baan vragen!), vergroot je de kans dat zij met een positief verhaal mensen benaderen uit hun netwerk.
    9. Onderzoek of je een schaarser product kunt worden.  Zeker als je al een tijdje aan het zoeken bent, is het de moeite om eens te kijken of je jezelf niet naar minder volle vijver kunt manoeuvreren. Hoe schaarser mensen als jij zijn, hoe minder je leeftijd een rol zal spelen. Onderzoek wel echt goed, via mensen die nu op deze manier werkzaam bij voorbeeld, of de vijver waarin je wilt gaan vissen, meer kansen biedt. Blijf niet onhandig lang optimistisch hopen op een kans in een overvolle vijver, maar kom tot actie. Niet door helemaal wat anders te gaan doen, maar door wat aan je kennis toe te voegen of net een andere invalshoek te kiezen. Laat je daarbij ook vooral inspireren door je netwerk.
    10. Doe aan productoptimalisatie. (Van jouzelf als product op de arbeidsmarkt) Start met een opleiding in een bepaalde richting, waardoor je laat zien dat je echt met het thema bezig bent of kijk of je ervaring in een bepaalde richting of branche op kunt doen via een project of desnoods een stage. Als je dat een beetje mooi verkoopt, kan het maar net het verschil maken.
    Lees verder
     

    55 plus en toe aan een nieuwe baan?

    16-01-2018

    12 tips om jezelf serieus nemen in die laatste 25% van je loopbaan.

    Over 10 jaar kunnen we het ons waarschijnlijk nauwelijks meer voorstellen: dat het ooit zo ongebruikelijk was om na je 50ste en zeker na je 60ste nog van baan te veranderen. Maar als je nu een stap wilt maken, reageert je omgeving vaak verschrikt. Je gaat toch niet al je zekerheden loslaten? Je hoeft toch helemaal niet zo lang meer?

    Keer het eens om: ‘Ik heb nog maar zoveel jaar om mijzelf uit te proberen”

    Maar wat als je nu echt uitgekeken bent op je baan? Of wanneer je subtiel (en wellicht ook minder subtiel) naar buiten geduwd wordt? Of wanneer je gewoon zin hebt om nog wat nieuws te doen? In plaats van te denken:’ Ik moet nog maar zoveel jaar’, kun je ook denken:’ ik heb nog maar zoveel jaar om mijzelf deze nieuwe ervaring te gunnen’. Bovendien: de tijd van het zachtjes uitrijden na je 55 ste is gewoon voorbij: de periode die daarna komt, is gewoon nog zo’n 25% van ons werkzame leven. Het is geen kwestie van even op je tanden bijten en het is voorbij. Neem jezelf serieus en onderzoek wat de mogelijkheden zijn om weer meer plezier in het werk (leven) te hebben.

    12 Tips die je helpen doordacht in actie te komen:

    • Wacht niet tot het water je aan de lippen staat. Je jarenlang verbijten, gefrustreerd terug naar huis rijden, ‘smorgens zo weinig zin voelen: het is niet alleen zonde van je leven, het is ook gemiste tijd om je op iets nieuw voor te bereiden.
    • Handel niet overhaast. Gun jezelf de tijd om goed te onderzoeken waar je mogelijkheden liggen en hoe je je kansen kunt vergroten. Als je te globaal onderzoekt, loop je de kans terecht te komen in een veel te volle vijver of een beroep dat allerlei kanten heeft, die je niet aanspreken. Als bepaalde rollen/branches je aanspreken, kijk via de tweede lijn van je LinkedIn of je mensen kent, die je uit eerste hand kunnen vertellen hoe het is om bij voorbeeld aan de slag te gaan als zelfstandig financieel adviseur of docent.
    • Check of je lichter kunt reizen. We hebben allemaal financiële verplichtingen, maar die hebben we voor een belangrijk gedeelte ook zelf in de hand. Hoe zwaarder je financiële druk, hoe minder ruimte je jezelf kunt geven om te experimenteren. Is die vakantie, die nieuwe badkamer, dat grote huis je de druk waard, of kun je je speelruimte vergroten? Veel 60ers zijn voor veel vacatures gewoon te duur en opgesloten in hun gouden kooi. Als jij besluit dat het met minder kan, vergroot dat je kansen.
    • Reken jezelf niet te arm; veel 50ers en 60ers hebben het prima. Ze hebben vaak een flinke buffer op de bank of in stenen. Langzaam komt er ook een aanbod op gang om het geld wat nu vaak vastzit in je koophuis te benutten via een omkeerhypotheek.  Misschien kun je nu wel geld benutten voor een opleiding, maar kun je straks met meer plezier nog wel tot je zeventigste 2 dagen per week dat praktijkje aan huis volhouden. Of in de zaak van die vriend blijven werken, gewoon omdat je het leuk vindt.
    • Realiseer jezelf: onderzoeken verplicht je tot niets. Als je soms overmand wordt door angst dat het mis gaat; met onderzoeken kun je ook beginnen zonder dat je risico’s loopt. Het geeft je de kans om onderweg mogelijkheden te vinden.
    • Verleid jezelf met kleine acties. Vaak is het een combinatie van angst (als het mis gaat), drukte met de zaken van alledag en een gevoel van niet weten waar te beginnen, waardoor je niet tot actie komt. Het idee dat je aan het begin staat van een groot, zwaar en risicovol traject, maakt onbewust dat we het nog maar even een maandje uitstellen. En dat de maand erna weer. Als je dit herkent lees dan ook het artikel: ‘De kunst van het Kaizen’, van 21-11-2016 hier op de site.  Begin met kleine stapjes als er eens over praten met een goede vriend, jezelf aanmelden bij een vacaturesite.
    • Benut interne kansen. Binnen grotere organisaties liggen er soms kansen om intern te schuiven of iets binnen je baan te veranderen. Zeker als de organisatie bezig is met een thema als mobiliteit, jobcrafting, duurzame inzetbaarheid: meld je dan direct aan. De spotlights zijn dan op jou gericht en iedereen wil dat jij een lichtend voorbeeld wordt.
    • Denk na over de rol van je werkgever. Elke werkgever heeft er baat bij dat jij gemotiveerd je werk doet of anders (liefst opgewekt) vertrekt. Vaak is er dus een deal te maken over het meebetalen aan een opleiding, het opdoen van nieuwe ervaringen, een terugkeergarantie of de garantie van opdrachten bij de organisatie als jij als zelfstandige aan de slag gaat. Maar kijk wel eerst goed hoe het anderen vergaan is, die meer openheid toonden. Weeg de risico’s af. En alleen als je heel zeker bent van je kansen, ga dan in zee met een afscheidsdatum.
    • Optimaliseer jezelf als product: in netwerkgesprekken kun je steeds scherper proberen te krijgen hoe je jouw ervaring kunt combineren tot iets waar behoefte aan is. Begin bij voorkeur niet iets heel nieuws (waarbij je je ervaring niet meer gebruikt), want dan heb je meer concurrentie en verdien je waarschijnlijk een stuk minder. Maar kun je jouw jarenlange ervaring in het onderwijs niet heel goed gebruiken bij een adviesbureau in het onderwijs?
    • Kijk aan welke knoppen je kunt draaien. (Misschien hoef je wel helemaal geen andere baan). Soms zoeken we ook teveel ons geluk in werk alleen. Alsof een baan in al die behoeftes die we hebben kan voorzien: we willen een gezellig team, ons maatschappelijk nuttig voelen, inhoudelijk uitgedaagd worden. Soms helpt het om naast je werk een hobby te zoeken om bepaald behoeftes die je hebt te bevredigen; wordt die maatschappelijke component een stuk minder belangrijk als je regioleider bent voor Unicef of Amnesty. Of heb je genoeg aan je wat saaiere collega’s omdat je in een gezellig bandje bent gaan spelen. Of hoef je niet meer die baan in de culturele sector nu je als vrijwilliger zo lekker bezig bent bij het Filmfestival. Altijd al een eigen restaurantje willen hebben? Misschien kun je wel een avond per week voor weinig meehelpen in dat gezellige buurtrestaurant.
    • Kweek een laagje eelt. Je bent niet meer een kandidaat die bij voorbaat uitgenodigd wordt. Je krijgt waarschijnlijk te maken met leeftijdsdiscriminatie. Dit betekent niet dat je er niet aan moet beginnen, maar wel dat je aanpak anders moet zijn. Dat je meer via je netwerk moet werken, bij voorbeeld. Opdat beslissers je kennen en wel weten dat je nog bijzonder coherent kunt denken en vitaal bent. Er zijn ook werkgevers die juist graag wel willen geloven die het prima werkt met 60-plussers. Dat is wel een minderheid. Dus dat is goed om een laagje eelt te kweken. Deze afwijzing gaat niet om jou; die heeft te maken met hun (veelal) onbewuste vooroordeel jegens jouw leeftijd.
    • Investeer in jezelf: neem er de tijd voor en durf te investeren in een opleiding of een loopbaantraject. (Ik weet het: dit is een ‘Wc-eend beveelt wc-eend aan’ advies). Juist omdat onze loopbanen langer worden, is het steeds logischer om onderweg eens bij te tanken met een jaar opleiding in plaats van werken. Werk is nu eenmaal een belangrijk deel van ons leven. Niet alleen in tijd, maar ook in mogelijkheid om onze talenten te benutten en plezier te hebben. Als je dit artikel tot hier gelezen hebt, heb je al een mooie investering gepleegd. In andere artikelen kun je lezen over hoe je het handigst kunt netwerken of welke stappen je concreet kunt zetten. Om jezelf zo te verleiden niet te stoppen met onderzoeken aan welke knoppen je kunt draaien. Ook als je 55 plus bent.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Lees verder
     

    Op zoek naar een andere baan; open kaart spelen of niet?

    02-01-2018

    Vijf redenen om je werkgever er wél bij te betrekken.

    Voor de meeste mensen geldt dat het zoeken naar een nieuwe baan een geheim soloproject is. Ze hebben wat vaker een afspraak met de tandarts of werken een keer extra thuis, om hun sollicitatiegesprekken te kunnen voeren. Maar dat zal de meeste werkgevers niet opvallen. Het moment waarop het contract getekend is, is vaak pas het moment waarop de werkgever op de hoogte wordt gebracht.

    Je wilt niet de regie verliezen
    Het is niet voor niets dat veel werknemers hun zoektocht niet delen met hun werkgever. Er is een reëel risico dat je de regie verliest als je wel open bent over je verlangen elders te werken. Zo kan het zijn dat je niet meer betrokken wordt bij zaken. Of dat er opeens haast gezet wordt achter je vertrek en er deals geopperd worden met een vetrekdatum. Daar zit je natuurlijk niet op te wachten, zeker als je helemaal niet zo zeker bent van je kansen op de arbeidsmarkt.

    Maar je werkgever kan ook net het verschil maken
    Er is ook een andere kant. Veel mensen blijven te lang bij één werkgever, domweg omdat ze het niet voor elkaar krijgen de stap naar buiten te zetten. Laten we de complexiteit ervan ook vooral niet onderschatten. Een stap kunnen zetten vergt dat je weet wat je wilt en waar je mogelijkheden liggen. Je moet een aantrekkelijk ‘product’ zijn op de arbeidsmarkt en de juiste ingangen hebben. Zolang je een schaars product bent op de arbeidsmarkt, is dit niet zo lastig en word jij wel gebeld. Maar voor de meeste mensen geldt dat ze er veel moeite voor moeten doen. En dan kan de hulp van je werkgever net het verschil maken tussen proberen en slagen om daadwerkelijk een stap te zetten.

    Vijf redenen om je werkgever er wél bij te betrekken:

    1. Je wilt op een prettige manier afronden en zaken overdragen. Hier geldt echter wel de voorwaarde dat je een wijze werkgever hebt en werkt bij een organisatie waar men wel snapt dat mensen ook moeten uitstromen. Waarin je gewoon kunt aangeven dat je toe bent aan iets anders en er niet direct anders tegen je aangekeken wordt. Waar begrepen wordt dat het ook niet kan lukken en er dan meegedacht wordt over een oplossing. Dan kun je ook gewoon helpen zaken goed te organiseren, anderen klaar te stomen voor jouw werk en niet aan iets te beginnen dat je waarschijnlijk niet zult afmaken. Kijk goed naar hoe het anderen vergaan is om te weten of je werkgever ook daadwerkelijk wijs handelt of dat het vooral mooie woorden zijn.

    2. Je bent op zoek naar een goed netwerk in de branche. Stel: je wilt graag in je huidige branche blijven en je beschikt zelf niet over een groot netwerk. Waarschijnlijk zijn er anderen vanuit management of HR, die via branche-brede overleggen een beter netwerk hebben. Of kun je je netwerk opbouwen door zelf in een dergelijk overleg plaats te nemen. Misschien werkt bij jullie bedrijf de openheid wel niet omdat ze je onder geen beding bij de concurrentie willen hebben, maar het is goed om dat te onderzoeken. Misschien valt het mee en is men wel degelijk bereid mee te werken. Bovendien is de kans groot dat je werkgever er toch achter komt, zeker als de branche niet al te groot is.

    3. Je durft het risico niet te nemen uit financiële overwegingen. Afhankelijk van de positie van de werkgever kan het zijn dat er een deal te maken valt, waarbij je geld meekrijgt of een terugkeergarantie kunt afspreken of gedetacheerd wordt. Zeker bij reorganisaties zijn er allerlei regelingen in die richting.

    4. Je hebt behoefte aan begeleiding. Zeker als je niet zoveel zicht hebt op je mogelijkheden en/of de concrete stappen die je moet zetten in een sollicitatie-traject, kan het heel verstandig zijn begeleiding te zoeken. Dat gaat al gauw om een paar duizend euro. Dat is toch fijn als dat uit het budget van ‘learning’ komt. Maar ook dan geldt: als je daarvoor in de plaats een vertrekdatum moet aangeven, kun je beter wat bezuinigen op je vakantie en het uit eigen zak betalen.

    5. Je wilt jezelf een aantrekkelijker ‘product ’op de arbeidsmarkt maken. Voor de stap die jij wilt zetten heb je een bepaalde ervaring nodig. Via je werkgever kun je mogelijk iemand vervangen, meewerken aan een project of gedetacheerd worden. Misschien wil je zelfs een opleiding volgen om meer kans te maken.

    Conclusie
    Onderzoek of er een win/win is. Of jouw werkgever er baat bij kan hebben dat jij naar buiten gaat: misschien omdat ze willen bezuinigen of omdat je minder op je plaats bent. Maar misschien ook omdat jij straks weer een interessante klant kunt gaan worden. Kortom, onderzoek of je werkgever welwillend omgaat met vertrekkers en maak een verstandige afweging. Je neemt het risico dat je de regie verliest, maar de kans dat je blijft zitten als je het alleen moet doen is ook groot. Zoek creatief naar manieren om datgene wat jij nodig hebt in het voordeel te laten werken voor je werkgever.  


    Meer lezen over hoe je van het komende jaar jouw ‘Transitiejaar’ kunt maken? Dat kan hier.

    Lees verder
     

    Ben jij loyaal én een optimist? Dan loop je meer risico om vast te lopen in je werk!

    19-12-2017

    Hoe weet je of je er goed aan doet om nog een tijdje te blijven in je baan? Als je het regelmatig niet goed naar je zin hebt, maar het soms ook wel weer ok is, is dat een lastige beslissing. Mogelijk heb je al langere tijd te maken met kritische beoordelingen, een matige relatie met je manager, krijg je niet de klussen die bij je passen of zijn er pesterijtjes van je collega’s. Maar op andere momenten lijkt het allemaal wel weer mee te vallen. Als je manager zelf ontslagen is bijvoorbeeld of wanneer je in een project wel met leuke collega’s samenwerkt.

    Voorkom een langzame glijvlucht naar beneden
    Als je van nature een optimist bent, altijd hoop houdt op verbeteringen, is de kans dat je blijft groter. Als je jezelf daarnaast ziet als loyaal, iemand die nu eenmaal bij deze organisatie hoort, groeit de kans dat je een verkeerde inschatting maakt. Wellicht heb je het idee dat er voor jou weinig alternatieven zijn en dat jouw loyaliteit je houvast is. Maar pas op dat je niet bezig bent met een langzame glijvlucht naar beneden, waarbij je ongemerkt inboet aan zelfvertrouwen en werkplezier en je kansen op de arbeidsmarkt afnemen.

    Vier vragen om te voorkomen dat jij vastloopt in je baan
    Ga eens rustig aan de slag met de onderstaande vragen. Zo voorkom je dat je langer blijft dan goed voor je is.

    1. Waarop baseer je je hoop?
    Zijn er aanwijzingen dat de situatie verandert en je echt een nieuwe kans krijgt? Realiseer je dan dat er vaak van alles in je dossier staat. Elke nieuwe manager zal hoogstwaarschijnlijk zeggen dat ze je met open mind benaderen, maar dat werkt niet zo. Een mens wordt nu eenmaal onbewust enorm beïnvloed door het oordeel van anderen. Mogelijk geldt dat ook voor anderen in de organisatie en is er op andere afdelingen ook een negatief beeld van je ontstaan. Dat kan heel goed onterecht zijn, misschien ben je enorm geframed door een vervelende collega, maar je komt niet gemakkelijk van een stempel af. Probeer je kansen zo eerlijk mogelijk in te schatten en blijf niet hangen in de gedachte dat het allemaal zo oneerlijk is. Het is een gegeven. Proberen (ooit) je gelijk te halen, levert in vrijwel alle gevallen vooral veel frustratie en regelmatig een burn-out op.

    2. Heb je een alternatief?
    Als je overtuigd bent dat jouw enige kans op succes ligt in deze organisatie en in deze baan, kun je niet anders dan signalen negeren die erop duiden dat je beter weg kunt gaan. Je kunt pas echt realistisch afwegen wat de beste stap is, als het alternatief geen dreigende zwarte bladzijde is. Dus voordat je iets beslist: onderzoek vacatures, ga netwerken. Kortom, zorg ervoor dat je zicht hebt op je alternatieve mogelijkheden.

    3. Word je aantrekkelijker of minder aantrekkelijk voor de arbeidsmarkt?
    Van belang is het om te weten of je nog interessante opdrachten krijgt. Word je inhoudelijk nog voldoende uitgedaagd of word je vooral op corvee-werkzaamheden gezet? Ook is het belangrijk om naar jezelf te kijken: ben je vergeleken bij een jaar geleden, beter of minder goed in staat jezelf te verkopen? Is je zelfvertrouwen gegroeid of juist afgenomen?

    4. Heb je nog een fijn leven?
    Hoe staat het de laatste tijd met jouw welbevinden: pieker je niet teveel en slaap je nog goed? Ben je in de avond nog in staat om leuke dingen te doen? Pols jezelf regelmatig en  als er gedurende langere tijd onvoldoendes zijn op het punt van je welzijn, durf dan te kiezen voor actie.

    Het subtiele verschil tussen loyaal en angstig

    Vaak noemen mensen die (achteraf gezien) vinden dat ze te lang in dezelfde baan gebleven zijn zichzelf loyaal. Pas achteraf zien ze dat de voornaamste redenen waarom ze gebleven zijn, vooral met angst te maken hadden. Met angst om geen andere baan te kunnen vinden of om elders niet succesvol te kunnen zijn. “Ik ben nu eenmaal loyaal”, is dan het argument om, ondanks alles wat niet fijn is, te blijven. Daarmee voorkom je het ongemakkelijke gevoel dat je stom bezig bent, maar het is geen duurzame oplossing voor je problemen. Kortom: gun jezelf een eerlijk antwoord op de bovenstaande vragen en zorg écht goed voor jezelf. Ook als dat op de korte termijn onrust geeft.

    Lees verder
     

    Tien onconventionele tips voor een goed sollicitatiegesprek

    06-12-2017

    Regelmatig maakte ik deel uit van selectiecommissies en zag ik sollicitanten antwoorden geven, waarbij ik wist, nu wordt het een “nee”. De tips voor een sollicitatiegesprek op internet vond ik vaak veel te technisch. Zelden werd aandacht besteed aan de psychologie van de selecteurs.

    Zo kan het advies om vooral jezelf te zijn, gemakkelijk verkeerd uitpakken. Natúúrlijk moet je niet ‘heel iemand anders zijn’ in een sollicitatiegesprek. Maar het is ook goed om je te realiseren dat de tijd zo kort is, dat er nauwelijks ruimte is voor nuancering. Dat dus elk vlekje aan jou opeens het hele beeld negatief kan doen kleuren. Het is dus belangrijk om goed na te denken over de boodschap die je hebt. En je vooral ook goed te verplaatsen in de selecteurs. En dan ben je jezelf, maar wel ‘sollicitatiegesprekproof’. Hier een aantal onconventionele tips, waarmee je je kansen kunt vergroten.

    1) Zorg voor hard bewijsmateriaal.
    Vertrouwen creëer je door bewijsmateriaal. Door de dingen die je gedaan hebt. Niet door hard te roepen dat je heel goed in het organiseren bent, maar door aan te geven dat je een traject hebt getrokken met een budget van 1.2 miljoen. Dat je dat jaren achter elkaar hebt gedaan en er telkens weer voor werd gevraagd. Dat je altijd binnen budget bleef. Dat jij de trekker was van dat congres. Of jarenlang de tweede m/v bij de cao-onderhandelingen. Wees geen blaaskaak: “Ik kreeg gewoon veel kansen” doet het altijd goed. De goede verstaander begrijpt allang dat jij blijkbaar goed bent in wat je doet.

    2) Stel je selecteurs gerust.
    Het is goed om je te realiseren dat selecteurs geen gemakkelijke rol hebben. Het gaat om belangrijke keuzes en een verkeerde keuze geeft veel gedoe in een organisatie. Het luistert nauw, maar jij hebt er invloed op. Door de opgewekte rust die jij uitstraalt. Door je inlevend te tonen (“Het lijkt me een lastige keuze c.q. zware dag”). Door de selecteurs te bevragen op wat er voor hen belangrijk is. Maar vooral door het gezamenlijke streven te benadrukken: dat jullie beide een goede keuze maken. Dat jij ook alleen maar wilt starten als je het idee hebt er een succes van te kunnen maken.

    3) Denk klantgericht en schiet niet met hagel.
    Wat vinden deze mensen, deze organisatie belangrijk? Wat zal ze aanspreken en wat zal ze afschrikken? Misschien een open deur, maar we zijn vaak teveel met onszelf als sollicitant bezig om klantgericht (lees: selecteurgericht) te zijn. Je voorganger ontslagen wegens financiële malversaties? Benadruk jouw alom bekende integriteit. Grote reorganisatie op komst? Zoom dan in op situaties waarin jij opviel door jouw nuchterheid en stabiliteit. Te vaak hoorde ik enorm doordachte opsommingen van kwaliteiten, niet afgestemd op wat er gezocht werd. Wees niet de autoverkoper die uitgebreid vertelt hoe fijn de ski’s kunnen worden meegenomen, tegen iemand die helemaal niet van skiën houdt (ik, in dit geval).

    4) Laat anderen het woord voor jou doen (ook zonder dat ze erbij zijn).
    Mooier dan zelf roepen dat je goed bent is dat anderen te laten doen. Via stevige referentie, via je LinkedIn aanbevelingen en via het gesprek. Door mensen van naam te noemen in jouw branche als referent, help je de selecteurs aan vertrouwen in jou. Want als zo iemand zijn naam aan jou durft te verbinden, dan is dat een goed teken. Hetzelfde geldt voor bazen of collega’s vanuit de meest recente ervaringen. Dat gaat niet altijd, maar als je alleen referenten hebt van heel lang geleden lijkt het al snel alsof je lang geen succes hebt gehad. Wel altijd even vooraf overleggen met referenten en hen vriendelijk bevragen op wat ze van plan zijn te gaan zeggen.

    5) Wees zuinig met woorden en zorg voor een goede ‘soundbite’.
    In een poging de selectiecommissie te overtuigen gaan mensen vaak veel praten. Dat heeft in het algemeen een tegenovergesteld effect. De selecteurs hebben vaak (te)veel gesprekken op één dag en worden al gauw moe van al die woorden. Van belang is dat ze de juiste dingen van jou onthouden. Overschat dat niet. Help hen door niet te veel zijpaden te bewandelen. Door vooraf na te denken over wat jouw ‘soundbite’ zou moeten zijn. Een korte heldere boodschap die bij blijft en die jij een paar keer (met wat variatie) laat terugkomen in jouw verhaal. Bij voorbeeld:
    “Ik heb geleerd dat ik op mijn best ben als het stormt, als iedereen zijn zekerheden kwijt is en er snel keuzes gemaakt moeten worden. De balans die er dan gevonden moet worden tussen meeleven en doorpakken, dat vind ik mooi om naar te zoeken. En daar ligt ook mijn kracht”.
    “Ik heb bij mijn huidige werkgever ben ik vaak op de lastige trajecten gezet. Als er eerder dingen waren misgelopen. Ik merk dat ik dan geen moeite heb het hoofd koel te houden. Die stabiliteit, nuchterheid, kwam ook vaak terug in mijn beoordelingen”.
    Wat blijft dan hangen? Zoiets als “stabiel, nuchter, niet bot”.

    6) Ja, je hebt er zin in.
    Maar het is zeker niet zo dat je geen andere mogelijkheden hebt. Enthousiast ben je, juist over deze rol, deze functie, dit thema, deze sfeer. Hoe specifieker, hoe beter. Banen krijg je overal, maar deze baan is speciaal. Realiseer je dat selecteurs vaak deel zijn van de organisatie en het leuk vinden als jij hun bedrijf/vak ook mooi vindt.

    7) Je bent gewild (maar niet arrogant)
    Natuurlijk willen anderen jou ook. Vertel waarmee je nog meer bezig bent, wie jou ook willen. Beetje aanzetten mag, maar niet liegen. Bewezen is dat mensen sneller iets kopen als anderen het ook willen hebben. Of vertel over die (recente) keer dat je tweede werd, na die kandidaat die gewoon zoveel meer ervaring had. Je hebt daarmee van anderen al een stempel ‘goedgekeurd’ gekregen. Door je fans te noemen (“kan het heel goed vinden met mijn directeur”, “Ben overgestapt naar research omdat de manager van die afdeling met een probleem zat en ze mij daar graag wilden hebben”). Als anderen jou willen geeft de selecteur jou onbewust sneller het ‘ok-stempel’.

    8) Jij bent een reëel mens (ook als het misloopt)
    Ook als je met ruzie weggegaan bent, is het beter daar niet teveel over los te laten en vooral opgewekt terug te kijken. Je hebt ”veel geleerd” en “een leuk afscheid gehad”. Elke klacht over je vorige werkgever kan als een boemerang naar je terugkomen. Niemand heeft zin in een ruziezoeker die bij ontslag de werkgever zwart gaat maken.
    Vaak wordt zo’n verhaal ook gemaakt om uit te leggen waarom je weg gaat. Maar dat is helemaal niet nodig. Het is helemaal niet gek om een keer weg te gaan bij je werkgever. Je was gewoon weer eens toe aan een volgende stap in je ontwikkeling, had het gevoel dat je er je ideeën onvoldoende kwijt kon of werd altijd al aangetrokken door deze branche. Dat is ook een prima antwoord op de vraag waarom je weg wilt.

    9) Stel de vragen die jou verder helpen.
    Denk vooraf na over waar het jou om gaat. Vaak benutten kandidaten hun kostbare ‘vraag’ tijd onvoldoende. Als je scherp hebt wat voor jou belangrijk is (bv veel ruimte om zelf te beslissen); stel dáár dan een vraag over. Liefst een vraag naar de feiten en niet naar het oordeel van de selecteurs, want misschien is dat wel heel anders dan het jouwe. Vraag de commissie naar een voorbeeld, een uitdagend project dat jij, als je daar zou starten, mogelijk krijgt. Hoe het speelveld er ongeveer uitziet en wat tot jouw beslissingsbevoegdheid behoort. Met een goede inhoudelijke vraag, laat je natuurlijk ook weer zien, dat je over zaken nadenkt. Beperk jezelf wel en ga niet langer door dan er tijd is. Je kunt altijd vragen of er nog ruimte voor een vraag is of voorstellen hem anders tot een later moment te bewaren. En bewaar sommige vragen ook tot de band hechter is of regel het als je er werkt. Met een vraag als: “Kan ik op vrijdag graag thuis werken? “, kan je ook opeens in het vakje ‘niet ambitieus’ terecht komen.

    10) Don’t sell yourself cheap.
    Ook als je graag een baan wil, is het verstandig jezelf niet (ver) onder de marktprijs te verkopen. Want dan zou het beeld kunnen ontstaan dat er een vlekje aan je zit. Een jaarcontract is vaak aan de orde, maar misschien kom je er later achter dat er toch ook collega’s zitten voor wie dat niet gold. Daar kun je ook altijd naar vragen: ‘Geldt deze regel voor iedereen?” Breng je wensen met welwillendheid (om mee te denken) over, maar ook met vanzelfsprekendheid. Jouw houding is ook bepalend voor wat normaal is. En het is niet fijn er later achter te komen dat jij op een veel lager salaris bent aangenomen dan de anderen.

    Lees verder
     

    Waarom je vaak zo weinig opschiet met een ontwikkelassessment.

    18-11-2017

    Hanteer liever het Spekkoekmodel als je wilt weten welke baan echt bij je past.

    Het is goed om niet te hoge verwachtingen te hebben van een ontwikkelassessment. Als je wilt weten wat nu echt bij je past, is de uitkomst zelden verrassend. De uitkomsten zijn grotendeels gebaseerd op ideeën die je al in je hoofd hebt zitten.

    Je hebt een dag hard geploeterd. Je krijgt een lekker vertrouwwekkend dik verslag met bevindingen over je kwaliteiten en mogelijkheden. Je moet het zoeken richting evenementen (Toevallig, daarin had je al gewerkt.) Of iets in de medische sfeer (Nou ja zeg, daar dacht je al een tijdje aan, dat kan geen toeval zijn).

    Laag om laag krijg je pas echt nieuwe inzichten

    Wat ontbreekt in de assessments is externe input. Het idee is dat je aan tafel kunt verzinnen wat bij je past. Maar zo werkt het niet. De psycholoog kent ook maar een beperkt aantal mogelijkheden en kan ook niet voor alle functies aangeven hoe je kansen liggen. Om verder te kijken dan wat je al kent én om een reëel beeld te hebben van je mogelijkheden, moet je , net als bij het maken van spekkoek, laag om laag werken. Een laagje inzicht, gevolgd door een laagje toetsing in de praktijk.

    Globaal zicht op je kwaliteiten en verlangens is goed genoeg om aan de volgende stap te beginnen

    Natuurlijk is het goed om eerst eens stil te staan bij je kwaliteiten en verlangens. Vooral het benoemen van de kwaliteiten waarmee we de zaken voor elkaar krijgen, blijkt vaak best lastig. Bij functioneringsgesprekken en andere evaluaties wordt nu eenmaal vaak veel uitgebreider stilgestaan bij ontwikkelpunten en ‘wat kunnen we hiervan leren?”. Verlangens en ambities zijn vaak sterk ingegeven door datgene waar je vanaf wilt: minder bureaucratie, minder druk, een minder lastige manager. Globaal kun je vaak wel formuleren wat er nu belangrijk voor je is en dat is genoeg.

    Kopjes koffie drinken

    Op basis van je kwaliteiten en verlangens formuleer je een aantal gebieden/mogelijke functies die je zou willen onderzoeken. In je netwerk ga je op zoek naar mensen die je er iets over kunnen vertellen of die mensen weten die wel even een kopje koffie met je willen drinken. Het zijn dit soort gesprekjes die je helpen een realistisch beeld te krijgen van zowel de aantrekkelijkheid van een optie, als jouw kansen om ertussen te komen.

    De juiste conclusies trekken

    Via koffiegesprekjes, en als je wat verder bent door concrete sollicitaties, vergroot je je inzichten. Wellicht kom je tot de conclusie dat een schijnbaar aantrekkelijke optie in feite helemaal niet is wat je zoekt. Misschien ben je ook geneigd te snel een bepaalde richting af te schrijven omdat de eerste informatie tegenvalt, of omdat je afgewezen wordt in het sollicitatiegesprek. Dan is het van belang niet rücksichtsloos je gevoel te volgen (“dit wordt toch niets”), maar te zorgen voor toetsing door anderen: nuchtere vrienden, een coach. Trek de juiste conclusies, misschien is die functie wel erg leuk, maar niet bij deze organisatie. Of is de organisatie best ok, maar niet deze afdeling.

    Waar je uitkomt valt niet te voorspellen

    De kans is groot dat je uitkomt op een functie, die je nog helemaal niet op het vizier had. Waar je wellicht zelfs nooit eerder van gehoord had. Dat is het voordeel van werken in lagen. Inzicht en toetsing. Via een beslisboom vallen bepaalde opties af en komen er nieuwe mogelijkheden bij. Ook je criteria worden al pratende scherper: kom je erachter dat er in die richting die zo leuk leek, alleen maar tijdelijke dienstverbanden zijn. Of dat de mensen je helemaal niet aanspreken. Al onderzoekende leer je het meest. Laag om laag dus, met geduld. Zoals bij het maken van een spekkoek, zeg maar.

    Meer lezen over hoe ontwikkelassessments ook anders kunnen en hoe je erachter kunt komen wat bij je past? Lees dan verder in onze artikelen; bijvoorbeeld: een-baan-die-echt-bij-je-past

    Lees verder
     

    Natuurlijk wil je niet je hele leven bij dezelfde werkgever blijven. Maar wat nu als je bij de beste zit?

    07-11-2017

    Het is een prachtige organisatie, waarvoor je werkt. Je kunt er op verjaardagen nog steeds met trots over spreken. Je werk boeit je ook nog echt, je hebt het naar je zin met je collega’s en je verdient bovengemiddeld goed. Je zou geen werkgever kunnen bedenken, waar je liever zou willen werken. En dat al 8 jaar, of 12 of misschien wel 15. Je had vooraf nooit kunnen vermoeden dat je zo lang zou blijven, toen je startte. Maar is het eigenlijk verkeerd? En hoe weet je wanneer je te lang blijft?

    Voorkom dat je opgewekt de fuik in zwemt.

    Dat je ergens te lang gebleven bent, heb je vaak pas achteraf door. Als je weg wilt of moet en het lukt niet. Of je merkt dat je wel wilt, maar dat je jezelf afremt: dat je onvoldoende zelfvertrouwen hebt om een stap naar buiten te zetten. Je bent jarenlang met plezier aan het werk, maar je bent je er niet van bewust dat er iets verandert. Dat je positie op de arbeidsmarkt minder is geworden, of dat je angstiger bent dan vroeger. Het is zaak om, zelfs als je bij de beste werkgever werkt en het goed naar je zin hebt, regelmatig je positie te checken. En keuzes te maken, die je helpen onafhankelijk te blijven. Kortom; geniet van nu, maar blijf bezig met je toekomst en voorkom dat jij in een fuik belandt.

    5 tips om uit de fuik te blijven:

    1. Check je positie intern. Stel jezelf regelmatig de vraag of je nog met even veel plezier werkt als vorig jaar. Of je nog gevraagd wordt voor de klussen die je graag doet. Of je nog succesvol bent. En durf ook aan relevante anderen te vragen hoe zij vinden dat het gaat.

    2. Blijf naar buiten kijken. Je hebt het nu te druk en je gaat wel weer eens kijken naar mogelijkheden, als je ook echt de behoefte hebt om een stap te zetten. Nee, dus. Het is belangrijk om voeling met de markt te blijven houden. Door regelmatig te kijken naar vacatures, ten minste een keer per half jaar eens te reageren op een vacature. Misschien toch eens in gesprek te gaan met een headhunter. Maar ook door kansen te benutten om met buitenstaanders te werken. Kortom, onderhoud je netwerk en blijf oog houden voor je externe mogelijkheden.

    3. Word geen salarisjunkie. Door een buffer op te bouwen en geen maximale hypotheek te nemen, hou je de vrijheid om zelf je keuzes te maken. Je loopbaan duurt nog lang; misschien wil je wel een keer weer een jaar full time gaan studeren. Misschien biedt een andere werkgever je op termijn wel dingen, die je ook nog graag wilt ervaren: meer buitenland ervaring, of echt iets goeds doen voor de maatschappij. Zie de waarde van je financiële onafhankelijkheid, boven die van een nieuwe badkamer.

    4. Kijk jezelf eerlijk in de ogen: ben ik loyaal of vooral angstig? Het kan er ongemerkt insluipen: angst om het vertrouwde nest te verlaten. Check jezelf met de volgende vragen:
    • Geloof ik dat ik ook buiten deze organisatie succesvol kan zijn?
    • Kan ik het verdragen als mijn overstap geen succes zal zijn?
    Als je antwoord op beide vragen geen overtuigd “ja ” is, zorg dan voor een beter verhaal. Door nieuwe ervaringen op te doen met anderen, binnen of buiten je werk (in een bestuur van de school, in een branchevereniging of een opdracht met externen) om je kwaliteiten buiten je bekende werkomgeving te benchmarken.

    En oefen jezelf in het juiste verhaal. Onbewust hebben we vaak een verhaal in ons hoofd, dat ons angstiger maakt. Geef bewust tegengas met een realistisch verhaal dat je ruimte geeft om (ooit) een stap te zetten. Zoiets als: “Ik kan niet uitsluiten dat als ik hier weg ga, ik een verkeerde keuze maak. De organisatie kan toch niet bevallen, of ik kan de organisatie niet bevallen. Dat zou ik erg vervelend vinden, maar ik kan het wel verdragen. Ik kan het financieel aan en ik weet dat ik weer een andere baan zal vinden. Als ik nooit wegga, loop ik ook een risico. Bovendien heb ik mijzelf dan laten leiden door angst en dat voorbeeld wil ik niet aan mijn kinderen meegeven.”

    5. Blijf jezelf ontwikkelen. Door je bezig te blijven houden met je toekomst (wat wil ik over 3 jaar en over 5 jaar?) doe je dat gericht en niet te eenzijdig. Benut je kansen om niet alleen beter als professional te worden, maar ook aantrekkelijk te zijn als ‘product ‘op de arbeidsmarkt.

    Geniet van nu. Maar houd oog op je toekomst.

    De verleiding is groot om alleen maar te genieten van je fijne positie nu. En dat je het wellicht zelfs vanzelfsprekend bent gaan vinden; want dat is wat er vaak gebeurt als je niet meer naar buiten kijkt. Maar soms moet je weer eens solliciteren, om te zien hoe goed je het hebt. En vooral moet je je oog ook op de buitenwereld blijven richten, om zelf de regie te kunnen houden.

    Lees verder
     

    Hoe staat het met de doorgroeimogelijkheden binnen uw bedrijf?

    26-10-2017

    Het is best wat waard om een stabiele groep medewerkers in huis te hebben, op wie u aankan en die kennis van zaken hebben. Maar wat als die medewerkers nooit meer uitstromen? Als loyaliteit ongemerkt veranderd in angst om stappen naar buiten te zetten? Wat betekent dat dan voor nieuwkomers, voor innovatie binnen de organisatie?

    Baangarantie is nu garantie op ontwikkeling

    Welke werkgever kan nog garanderen dat alle banen blijven bestaan, dat er voor iedereen over 5 jaar nog werk is? In de dynamiek van vandaag veranderen organisaties en banen; een baangarantie is steeds minder realistisch. En ook werknemers zelf veranderen; ambities, verlangens, mogelijkheden. Soms is de ‘fit’ er steeds minder en niemand is erbij gebaat dat de medewerker alleen nog maar bij u blijft werken, omdat hij/zij geen alternatief ziet. Duurzaam werkgeverschap betekent dat u medewerkers helpt nu op hun best te zijn, maar ook als dat noodzakelijk is waardevol weer uit te stromen. Kortom, een goed product te blijven op de in- en externe arbeidsmarkt

    Voorkom gefrustreerde nieuwkomers

    Bezig zijn met je eigen ontwikkeling, nadenken over je toekomstmogelijkheden; vaak komt het er niet van. Daardoor hebben veel werknemers geen echt toekomstplan en missen zij in het hier en nu kansen om zich gericht te ontwikkelen. Ze de kans te lang te blijven. Namelijk te blijven terwijl ze niet meer echt gemotiveerd zijn of op hun best zijn. En dat gunt u niemand. Hen niet, maar ook de organisatie niet, die vaak best wat frisse ideeën kan gebruiken. Als er te weinig nieuwkomers zijn, zal hun geluid ook niet gehoord worden. Plus dat er onvoldoende ruimte is om door te groeien en zo echt impact te hebben.

    Help hen hun bijdrage te leveren

    Als u een gezonde in- door- en uitstroom wilt: begin dan niet alleen bij medewerkers waarvan u afscheid wilt nemen. Kies voor een aanpak waarvan medewerkers zelf het voordeel zien. Geef hen de kans aan zichzelf te werken. Niet zwaar en ingewikkeld. Want dat is vaak helemaal niet nodig als er op tijd wordt begonnen met het aanbieden van ‘onderhoud”. In een veilige setting, soms binnen, maar vooral ook buiten de organisatie, waarbij medewerkers kunnen speken over hun twijfels. Want laten we vooral niet onderschatten hoe lastig het is voor veel mensen om stappen te zetten. Zorg voor laagdrempelige aandacht voor de ontwikkeling van elke medewerker en help zo nieuwkomers hun waardevolle bijdrage te leveren aan uw bedrijf.

    Lees verder
     

    Wil je groeien? Zet dan nog even geen stap naar buiten!

    24-10-2017

    Je wilt graag een stap zetten in een nieuwe richting. Meer projectmanagement in plaats van ondersteuning, bij voorbeeld. Of je wilt je graag leiding geven gaan geven aan een team. Tijd voor iets nieuws dus, liefst ook bij een andere werkgever, waar je fris kunt starten. Maar in veel gevallen is het handiger om te proberen de overstap naar een nieuwe rol juist bij je huidige werkgever te maken. Of daar te proberen relevante ervaring op te doen, via projecten of vervanging.

    Wil je een stap zetten naar een andere rol of vak, of een verticale stap maken?

    Vijf redenen om voorlopig nog te blijven bij je huidige werkgever:

    1) Je huidige werkgever heeft belang bij jouw acties. Of dat nu is omdat je nog waardevoller wordt voor de organisatie vanwege je nieuwe ervaringen of omdat je daarmee meer kans hebt om(op termijn) uit te stromen; het kan allebei. Veel mensen betrekken hun werkgever niet bij hun zoektocht naar iets anders uit angst om de regie te verliezen. Steeds meer werkgevers snappen echter ook wel dat zij een aandeel hebben in een goede door- en uitstroom van medewerkers. Zij willen graag een positief beeld laten zien van het mobiliteitsbeleid en zoeken naar voorbeelden. Het loont steeds vaker om wél in gesprek te gaan.

    2) Jouw potentiële nieuwe werkgever doet aan risicoreductie. Vaak kan er gekozen worden uit meerdere sollicitanten en ervaring weegt zwaar. Hoe voller de vijver waarin je je beweegt, hoe zwaarder dat telt. Als je docent wiskunde wilt worden, controller of werkvoorbereider, zul je vaak wel welwillende werkgevers vinden, die graag verder in jouw kennis willen investeren. Beweeg je je in vollere vijvers, zoals communicatie en marketing of projectmanagement, heb je alle bewijsmateriaal nodig om een kans te maken.

    3) Bij je huidige werkgever heb je een netwerk en bent daardoor sneller op de hoogte van allerlei (tijdelijke) mogelijkheden. Bovendien kennen ze je en krijg je gemakkelijker het vertrouwen voor een meer experimentele stap.

    4) Je kunt zelf veilig testen of een dergelijke rol bij je past. Bij je huidige werkgever heb je meer kans dat er in overleg naar oplossingen gezocht wordt wanneer het niet bevalt, dan wanneer je elders gestart bent in die nieuwe rol.

    5) Door je opgedane ervaring vergoot je je kans van slagen bij een volgende werkgever. Je neemt al kennis, en vooral natuurlijk frisse ideeën, mee. Je hebt elders al fouten kunnen maken. En qua imago kan het ook goed werken, zeker als het om een verticale stap gaat: niemand kent je meer vanuit je vorige rol.

    De voordelen van Warm Weggaan

    Het kan natuurlijk niet altijd: de organisatie moet zich ertoe lenen. De meeste grotere werkgevers hebben wel ruimte voor dergelijke experimenten. Bij kleinere werkgevers kan je manager je wellicht helpen met zijn/haar netwerk. Of je je behoeften bespreekt, hangt af van de situatie. Kijk vooral ook hoe het anderen vergaan is: of er hulp was of juist vooral druk uitgeoefend werd. Pas ook op als je heel erg genoeg hebt van je baan of de organisatie. Dan loop je het risico te vluchten. Dat wil zeggen: eerst ontslag te nemen en daarna pas je plan te bedenken. Zorg dan dat je eerst een beetje tot rust komt in de vakantie. Neem de tijd een strategie te bedenken. Het beste ga je ‘Warm Weg’ bij je werkgever, dat wil zeggen: in (een constructief) gesprek. Voor jou fijn omdat je dan vaak hulp kunt krijgen en je goede referenties krijgt. Voor je werkgever fijn omdat je positief over de organisatie praat en mogelijk ooit weer klant wordt. Niemand zit erop te wachten dat jij gedemotiveerd raakt en alleen nog maar komt omdat je geen ander perspectief ziet. Benut dus ook die behoefte van je werkgever.

    Meer lezen over de voordelen van ‘Warm Weggaan? Lees dan het artikel op de site.

    Lees verder
     

    Durf jij wel genoeg domme vragen te stellen/opmerkingen te maken?

    12-10-2017

    Leer fouten maken in 5 stappen.

    Iris zal niet zo snel haar mond opendoen in het afdelingsoverleg en de rondvraag laat ze vrijwel altijd aan zich voorbijgaan. Maar als je Iris in een één op één contact spreekt, heeft ze wel degelijk een mening over veel zaken op het werk. Met haar oplossingsgerichte, analytische benadering zouden haar ideeën echt wat kunnen toevoegen. Maar dat gunt ze haar collega’s niet. Niet uit onwil, maar omdat ze zichzelf afremt als ze in de schijnwerpers staat. Ze verzint allerlei redenen waarom ze nu beter niets kan zeggen, waarvan ze diep in haar hart wel weet dat het smoezen zijn. Daarom weten maar weinig mensen hoe origineel en constructief haar ideeën zijn. Hoe goed ze eigenlijk is.

    Ben jij ook een Iris?

    Misschien herken je jezelf wel in de bovenstaande beschrijving. Spreek jij je soms ook niet uit, terwijl je eigenlijk wel degelijk iets wilde zeggen. Snap je echt niet wat er bedoeld wordt, maar laat je het maar gaan. Heb je in stilte een idee ontwikkeld, maar durf je het niet op de agenda te zetten. Of breng je het zo klein en bescheiden (“Het is maar een ideetje.”), dat die dominante collega er direct overheen walst.

    Het risico lopen om dom gevonden te worden.

    Hieronder een 5 stappenplan om jezelf te helpen het risico te lopen om dom gevonden te worden. En daarmee vooral beter je kwaliteiten te benutten en kleurrijker te zijn.

    1. Word je bewust van je smoezen op de momenten waarop je iets wilt zeggen en dat toch niet doet. Ze zijn er in allerlei varianten, even wat voorbeelden: “Ik zoek het later nog wel een keer uit en ik wil ze niet ophouden”, “Ik zit vandaag niet zo lekker in mijn vel, komt wel een andere keer”, “De vergadering duurde al zo lang, er was gewoon geen tijd meer voor”. Het kan allemaal best een keer echt waar zijn, maar check eerlijk bij jezelf of niet de hoofdreden van jouw zwijgzaamheid was, dat je ergens angst voelde in je lijf.

    2. Schrijf je gedachten eens op en kijk ernaar. Vaak kenmerken onze remmende overtuigingen door net woord ‘moeten’ ergens in de zin. Probeer eens of je deze zin af kunt maken: ‘Ik moet voorkomen dat…”. Het antwoord daarop zal je waarschijnlijk reëel voorkomen. Bij voorbeeld: “dat ik voor gek sta” of “dat ze over mij praten achter mijn rug”. Probeer je eigen therapeut eens te zijn door jezelf te bevragen met “en dan?”. Mogelijk kom je uit op dat bottomline je denkt dat ze het nooit zullen vergeten, dat je baas je incapabel gaat vinden en dat je je baan kwijtraakt. Dit zijn gedachten die je gevoel sturen, zonder dat je je dat bewust bent. Nu kun je eens rustig naar je gedachten kijken en je afvragen of je het wel klopt, wat je hier denkt.

    3. Geef bewust tegengas. Je bent geen slachtoffer van je gedachten; je kunt echt anders denken. Dat gaat waarschijnlijk niet zomaar, als een bekeerling die het licht gezien heeft, maar als je bewust tegenstuurt, lukt het wel. Wat je helpt zijn de volgende vragen: ‘Helpt deze overtuiging je verder?’ En: ‘Hoe groot schat jij de kans dat je je baan echt kwijt zult raken als gevolg van jouw domme opmerking? ‘Ten slotte: ‘Stel dat, hoe onwaarschijnlijk ook, je hierdoor je baan kwijt zou raken, zou je dan nog gelukkig kunnen worden?’ Verder praktisch: vertel over de overtuigingen en je nieuwe aanpak tegen andere (oplossingsgerichte) mensen. Zo wordt het steeds meer een nieuwe werkelijkheid voor je.

    4. Experimenteer. Het beste leer je door nieuwe ervaringen op te doen. Je zou jezelf kunnen voornemen wél een keer aan te geven dat je iets niet begrijpt of een punt op de agenda te zetten in het overleg of je hand op te steken in de rondvraag. Misschien niet gelijk in een lastige setting, maar bij een minder lastig overleg. Jezelf voornemen te oefenen met vragen stellen of opmerkingen te maken en ervaren wat er nu echt gebeurt. Met een nieuw verhaal bewust repeterend: dat het je alleen op korte termijn verder helpt zo voorzichtig te zijn, maar uiteindelijk ook veel nadelen heeft. Dat de risico’s helemaal niet zo groot zijn als ze soms voelen.

    5. Noteer je vorderingen. Je zou over een tijdje zomaar kunnen denken, dat je nu iets doet wat je altijd al kon, terwijl je wel degelijk nieuw gedrag uitprobeert. Het risico is aanwezig dat, als je niet een logboekje bijhoudt van je experimenten, je vooral ziet wat er nog niet goed gaat en daardoor minder gemotiveerd raakt. Geef jezelf de credits voor het oefenen. Wees net zo begripsvol naar jezelf als je zou zijn bij je kind, als je vragen of opmerkingen er soms wat weinig geroutineerd uit komen. Je hebt immers jarenlang niet geoefend en jezelf uiten in een overleg vergt een leertraject. Vier je successen.
    Het risico durven te lopen iets doms te zeggen, is eigenlijk een voorwaarde om succesvol te kunnen zijn. Om er lol in te hebben.

    Hierboven heb ik de RET-methodiek gebruikt om je tolerantie voor risico’s te vergroten. Een nuchtere techniek uit de cognitieve psychologie. Wil je meer lezen over deze aanpak, kijk dan verder op onze site lees dan ook onze andere artikelen.

    Lees verder
     

    Zorgen dat je de essentiële informatie voor jouw keuze krijgt in het sollicitatiegesprek

    11-09-2017

    Lijkt op de STAR-methodiek, maar dan voor jou als sollicitant

    Tijdens en vaak ook voorafgaand aan een sollicitatiegesprek is er ruimte om vragen te stellen. Veel sollicitanten gebruiken die tijd niet goed. Ze stellen vragen met de bedoeling een goede indruk te maken, in plaats van vragen die hen zelf helpen een juiste keuze te maken. Om goede vragen te stellen, moet je helder hebben welke criteria voor jou van belang zijn (zie het vorige artikel in NRC). Maar ook als je dat scherp hebt, is het nog niet zo gemakkelijk de juiste vragen te stellen. Je krijgt al snel een gekleurd en/of sociaal wenselijk antwoord. Hier kun je lezen hoe je wel aan de juiste informatie komt over de zaken die voor jou essentieel zijn in een baan.

    Gevaarlijke vragen (want leveren gekleurde informatie op)

    Stel; je wilt weten of je je jouw ideeën kwijt kunt in je werk. Je solliciteert als hoofd van een grote afdeling in de zorg en voor jou is het van belang dat je ook invloed hebt op de strategie, dat er ruimte is om zaken vernieuwend aan te pakken. Om soms ook een beetje buiten de lijntjes te kleuren met elkaar.
    Je weet dat de organisatie daarom bekend staat, maar dat geeft nog geen garantie voor de ruimte die jij krijgt.
    De voor de hand liggende vraag is wellicht:

    “Is er ruimte voor mijn eigen ideeën?“
    Dit is een gevaarlijke vraag om 2 redenen:
    1) Het leidt in veel gevallen tot een sociaal wenselijk antwoord: “ja dat doen wij zeker”( het is naar om van jezelf als directeur te moeten denken dat jij mensen geen ruimte voor eigen ideeën geeft)
    2) Het antwoord is gekleurd door het normgevoel van degene die het antwoord geeft. Die kan zichzelf heel open vinden, maar in jouw norm is hij/zij dat wellicht niet.

    Kortom: je hebt feiten nodig.

    Een (soort) STAR-methodiek voor sollicitanten

    Veel interviewers gebruiken de STAR-methodiek. Dat betekent niet veel anders dan dat zij vragen naar concrete voorbeelden, ofwel, de feiten. STAR staat namelijk voor Situatie, Taak, Actie, Resultaat. Zij proberen zicht te krijgen op wat jij in een bepaalde context precies deed en wat het resultaat was. Daarmee krijgt de interviewer feitelijke informatie, die hij/zij dus zelf kan beoordelen. Daar ben jij ook naar op zoek.

    Een voorbeeld: 

    Hieronder een aantal vragen die je helpen feitelijke informatie te verkrijgen over jouw criteria, in dit geval dus: voldoende ruimte krijgen:


    • Hebben jullie als organisatie weleens zaken aangepakt, op een manier die aanschuurde tegen de grenzen van wat mocht, omwille van de inwoners?
    • Heb je daar een concreet voorbeeld van, liefst op deze afdeling?
    • Wat was de rol van mijn voorganger daarin?
    • Welke rol speelden jullie als directie
    • Welke beslissingen nam hij/zij zelf en welke lagen op jullie bord?

    Voorbeeld over: sfeer 

    1. Worden er weleens zaken buiten het werk georganiseerd met het team? 
    2. Wanneer bij voorbeeld? Hoeveel mensen gingen er toen mee?
    3. Hoe gaat het hier met lunchen: wordt er gemeenschappelijk geluncht of apart?

    Voorbeeld over: de mogelijkheid om jezelf te ontwikkelen

    1. Als we naar dit team kijken, wat is er de afgelopen jaren aan opleiding gedaan?
    2. Hoeveel mensen namen deel en wat hebben zij gedaan?
    3. Zijn er ook in-company trainingen geweest? Is er een persoonlijk opleidingsbudget en zo ja, hoeveel bedraagt dat?
    4. Hebben jullie zelf het afgelopen jaar nog een opleiding of training gevolgd?

    Voorbeeld over:  innovatief zijn 

    1. Jullie geven aan behoorlijk innovatief te zijn; heb je daar ook een voorbeeld van waarbij deze afdeling/mijn voorganger betrokken was? 
    2. Waarin zie je dat innovatieve denken terug in de visie voor de komende jaren? 
    3. Met wie hebben jullie de afgelopen jaren vooral samengewerkt op het vlak van innovatie? 
    4. Waar zijn jullie het meest trots op, als het op de innovatieve kracht van de organisatie aankomt? Wat zien jullie als de belangrijkste hobbel/tegenkracht waar je mee te maken hebt?

    Waarom feiten zo belangrijk voor je zijn

    Met deze informatie kun je beoordelen of jullie verwachtingen overeenkomen. Of hun beeld van veel mogelijkheden tot ontwikkeling, ongeveer overeenkomt met dat van jou. Misschien vindt jouw gesprekspartner één keer per jaar een korte in-house training al heel wat, terwijl jij naar Insead wilde. Of is men theoretisch erg vóór persoonlijke ontwikkeling, maar kwam het er de afgelopen jaren nooit zo van. Weeg kortom zelf, neem er je tijd voor en benut die tijd doelgericht. Meer tips over wat je kunt doen om de juiste informatie te krijgen in een sollicitatieprocedure: lees dan het uitgebreide artikel met extra tips op www.loopbaanonderhoudsgroep.nl

    Extra tips:

    • Voordat je “ja ”zegt, vraag of je een keer mag mee lunchen met het team of gewoon een aantal collega’s. Dat geeft vaak weer veel nieuwe informatie.
    • Vraag vooraf hoeveel tijd er is voor jouw vragen. Als je direct de ruimte krijgt, pas dan wel op dat je niet te veel tijd benut, maar denk mee. “Ik heb nog niet al mijn vragen gesteld, maar wellicht kan dat op een later moment nog”. En begin bij wat je het belangrijkst vindt.
    • Kijk ook nog of je via je LinkedIn mensen kan benaderen voor extra informatie.
    • Een sollicitatiegesprek is een bijzonder abnormale situatie, waarin alle risico’s uitvergroot worden. Elke vraag die je stelt, geeft ook weer een mogelijk negatief beeld van jou . Pas op met vragen die gaan over de combinatie werk/privé, omdat het beeld kan ontstaan dat jij de kantjes eraf gaat lopen of je al te gemakkelijk ziek meldt als je kind ziek is.Tegelijkertijd kunnen ze ook relevant genoeg zijn om wel te stellen, maar weeg je woorden dus wel wat extra.

    Lees verder
     

    Op zoek naar de baan die echt bij je past? Maak vooraf je boodschappenlijst en laat je niet verleiden door aanbiedingen!

    11-09-2017

    10 voorbeelden om jouw criteria scherp te krijgen

    Als je een nieuwe baan zoekt, wil je een goede keuze maken. Je wilt rustig en overwogen kiezen, de tijd nemen om uit te zoeken wat je echt wilt en waar je kansen liggen. Maar dat valt nog niet mee. Je hebt te maken met allerlei prikkels, zowel van binnenuit als van buitenaf, die je de kant uit sturen van snelle en niet optimale keuzes. Hier lees je hoe je doelgericht te werk gaat.

    Omdat je eigenlijk niet zo van andijvie houdt

    Zonder boodschappenlijstje kun je je gemakkelijker laten verleiden tot het kopen van spullen die je eigenlijk helemaal niet nodig hebt of niet echt lekker vindt. Gewoon omdat ze in de aanbieding zijn of heel erg in het zicht liggen. Zit je met andijvie waar je eigenlijk helemaal niet zo dol op bent of met spaghetti waar je nog 2 pakken van had liggen. Ook als je een baan zoekt geldt dit principe; zonder lijstje kom je terecht bij banen die bij toeval op je pad komen. Of die aantrekkelijke kanten hebben, maar niet persé op dit moment goed voor jou zijn. Als je de tijd neemt om voorafgaand aan (en tijdens) je zoekproces je lijst met criteria scherp te krijgen, loop je veel minder kans de verkeerde keuzes te maken.

    Belemmerende overtuigingen helpen om te snel toe te happen

    Wat niet helpt is dat we onszelf vaak onnodig snel ongerust maken. Het is goed om realistisch en alert te zijn op risico’s, maar veel mensen hebben de neiging zichzelf (onbewust) nogal remmend toe te spreken. Twijfels over de eigen kwaliteiten en kansen op de arbeidsmarkt, zorgen ervoor dat vaak te kort en te weinig doelgericht gezocht wordt naar een nieuwe baan. En dat is zonde, want je hebt niet zoveel mogelijkheden om te kiezen in één carrière. Voordat je het weet, ben je weer een paar jaar verder. Elke keuze bepaalt bovendien weer mede de volgende.

    Wat vind ik echt belangrijk in een baan? (ofwel: jouw boodschappenlijst)

    Hoe weet je waar het jou om gaat? Als je er eens voor gaat zitten, kom je al een eind. Als je eens gaat praten met wat mensen uit je omgeving en ook wat sollicitatiegesprekken voert, nog meer. En als het niet preken voor eigen parochie zou zijn, zou ik ook nog zeggen dat het nuttig is om een loopbaantraject te volgen, opdat je systematisch bevraagd wordt. Hieronder geef ik je alvast een aantal ideeën, die je kunnen helpen jouw lijst scherp te krijgen. Stel jezelf de vraag: wat vind ik echt belangrijk in mijn baan?

    • Je kunnen ontwikkelen, opleidingen volgen, de ruimte krijgen in je functie om met nieuwe ontwikkelingen bezig te zijn, doordat het een stap verder is dan wat je nu doet.
    • Nuttig werk doen, doordat je achter de doelen van de organisatie staat, de organisatie een maatschappelijk doel dient.
    • Werken in een fijn team, dat bij je past doordat er leeftijdsgenoten in zitten, of juist omdat het gevarieerd is, waar je kunt leren van anderen.
    • Werken in een goede sfeer; geen murw geslagen collega’s die de ene na de andere reorganisatie hebben doorgemaakt, collega’s die elkaar helpen.
    • Genoeg tijd hebben voor je gezin, omdat de reistijd niet te lang is, er niet standaard veel overgewerkt wordt en je soms thuis kunt werken.
    • Internationaal werken, bij een werkgever met een goed internationaal netwerk.
    • Een goede vervolgstap kunnen maken na deze baan, wellicht heb je al helder wat je uiteindelijk graag wilt bereiken.
    • Impact kunnen hebben, zaken voor elkaar kunnen krijgen omdat je functie een goed niveau heeft, je het vertrouwen krijgt van het management.
    • Je talenten kunnen benutten: echt aan de slag gaan met waar jij goed in bent.
    • Resultaat kunnen bereiken: in een dynamische, doelgerichte en praktische omgeving werken, zonder al teveel politiek gedoe.

    Stel prioriteiten en stel de juiste vragen

    Als je jouw criteria scherp hebt, is het goed er ook een volgorde van belangrijkheid in aan te geven. Hoe helderder je je lijstje hebt, hoe beter je niet alleen verleidingen kunt weerstaan, maar ook zelf kunt zoeken. Je kunt zoeken naar werkgevers die bekend staan om hun aandacht voor persoonlijke ontwikkeling of innovatie. Je kunt je sollicitatiegesprek goed benutten om zelf ook de juiste vragen te stellen; vragen die gaan over wat voor jou echt van belang is. Maar dan is het nog wel de kunst om ook de juiste vragen te stellen; vragen die je echte informatie opleveren in plaats van non-informatie, doordat je vragen stelt waarvan je denkt dat je daarmee een goede indruk maakt.

    Lees verder
     

    Droom je ervan je baan op te zeggen en ZZP-er te worden?

    29-08-2017

    De drie stappen die je kunt zetten om achteraf geen spijt te hebben van je keuze.

    Wie fantaseert er niet af en toe over het werken vanuit je eigen hippe kantoortje je kennis en ervaring benutten, maar dan wel helemaal op jouw manier? Of het starten van iets helemaal nieuws, iets wat er nog niet is, iets waar je kwaliteit kunt leveren? Jouw trainings- of adviesbureautje, jouw welness-concept, jouw ecologische lunchroom. Je hebt er een beeld bij: jouw expertise plus vrijheid. Of met jouw onderneming echt iets voor mensen kunnen betekenen. Dat is de deal waar je voor wilt gaan.

    Voor de meesten van ons blijft het bij fantaseren. Dat kan je in zware tijden wat afleiding en energie geven, maar het kan je ook juist ontevreden maken over jezelf. Boos dat je zo slap bent om de stap maar niet te zetten. Als je naar een loopbaancoach gaat, loop je grote kans dat die je leert om los te laten. Vaak zullen de gesprekken gaan over ‘je passie vinden’ en ‘je hart durven volgen’. Maar dat is een beetje als je aanmoedigen om met je ogen dicht in onbekend water springen. Nogal riskant dus.

    Hieronder 3 tips om te zorgen dat je geen spijt krijgt:

    1. Zorg voor zicht op de twee elementaire elementen
    Aan de volg-je-hart benadering ontbreken twee belangrijke elementen: het goed onderzoeken van zowel je eigen behoeften áls de mogelijkheden van de gedroomde optie. Zie daarom dat elke stap een package deal is, met aantrekkelijke en minder aantrekkelijke elementen en zorg dat je die vooraf helder hebt.

    Allereerst is het van belang dat je je eigen behoeften goed kent. Daarmee bedoel ik dat je probeert de grote lijnen te zien in wat belangrijk voor je is, wat er voor jou nodig is om het naar je zin te hebben in je werk. Wanneer ben je op je best; met wat voor taken, in wat voor omgeving, met wat voor mensen om je heen? Wat wil je nog leren? Gun jezelf een middag op de hei en praat met anderen om helder antwoord op die vragen te krijgen.
    En vervolgens, hoe lastig en spannend soms ook: zorg voor een realistisch en doorwrocht beeld van hoe het is om je geld te verdienen op de manier zoals jij het liefst zou willen. Al fantaserend zie je jezelf waarschijnlijk vooral genieten van je vrijheid om de dingen op jouw manier te doen. Maar er zit meer in het pakket. Het is van belang dat je weet hoe de totale package eruit ziet.

    2. Pas op met alles waar je vanaf wilt
    Als je fantaseert over iets heel anders wil je in veel gevallen ook ergens vanaf. Je wilt af van dat politieke gekonkel in de organisatie, je wilt af van die onhaalbare targets, van die cultuurtrajecten waar je al lang niet meer in gelooft, of van die files waar je elke dag in staat.
    Meestal hebben we daar al aardig wat negatieve gedachten aan gewijd en vaak is dit aspect ook behoorlijk leidend in je zoektocht. Je wilt vooral ergens vanaf. Het risico bestaat dat je daardoor te hard gaat tegensturen. Dat je vooral op rust en eenvoud stuurt, terwijl je eigenlijk best veel dynamiek nodig hebt, maar na al die jaren van reorganisatie-ellende of een slechte relatie met je manager, gewoon doodmoe bent.
    Probeer dus te achterhalen hoe het zit met jouw duurzame verlangens: wat vond je 3 jaar geleden belangrijk, wat maakte je werk in het verleden bevredigend?

    3. Stel de juiste vragen om een compleet beeld te krijgen van de packagedeal
    Natuurlijk krijg je nooit het complete overzicht van die gedroomde optie en zullen zaken in elke situatie net wat anders zijn, maar uit gesprekken met mensen die doen wat jij wilt doen, kun je veel leren. Hoe zien hun dagen eruit, waar worden ze blij van in hun werk en waar balen ze soms van?

    Naarmate je je eigen behoeften beter kent, kun je ook beter op zoek gaan naar hoe groot de kans is dat jij zult vinden wat je zoekt. Wil je graag inhoudelijk uitgedaagd worden, onderzoek dan of die klussen die jij zoekt ook daadwerkelijk bij jou als externe adviseur terecht zouden komen. Of dat juist klussen die jij zelf graag uitbesteedt, aangeboden worden. Als je weet of jij blij wordt van samenwerken, onderzoek dan of dat vaak lukt en hoe dat dan werkt. En als financiële zekerheid van belang voor je is, bevraag de ander dan daarop. Of hij/zij ongeveer het salaris als werknemer kan verdienen, of dat dat lager ligt. Of er veel fluctuatie van het salaris is. Maar ook of hij/zij een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft afgesloten en het pensioen geregeld is en wat de overwegingen daarbij waren. Kortom, zorg dat je zicht hebt op het hele pakket van die andere deal.

    Dus: dan maar blijven zitten?

    Het onderzoeken van het totale pakket, mogelijk vertaald als het zoeken naar de nadelen, kan ertoe leiden dat je ervan afziet. Dat je je opgesloten voelt in je huidige onbevredigende baan en nu niet eens meer een mooie fantasie hebt om uit de dagelijkse ellende te kunnen ontsnappen.

    Ik ben ervan overtuigd dat de kans groot is dat het juist anders loopt: dat je al onderzoekende meer zicht krijgt op mogelijkheden. Dat je misschien meer mogelijkheden ziet om intern bij te sturen of gerichter kunt zoeken naar banen die bij je passen. Of misschien je baan combineert met parttime ondernemerschap. Of een nieuwe hobby vindt, waardoor je bepaalde verlangens bevredigt. Of uiteindelijk wel ondernemer wordt, maar in een andere richting. Kortom: als je durft je droom echt te toetsen, voorkom je niet alleen dat je achteraf spijt krijgt, maar is de kans groot dat je ook meer zicht krijgt op de beste alternatieven om op een prettige manier je geld te verdienen.

    Lees verder
     

    Radicale openhartigheid? Haal jouw feedback alsnog op!

    16-08-2017

    Zeven vragen die je anderen kunt stellen om echt zicht op je kwaliteiten te krijgen.

    In de VS maakt Kim Malone Scott veel discussie los met haar pleidooi voor radicale openhartigheid. Het gaat er daarbij om frequent en direct feedback te geven, op een betrokken manier. Ze noemt het: ‘het kruispunt tussen liefde en waarheid.’ In veel organisaties staat dit nog ver van de dagelijkse praktijk. Er wordt niet alleen weinig feedback gegeven, maar deze is ook nogal eenzijdig. Zonder voldoende input kan het maar zo gebeuren dat je ook na flink wat jaren werkervaring nog weinig zicht hebt op wat je kwaliteiten nu echt zijn. Daardoor loop je het risico de verkeerde keuzes te maken. Maar je kunt ook zelf het initiatief nemen door gericht input te verzamelen.

    Het gaat vooral over wat beter kan

    Evaluatiegesprekken verlopen vaak volgens eenzelfde patroon: er wordt gesproken over wat er goed ging (even) en daarna over wat er beter kan (uitgebreid). Ook bij succesvolle projecten en positieve functioneringsgesprekken ligt de nadruk vrijwel altijd op de verbeterpunten. Slechts in hoge uitzondering wordt er uitgebreid stilgestaan bij vragen als: wat maakt nu dat jij als professional succesvol bent? Welke kwaliteiten waren dat en hoe heb je ze zo goed weten te benutten? In welke context zou je die kwaliteiten ook nog kunnen benutten?

    ‘Ik ben wel goed met mensen’

    “Ik ben enthousiast en ondernemend. Ik maak af waaraan ik begin en ik ben wel goed met mensen”. Dat was het antwoord op mijn vraag aan een 48-jarige cliënte wat haar belangrijkste kwaliteiten waren. Ze kon me nog wel aardig wat meer vertellen over haar beperkingen: dat ze vaak te laat kwam en zaken uitstelde, soms te boos werd etc. Ze had af en toe kritiek gekregen, maar verder positieve beoordelingen, die nauwelijks werden besproken. Daardoor was haar zelfbeeld niet veel anders dan toen ze begon te werken. Hoe scherp is jouw beeld van je kwaliteiten; wat maakt bij jou dat je dingen goed doet?

    Jezelf benchmarken

    Je hebt veel feedback nodig om je kwaliteiten op waarde te kunnen schatten. Is het bovengemiddeld wat ik hier laat zien of kan iedereen dit? Wat is mijn aandeel eigenlijk in dit succes, was het misschien vooral aan anderen te danken, of had ik mazzel? Je hebt voor een goed beeld feedback nodig van verschillende mensen uit verschillende contexten; iedereen kent je op een verschillende manier en heeft ook een beperkte blik en allerlei (voor)oordelen.

    De inhaalslag

    Je kunt het alsnog doen: jouw feedback gericht ophalen. In de loopbaantrajecten die ik geef zit vaak een oefening om feedback op te halen, bij (ex) collega’s, maar ook bij vrienden en familie, die je immers ook in allerlei situaties hebben meegemaakt. Hoewel veel mensen schroom voelen om de vragen uit te zetten, leert de ervaring dat wat je terugkrijgt vaak enorm waardevol is. Je kunt ze mailen dat je met een loopbaantraject bezig bent en je hun hulp wilt vragen. De bevraagden vinden het vaak leuk om te doen. Door de vragen te mailen gun je ze de tijd om erover na te denken.


    Vragen om uit te zetten

    De clou van de oefening is dat de vragen gericht zijn op het nadenken over kwaliteiten (in plaats van wat beter kan). De focus ligt op de mogelijkheden omdat juist die vaak zo weinig aan bod gekomen zijn. 

    Zorg voor je eigen inhaalslag met de volgende vragen:

    Vragen om uit te zetten, gesplitst in vragen voor je (ex) collega’s en voor vrienden/familie.

    Zorg voor je eigen inhaalslag met de volgende vragen:
    • Als je een bedrijf had, waar zou je mij voor inschakelen en waarom?
    • Wat kan ik toevoegen aan een team?
    • In wat voor situaties vind jij mij op mijn best?

    Maar ook nog:
    (ex)collega’s/(ex)managers, (ex)mentor
    • Als ze jou om een referentie zouden vragen, wat zou je dan vertellen?
    • In wat voor situaties vind jij mij op mijn best?

    Of bij familie/vrienden:
    Wat zie jij als mijn belangrijkste kwaliteit?
    • Beetje gekke vraag: stel je houdt een praatje bij mijn begrafenis (stel misschien even gerust dat je geen plannen in die richting hebt voorlopig), wat zou je over mij vertellen?

    Beter voorbereid de wildernis in
    Het helpt je je kwaliteiten op waarde te schatten en de juiste keuzes te maken. Niet onnodig voorzichtig te zijn, zoals je zou zijn als je op een trektocht gaat door de bergen zonder te weten wat er in je rugzak zit. Scott heeft gelijk als ze aangeeft dat de waarde van feedback niet overschat kan worden: je blijft niet alleen de dingen verkeerd doen, maar veel erger nog: je benut je eigen mogelijkheden niet. En dat is pas echt zonde.

    Hulp nodig? Wil je dat we je helpen om meer zicht te krijgen op jouw kwaliteiten, met deze en andere oefeningen? Kijk dan eens onder het kopje Loopbaanonderhoud Compact op de site en bel of mail ons voor een vrijblijvend oriënterend gesprek.

    Lees verder
     

    Blijf jij langer dan goed voor je is omdat solliciteren te ingewikkeld is?

    05-08-2017

    10 vragen om te voorkomen dat je langer blijft dan goed voor je is

    Je hebt geen hekel aan je baan, maar veel nieuws leer je niet meer. Of je hebt er soms helemaal genoeg van, maar een maand later gaat het wel weer. Je manager is vervelend kritisch, maar je hebt geleerd het van je af te laten glijden.

    Je weet dat het eigenlijk beter zou zijn om een stap te zetten. Waarschijnlijk heb je al weleens naar vacatures gekeken, wellicht ook daadwerkelijk gereageerd op een vacature, maar de kans is groot dat je gestopt bent. De kans is ook groot dat je al meerdere keren ermee begonnen bent en weer gestopt, want zo gaat het vaak.

    Waar begin je als je wat ‘anders’ wilt?
    Het vinden van een nieuwe baan is vaak een lastig proces. Zeker als je niet precies weet wat je wilt. Als je eigenlijk wel iets anders zou willen gaan doen; een ander type functie, een andere branche. Maar hoe kom je erachter of je daar vindt wat je zoekt of hoe je kansen er liggen? Je netwerk benutten lees je dan, maar wie en wat zeg je dan? En als die mensen niet in je netwerk zitten, hoe kom je dan met ze in contact?

    Ken jezelf; maar waarop gebaseerd?
    Zelfkennis heb je natuurlijk ook nodig: je moet scherp hebben wat je kwaliteiten zijn, wat je precies wilt, waar je kansen liggen en hoe je gezien wordt. Zicht op je kwaliteiten is vaak helemaal niet zo vanzelfsprekend: feedback gaat nu eenmaal vaak over hoe de dingen beter kunnen. Eens even lekker analyseren met je manager waarom jij de dingen zo goed doet, komt helaas zelden voor. De kans dat je niet helemaal scherp hebt wat je kunt en waar je op je best bent, is dus best groot. 


    Haar op je tanden
    Voor hen die een baan ambiëren die niet direct aansluit op hun ervaring, voor 50-plussers of mensen met een niet westerse achtergrond, is het bovendien een zoektocht die vaak de nodige veerkracht vereist. Als je tot een van die groepen behoort loop je bovengemiddeld veel kans om afgewezen te worden.

    Wachten tot het urgent is
    Systematisch op zoek naar een baan die echt bij je past is dus een vaak een lastig proces. Voor veel mensen geldt dat ze verschillende malen starten en weer stoppen met zoeken. Of dat ze kiezen voor iets dat gemakkelijk op hun pad komt en daardoor niet echt terecht komen op een plek die tegemoet komt aan hun talenten en ambities. Uiteindelijk gaan de meeste mensen pas echt op zoek als ze niet anders kunnen. Ze gaan pas echt op zoek naar een nieuwe baan als het urgent is. Met andere woorden: als ze echt hun baan verliezen of compleet gedemotiveerd zijn. Dat is begrijpelijk, maar ook jammer. Ze hebben vaak het omslagpunt gemist, waarna de extra gewerkte maanden niet meer iets toevoegden aan hun aantrekkelijkheid op de arbeidsmarkt en hun eigen zelfvertrouwen. Ze hebben te veel kritiek moeten incasseren, te lang tegen hun zin in gewerkt, zijn zich te afhankelijk gaan voelen.

    Werkgevers onderschatten het probleem
    Behalve ten tijde van reorganisaties, zijn er maar weinig werkgevers die hun medewerkers helpen op tijd ook weer uit te stromen. Het is een zaak van de werknemer zelf. Dat daardoor (mijn inschatting) in de meeste organisaties minstens 20% mensen werkt, die heel graag weg zouden willen als ze de kans zagen, zien ze ten onrechte niet als een probleem. Dat is onverstandig, want als je weg wilt en niet druft/kunt, voel je je vaak machteloos en somber en is de kans op uitval groter.

    Check: blijf jij langer dan goed voor je is?
    1. Heb je al (veel) vaker gedacht dat je weg wilde gaan?
    2. Hoor je jezelf regelmatig mopperen over je werk en ben je cynisch over je werkgever?
    3. Neem je nog weleens een initiatief op je werk, durf je je uit te spreken zonder een blad voor de mond te nemen?
    4. Heb je meer of minder zelfvertrouwen dan een jaar geleden?
    5. Heb je nog succes en zien relevante anderen op je werk jouw kwaliteiten?
    6. Zijn je kansen erop vooruitgegaan of juist verminderd het afgelopen jaar?
    7. Zie je nog kansen om je werk leuker te maken en heb je al eens succes geboekt met eventuele eerdere pogingen daartoe?
    8. Heb je ‘s avonds nog energie voor dingen of put het werk je helemaal uit?
    9. Heb je het idee dat er buiten deze baan eigenlijk weinig alternatieven voor je zijn?
    10. Geloof je dat je deze baan niet los kunt laten i.v.m. de benodigde financiële zekerheid?

    Herken jij het beeld bij jezelf van blijven uit angst of gebrek aan perspectief, van onzekerder worden en minder succesvol? Wees dan reëel: en sus jezelf niet door te zeggen dat je eerst even de drukke periode achter de rug moet hebben, of dat je loyaal bent, maar zie onder ogen dat je aan de slag moet. 

    In kleine stappen toch aan de slag

    Op onze site vind je allerlei artikelen waarin we je helpen om kleine stappen te zetten, waardoor je in ieder geval actief blijft met je onderhoud. Met onderzoeken en voorzichtig kansen zaaien, win je vaak vanzelf aan zelfvertrouwen en enthousiasme. Lees meer over de manieren waarop jij kunt voorkomen dat jij te lang blijft hangen.

    Lees verder
     

    Heb jij soms ADD?

    19-07-2017

    Je hebt altijd van die goede ideeën, maar het wordt vaak toch geen succes.

    Er kunnen verschillende redenen zijn, waarom de resultaten die je boekt tegenvallen, maar een reden kan zijn, dat je in meer of mindere mate ADD hebt. In deze column kun je lezen hoe je dat kunt herkennen om jezelf (of je collega/vriend/kind) verder te helpen.

    Veel mensen komen er pas op latere leeftijd achter dat ze ADD hebben, de rustige/meer dromerige variant van ADHD. ADHD ers weten dat vaak al wel, omdat hun drukke en beweeglijke gedrag herkenbaarder is, maar ADD ers zien er niet anders uit.

    Altijd veel kritiek krijgen
    Werken met ADD is vaak een behoorlijke klus. In mijn loopbaanpraktijk en als docent kom ik regelmatig mensen tegen, die in hun leven behoorlijk wat kritiek te verstouwen hebben gekregen. Ze werden regelmatig als slordig, chaotisch en gemakzuchtig bestempeld. Vaak zijn ze ook de niet ingeloste belofte: enthousiaste, inspirerende, out-of-the-box denkende mensen, die toch niet de resultaten brachten die men van hen verwachtte.

    De juiste omgeving vinden helpt
    Weten of je ADD hebt, helpt je de juiste oplossingen te bedenken. Door medicatie kan het gemakkelijker worden je beter te concentreerden, maar je kunt jezelf ook allerlei trucks aanleren om minder last te hebben van de ADD. Tenslotte kun je beter een werkomgeving zoeken die bij je past. Dus niet op een advocatenkantoor waar alle details van levensbelang zijn of een functie waarin je weinig ruimte hebt voor je creativiteit, maar een voor jou vruchtbare plek. Misschien juist wel zien door te stromen naar het management omdat je dan betere ondersteuning krijgt en je meer afgerekend wordt op je ideeën.

    Herken jij je in deze kenmerken?
    Zaken vaak tot het laatst toe uitstellen.
    • Moeite met het opbrengen van motivatie.
    • Chaotisch/ Vergeetachtig.
    • Op bepaalde zaken die je interessant vindt kun je je opeens wel goed concentreren.
    • Moeite met details (ze zien en op kunnen brengen ermee bezig te zijn).
    • Gedachten dwalen vaak af bij het luisteren.
    • Kunnen enthousiasmeren/motiveren van anderen, levendig zijn.
    • Een brede interesse hebben en vaak kansen zien.
    • Veel fantasie/gedachten.
    • Out of the box kunnen denken, creatief en associatief zijn.
    • Een bovengemiddeld grote hekel aan administratieve taken hebben.
    • Moeite hebben om te starten, tijd laten vervliegen.
    • Kritiek krijgen over slordigheid, vergeetachtigheid, laksheid, maar helemaal niet de intentie hebben de
    kantjes eraf te lopen.
    • Regelmatig te laat komen.
    • Oplossingsgericht zijn, kunnen improviseren.
    • Geen geduld hebben voor (schriftelijke) instructies.
    • Opruimklussen uit de weg gaan.
    • Regelmatig verrast worden door verkeerde /dubbele afspraken.
    • Gevoelig voor verslaving.
    • Perfectionistisch in contrast met chaos.

    Verder lezen en delen met je werkgever?

    Herken je deze kenmerken of een deel ervan? Dan is het de moeite waard eens te onderzoeken of je ADD hebt. Je kunt je laten testen bij voorbeeld via ADHD Centraal of er eens wat verder over lezen. Veel hulpverleners sturen erop aan dat je open kaart speelt met je werkgever en raden je aan vooral te genieten van je kwaliteiten als ADD er. Hoewel ik geloof dat veel ADD ers over bepaalde kwaliteiten beschikken (originaliteit, flexibiliteit), denk ik dat het lang niet altijd verstandig is je bevindingen met je werkgever te delen. Er valt veel winst te behalen in het vinden van de juiste omgeving en slim dealen met je beperkingen.


    Lees verder
     

    Heb ik wel een geschikt netwerk? (ja) 5 tips om effectief aan de slag te gaan

    07-07-2017

    Vorige keer schreef ik over Eef, die schroom had om haar netwerk te benutten voor haar eigen loopbaan. Hieronder schrijf ik over jouw netwerk dat groter is dan je denkt en geef ik tips hoe je effectief kunt netwerken.

    Heb jij wel een geschikt netwerk?

    Iedereen heeft een netwerk waar je mee aan de slag kunt. Van je buren, tot je zwager, voormalige collega’s en de andere ouders uit de oudercommissie, iemand die je spreekt op een seminar, of met wie je in de lift vast hebt gezeten. Je hebt de meeste kans van slagen in de kring om je directe bekenden heen. Die is namelijk niet alleen veel groter dan je groep van directe bekenden, maar brengt je ook buiten je bekende wereld.

    Iedereen kent al heel wat mensen, maar de kunst is nog veel méér mensen te leren kennen. De volgende cijfers uit een onderzoek van de Amerikaanse socioloog Mark Granovetter zijn goed om in gedachten te houden. Van de mensen die via hun netwerk een baan hebben gevonden:
    • ontmoette 16,7% de betreffende contactpersoon vaak (zoals bij een goede vriend)
    • ontmoette 55,6% deze persoon nu en dan
    • zag 28% hem of haar zelden.

    Met andere woorden, mensen vinden niet zozeer werk via goede vrienden, maar vooral via verre kennissen. Volgens Granovetter komt dat doordat je vrienden in dezelfde wereld vertoeven als jij. Wat zij weten, weet jij al. Maar verre kennissen introduceren je in nieuwe werelden. Hij noemt dit 'de kracht van zwakke banden'.Bij het netwerken voor een baan heb je dus meer aan de vaardigheid gemakkelijk veel oppervlakkige contacten aan te gaan, dan aan de vaardigheid hechte relaties te ontwikkelen.

    Tips om effectief te netwerken

    1. Leg contact. Vraag oude collega’s of ze eens met je mee kunnen denken. Benader je LinkedIn contacten met een klein verzoek, bij voorbeeld of je ze eens even mag bellen om ze een paar vragen te stellen omdat je je aan het oriënteren bent. Of dat je ze een keer mag uitnodigen voor een kopje koffie.

    2. Onderhoud je contacten. In lijn met de metafoor van het zaaien; de zaadjes hebben water nodig om uit te kunnen groeien tot iets moois, namelijk een warme relatie met vertrouwen in jouw kunnen. Dus blijf geven en updaten. En zorg dus voor enige systematiek. Wie heb je wanneer benaderd en waar was hij/zij vooral mee bezig?

    3. Zorg voor je zichtbaarheid in de omgeving waarin je gezien wilt worden. Investeer in het bijwonen van een seminar. Of schrijf een artikel. Of Twitter mee over een bepaald onderwerp. Zorg dat je mee discussieert in bepaalde groepjes. Of doe gewoon dingen die in lijn liggen met wat je wilt zijn. Wil je graag bij een milieuorganisatie werken? Natuurlijk doe je dan mee aan een vrijwilligersdag waarin je bomen snoeit ed. Misschien ontmoet je er de juiste mensen, maar sowieso helpt het je aan een geloofwaardig CV.

    4. Update je profiel in LinkedIn. Zorg dat je een foto erop hebt staan, dat de tekst klopt. Verplaats je de hele tijd in de winst-verliesrekening van je lezers. Wat hebben zij nodig aan informatie? Wat geeft ze een indicatie van het niveau van jouw werkzaamheden (bijvoorbeeld: namedropping van bedrijven, klanten, andere contacten, maar ook cijfers waarvoor jij verantwoordelijk was. En zet nooit in je profiel dat je werkzoekende bent. Dat ziet er veel te wanhopig uit. Laat die update dus nog maar even zitten of zet er iets anders voor in de plaats, bijvoorbeeld de vrijwillige klussen die je nu doet.

    5. Help jezelf dóór te gaan. Het blijft een nogal ongrijpbare materie. Lastig om efficiënt en projectmatig aan te pakken. Elk contact kan je weer nieuwe wegen opleveren of helpt je andere wegen af te sluiten. Zeker als je er wat tegenvallers tussen hebt zitten (nee-zeggers, afbellers, ongeïnteresseerde gesprekjes), is het gemakkelijk toch weer te stoppen. Help jezelf door een manier te zoeken die jou aan de gang houdt. Bijvoorbeeld door de juiste dingen tegen jezelf te zeggen Of er zaken naast te doen die heel concrete resultaten opleveren. In je werk of in vrijwilligerswerk. Of door jezelf daarnaast de tijd te gunnen af en toe eens lekker te mogen ontspannen. 


    6. Hoe heb je de meeste kans een positieve indruk achter te laten?

    Concrete tips:

    • Zie je op tegen een netwerkbijeenkomst? Kom dan extra vroeg. Dan hoef je jezelf niet tussen pratende groepjes te mengen, maar kom je tussen andere zoekende mensen. Of bied je hulp aan, kijk of je een rol kunt vervullen in de organisatie. De meeste netwerk-haters voelen zich het beste als ze een duidelijke rol hebben.

    • Ja, je hebt er zin in. En ja, het gaat prima met je. Dat is wat je moet uitstralen, leuk deze avond, leuk jou te ontmoeten. Enthousiasme zien, geeft vertrouwen en doet enthousiasme voelen. Maar straal ook zakelijkheid uit, geen hondje dat kwispelend vraagt om wat aandacht.

    • Maak een afwijzing niet persoonlijk. Als je op een vreemde afstapt, of nog spannender, op een groepje afstapt, betekent dat dat je het risico loopt dat er weinig interesse voor je is. Je in feite afgewezen wordt. Maak het niet te persoonlijk. Het kan er heel goed mee te maken hebben dat 2 mensen net erg leuk in gesprek waren. Of ze gewoon er vooral met hun eigen zakelijke belang bezig waren.

    • Zoek naar overeenkomsten: Stel veel vragen. Bij een onbekende persoon is het bijvoorbeeld goed om korte opmerkingen te maken/vragen te stellen over een gebeurtenis of situatie die beiden delen. Dit kan het weer zijn, de kwaliteit van de wijn, een schilderij aan de muur; alles wat op dat moment een overeenkomst is. Allerlei onderzoek wijst uit dat mensen zich het meest aangetrokken voelen door mensen die op hen lijken.

    • Luisteren is goed, maar niet alleen máár. Mensen praten graag over zichzelf. Belangrijke mensen praten nóg liever over zichzelf. Gebruik dat. Maar zorg wel je dat zelf niet helemaal onzichtbaar blijft. Op zoek gaan naar wat je voor de ander zou kunnen beteken, hoe je hem of haar zou kunnen helpen is ook een prima start van een goed gesprek. Dat is dus wat anders dan vooral luisteren of jouw belangen vergeten te benoemen.

    • Blik positief terug. Wees niet negatief over je vorige of huidige baan of over mensen met wie je gewerkt hebt. Misschien wil je gewoon eerlijk zijn of helpt het je je verhaal kracht bij te zetten dat het niet aan jou gelegen heeft. Maar het is vooral verontrustend voor je gesprekspartner: die zou gemakkelijk kunnen denken dat jij een negatieveling bent en niet kritisch naar jezelf.

    Lees verder
     

    Netwerken doe je opgewekt, totdat het over een nieuwe baan voor jou gaat

    20-06-2017

    Soepel contact leggen, maar niet jezelf verkopen

    Eef werkt binnen een internationale, technische organisatie als tweede vrouw op de afdeling Learning & Development. Ze is een vrouw die bijzonder gemakkelijk contact legt, op alle niveaus, zowel in- als extern. Maar er is wel een uitzondering: het lukt haar niet om via haar netwerk te onderzoeken hoe ze een volgende stap kan zetten. Ze zoekt wel in vacatures, maar er is niets waar ze enthousiast van wordt. Zo loopt Eef een beetje vast. Is dit voor jou herkenbaar?

    Netwerken naast vacatures
    De meeste mensen die een andere baan willen, gaan aan de slag met het zoeken naar vacatures. Die route is bekend en doet prettig doelgericht aan, maar een groot deel van de mensen vindt via zijn netwerk een nieuwe baan.

    Dus tenzij je de headhunters van je af moet duwen, is het een goede stap om in jouw netwerk te investeren als je op zoek bent naar een nieuwe baan. En dan is het al helemaal handig als je niet de meest vanzelfsprekende keuze bent. Bijvoorbeeld omdat je niet de perfecte match hebt met werkervaring of dat je meer junior of senior bent dan gevraagd wordt.

    Netwerken net zo effectief
    Netwerken is vooral effectief omdat het helpt het vertrouwen in jou te vergroten. Mensen kunnen een positief beeld bij je krijgen doordat je een sympathieke, bekwame indruk hebt gemaakt en ze weten wat je kunt. Mensen zullen na het gesprek het met jou aandurven. En dan bedoelen we in bijna alle gevallen, niet het direct aanbieden van een baan, maar het aandurven om jouw naam ergens te noemen en je door te verwijzen naar een kennis of een collega.

    Onderzoeken en zaaien
    Netwerken betekent dat je contacten legt en onderhoudt. Je zet contacten in om zaken voor elkaar te krijgen. In dit geval gaat het dus om de gesprekjes die je voert met mensen over hun werk. En daarin doe je twee dingen tegelijk:

    1) Onderzoeken

    2) Zaaien

    Je onderzoekt. In kleine gesprekjes tijdens een seminar of in de trein. Of met mensen die je bewust benadert, omdat ze je meer informatie kunnen geven over een branche, een bedrijf of een functie. Vragen die je beantwoord wilt krijgen zijn bijvoorbeeld: 

    Hoe is het om te werken in de branche / het vak / de organisatie waarin je werkt? Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen?
    Waar liggen mogelijkheden?
    Wat voor mensen worden er gezocht, wanneer ben je een aantrekkelijke kandidaat voor de desbetreffende functie?
    Hoe is het met de vraag en het aanbod in de markt?
    Hoe kom ik er? Hoe lopen de wegen naar waar ik wil zijn, welke contacten moet ik daarvoor hebben en hoe maak ik mijzelf zichtbaar?
    En bovendien: vaak kom je er al pratende achter dat er nog hele andere functies of werkgevers zijn, waar jij nog niet aan had gedacht. Praten over mogelijkheden leert je vaak ook nieuwe mogelijkheden te zien. Met wie zou ik ook nog kunnen praten?

     Je zaait met jouw vragen, jouw enthousiasme en de kennis die je laat zien. Je laat een indruk achter. En daarmee plant je ook een zaadje. Als je dat zaadje af en toe water geeft (lees: contact onderhoudt), dan kan dat uitgroeien tot een kans.

    Nooit vragen om een baan
    Veel mensen hebben net als Eef schroom om contact te leggen als ze iets voor zichzelf willen. Maar stel jezelf eens de vraag: hoe zou jij reageren als iemand die je, bijvoorbeeld via via kent, je vraagt eens wat te vertellen over je werk? De meeste mensen vinden dat best leuk en nemen er graag even de tijd voor. Zo zit je een kwartier aan de telefoon of een uur aan de koffie. Je hoeft niet om een baan te vragen; je bent je aan het oriënteren op de richting die je wilt kiezen voor een stap in de toekomst. Daarmee verlaag je de drempel ook vooral voor jezelf.

    Met die gedachte is Eef nu ook aan de slag gegaan en heeft zowel intern als extern wat afspraakjes gehad en heeft er ook nog een aantal staan. Leuke gesprekjes waren het. Eef is een drempel over.

    Meer lezen over effectief netwerken? Lees dan ook mijn volgende column over effectief netwerken over twee weken.

    Lees verder
     

    Je wilt wat anders, maar hebt geen idee wat

    08-06-2017

    Verleid jezelf tot actie in 3 stappen

    Het is niet dat je constant loopt te balen van je werk, maar het spannende is er wel een beetje af. Misschien ben je wat cynisch geworden, erger je je aan bepaalde zaken. Je hebt vast regelmatig gedacht: “Ik moet nu echt weg, ik ben hier gewoon klaar”., maar kwam het er nog niet van. Je kon wellicht niet bedenken wat je dan wél zou willen en waar begin je dan? Met dit eenvoudige stappenplannetje maak je de drempel lager om aan de slag te gaan. Gun jezelf je amateurisme op dit vlak. Ermee bezig zijn brengt je sowieso verder. Verleid jezelf tot actie in 3 stappen:

    1) In de reflectiestand, neem eens een uurtje voor de volgende vragen:
    • Wat zijn klussen waar ik blij van word?
    • Wat mis ik nu vooral?
    • In wat voor omgeving kom ik het beste tot mijn recht?
    • Wat zou ik nog graag willen leren en/of doen?
    • Voor wie ben ik interessant?
    • Welke functies/bedrijven uit de vacaturesites spreken me (deels) aan en waarom?

    En denk dan eens na over een globaal rijtje organisaties of functies die je zou willen onderzoeken. Zie dit rijtje uitsluitend als basis van je onderzoek, leg jezelf er niet op vast. In de loop van je onderzoek zullen je criteria steeds scherper worden.

    2) Ga praten, met ex-collega’s, de buurman, met klanten, mensen uit je tweede lijn van LinkedIn

    Niet om een baan te vinden, maar om te onderzoeken of bepaalde rollen/ branches (in de toekomst) iets voor je zijn. Zo maak je de gesprekjes ook licht en geef je je gesprekspartner niet het gevoel dat hij allerlei dingen voor je moet gaan doen.

    3) Stel (imperfecte) zoekprofielen op. 

    Misschien wordt het wel iets heel anders, maar je houd jezelf bij de les door je te laten attenderen op vacatures. Bel ook eens om te onderzoeken of je een interessante kandidaat voor hen zou kunnen zijn, of om te onderzoeken of de functie voldoet aan jouw criteria.
    Alles wat je doet voordat je echt, nú, weg wilt of moet, is meegenomen. Onder druk is er vaak niet meer de tijd om rustig met wat mensen te sparren. Bovendien gebeurt er nog iets belangrijks: terwijl je aan het exploreren bent, ben je automatisch ook aan het zaaien. Anderen weten dat je in de markt bent. Daarmee groeit de kans dat je via via aan een leuke nieuwe baan komt.

    Lees verder
     

    Met deze tips kom je van het ‘Impostersyndroom’ af

    22-05-2017

    Eens val ik door de mand..

    Dat is de overtuiging  die hoort bij het bedriegers of Impostersyndroom. Het is een nachtmerriescenario, maar het kan in jouw beleving zomaar werkelijkheid worden. Dat op je werk ooit iemand opstaat en zegt “Je hebt helemaal niet het niveau voor deze baan. Je bent helemaal niet intelligent, creatief en doortastend genoeg.” En dat anderen op het werk dat beamen.

    Het idee dat je overschat wordt en/of jezelf misschien wel erg overschat, maar dat je natuurlijk een keer door de mand moet vallen, dat is de kern van het Impostersyndroom. Maar liefst 70% van de mensen heeft er in min of meerdere mate last van. In het vorige artikel staat een test, waarmee je kunt toetsen in hoeverre jij behept bent met het Bedriegers- of Impostersyndroom. 

    In dit, in NRC verschenen artikel, geef ik een aantal tips hoe je ervan af kunt komen.

    1. Maak het niet kleiner, maar ook niet groter
    Het Impostersyndroom is geen psychische ziekte, maar wel een hardnekkige combinatie van denken, voelen en handelen. Erken dat jij dit hebt, dat een aantal persoonlijkheidsfactoren, gecombineerd met ervaringen, met ‘opvoedingswaarheden’ waarschijnlijk voor de juiste vruchtbare grond voor dit denken hebben gezorgd. Bedenk ook dat dat voor een meerderheid van de mensen geldt.

    2. Realiseer je dat je (consequent) een aantal denkfouten maakt
    Het denken over jezelf voelt vaak heel natuurlijk aan, omdat je dat zo consequent doet dat er een snelweg in je brein ontstaan is. Je zult hard moeten trainen in anders denken om een nieuwe (gezonde) weg te creëren. Dat begint met het herkennen van ongezonde denkfouten zoals:
    - Anderen mogen fouten maken, maar ik niet.
    - Mijn prestaties zijn niets bijzonders; dat kan iedereen.
    - Complimenten krijg ik omdat ‘ze’ er weinig zicht op hebben, iets van me nodig hebben, of het anders zielig voor me vinden.

    3. Word slachtoffer-af
    Zie jezelf niet als slachtoffer. Vergeef je ouders hun goedbedoelde zuinigheid aan complimenten of die ene baas die je klein hield. Als je het idee hebt dat bepaalde mensen veel invloed hebben gehad op jouw onzekerheid, probeer ze dan een brief te schrijven (die je niet hoeft te versturen), waarin je ze vergeeft. Juist daardoor krijg je zelf weer het heft in handen.

    4. Ga moeilijke taken niet uit de weg, maar dwing jezelf tot oefenen
    Meld je juist wél aan om die presentatie te geven, zorg dat je een vraag hebt bij de rondvraag en probeer jezelf uit in nieuwe rollen en taken Ervaar hoe het is om op je tenen te moeten lopen en wellicht zelfs kritiek te krijgen. Ervaar hoe je dit gewoon overleeft. Geef jezelf de credits voor je doorzettingsvermogen.

    5. Bevraag jezelf telkens opnieuw bij je kritische zelfovertuigingen:
    -Is het logisch wat ik hier denk? (Bijvoorbeeld dat ik dingen gelijk goed moet doen en dat voor mij strengere regels gelden dan voor anderen).
    -Helpt het mij om zo te denken? (Bereik ik zo eerder mijn doelen?)
    -Kan ik er ook anders over denken? En: wat kan ik denken opdat ik mij zekerder voel?

    6. Denk gezonder en liefdevoller

    Probeer een nieuwe gezonde gedachte te formuleren. Neem daarbij je beste vriend(in) of je geliefde broer/zus in gedachten; wat zou je willen dat hij of zij zou denken in plaats van deze gedachte? Mag die gedachte ook voor jou gelden

    Bijvoorbeeld: ”Ik kan iets heel doms doen, maar dat maakt mij nog niet tot eedom mens. Ik ben nog steeds een mens met allerlei kwaliteiten. Maar net als iedereen maak ik soms de verkeerde beslissing. De volgende keer zal ik het anders doen.

    7. Voed jezelf met verse positieve input

    Maak notities over wat er goed ging, en waar je (een beetje) trots op bent. Doe dat consequent, eerst elke dag, na een maand elke week. Kijk ook eens terug op je leven met deze blik: waar ben je trots op? Wat heb jij gedaan opdat het goed ging? Wat zegt dat over jou?

    8. Zorg voor een goede tekst om niet te stoppen met dit project 

    Een tekst die je op een aantal plaatsen bewaart, of zichtbaar ophangt. Iets in de geest van:
    ‘Ik denk vaak op een manier over mijzelf waarmee ik mijzelf geen recht doe en die maakt dat ik veel te veel pieker. Dat doe ik al jaren en dus ben ik daarin goed getraind. Het anders denken voelt onnatuurlijk, maar ik weet dat ik het kan. Ik wil een leuker leven, dus dat ga ik ook doen. Dat betekent ook dat ik het risico loop dat ik soms fouten maak, kritiek krijg. En hoewel ik dat lastig vind en misschien wel uit het lood geslagen zal zijn, weet ik ook dat ik het zal overleven. En dat ik juist door nieuwe spannende ervaringen op te doen, mijzelf help aan een positiever zelfbeeld en mijn potentieel veel beter kan benutten.

    Lees verder
     

    Nog steeds niet door de mand gevallen?

    09-05-2017

    Test jezelf: behoor jij tot die 70% (ja echt!) die last heeft van het ‘Bedriegerssyndroom’?

    Maar liefst 70% van de mensen denkt ooit een keer door te mand te gaan vallen. Betrapt te kunnen worden als een iemand met te weinig visie en niveau. Dat gevoel wordt ook wel het Bedriegerssyndroom (of Impostersyndroom) genoemd. Juist hoogopgeleide, succesvolle mannen en (vooral) vrouwen hebben er last van. Het zijn vaak harde werkers, vol ambitie, maar de successen die ze behalen en complimenten die ze krijgen, hebben weinig impact. Ze worden gebagatelliseerd (‘had iedereen gekund, hoor ”of “mijn bijdrage was echt niet zo groot.”). Kritiek wordt vrijwel altijd heel serieus genomen, ook als het afkomstig is van personen, die ze zelf niet zo hoog hebben zitten of die maar weinig kijk op hun functioneren hebben.

    Je kunt er behoorlijk last van hebben, bij voorbeeld:

    * Je piekert veel over alle risico’s, waardoor je zelden echt ontspannen bent

    * Je werkt te hard, omdat je het te goed wil doen of wil compenseren voor je ondermaatse prestaties

    * Je trapt voortdurend op de rem, waardoor je vaak niet op je best bent en onder je niveau werkt

    Test jezelf: heb jij last van het bedriegerssyndroom?

    Beantwoord de volgende vragen met: nee, ja of soms wel/soms niet:

    1 Het kan soms lang duren voordat ik iets inlever, ik heb de neiging om zaken maar te blijven verbeteren.

    2 Ik ben soms verrast over de reactie van anderen, die veel positiever over mijn resultaten zijn dan ik.

    3 Ik denk weleens ”dat ik hier werk in deze functie, is een grote grap. Als ze weten wat ik echt kan, lachen ze zich krom”

    4 Ik voel mij in overleg vaak geremd omdat ik denk dat anderen het beter weten.

    5 Ik ben bang om een vraag te stellen omdat ik denk dat anderen het een domme vraag zullen vinden.

    6 Ik denk vaak dat ik vooral veel mazzel heb gehad als zaken lukken.

    7 Ik fantaseer weleens over een stap naar een heel eenvoudige functie, omdat ik denk

    dat ik daar beter tot mijn recht kom en minder stress ervaar.

    8 Ik heb de neiging mijn eigen werk en resultaten te bagatelliseren: “Het stelt allemaal niet zoveel voor”

    9 Kritiek komt eigenlijk altijd heel diep bij mij binnen.

    10 Ik vind dat ik eigenlijk altijd competent en in control moet zijn.

    11 Ik ben regelmatig teleurgesteld in mijzelf

    12 Ik ben na mijn werk vaak aan het piekeren over hoe ik zaken heb aangepakt

    13 Ik ben regelmatig boos op mijzelf, dat ik zaken over het hoofd gezien heb of gewoon stom heb aangepakt.

    14 Ik kijk vaak tegen anderen op.

    14 Ik voel mij vaak de junior, ook al ben ik best ervaren.

    15 Ik denk dat ik nog veel moet leren.

    16 Ik verzin soms smoezen om iets wat ik moeilijk vind uit de weg te gaan, terwijl ik eigenlijk wel weet dat ik het kan.

    17 Het kan soms lang duren voordat ik aan iets begin; ik heb het idee dat ik met betere ideeën moet komen en blijf zoeken.

    18 Ik zou beter moeten onderhandelen als het aankomt op mijn salaris, de inhoud van mijn werk of mijn doorgroeimogelijkheden.

    Uitslag:

    Minder dan 4 keer ja gescoord en ook niet meer dan 4 keer soms wel/soms niet: de kans dat je het bedriegerssysndroom hebt, is niet groot. Mooi, hoef je het artikel op 22 mei op onze website www.loopbaanonderhoudsgroep.nl over een niet-therapeutische aanpak van het Impostersyndroom niet te lezen.

    Voor iedereen die vaker dan 4 maal ja of soms wel/soms niet gescoord heeft: help jezelf en lees verder hoe je zelf stappen kunt zetten om van het Impostersyndroom af te komen.

    Lees verder
     

    Assertiever worden: in 8 stappen voor jezelf opkomen op een opgewekte manier

    02-05-2017

    Baal jij er al een tijd van dat je lager ingeschaald bent dan je collega, zie je hoe alle leuke klussen naar je collega gaan of word je af en toe hoorndol van de collega die je van je werk afhoudt? Veel mensen, waaronder vooral vrouwen, vinden het lastig om in gesprek te gaan over moeilijke onderwerpen op hun werk, omdat zij bang zijn dat ze gaan huilen. Ook mannen en vrouwen die niet huilen, stellen lastige gesprekken vaak uit.

    Bang om te gaan huilen

    Deze angst om te gaan huilen zorgt er ook vaak voor dat ze in een vicieuze cirkel terechtkomen. Omdat ze angstig zijn stellen ze het namelijk uit, waardoor de frustratie hoger op loopt en de kans dat ze gaan huilen alleen maar groter wordt.

    Heb jij ook van die onderwerpen op het werk die je liever uit de weg gaat .

    Als je geen signalen afgeeft of sub-assertief af en toe wat mompelt, is de kans groot dat de verhoudingen alleen maar schever gaan groeien. Dit resulteert in de situatie dat jouw collega of manager denkt dat jij het wel oké vindt en de problemen niet serieus neemt. Maar hoe kom je uit deze vicieuze cirkel? Ik geef acht realistische stappen hoe je dat aanpakt.

    1) Niets doen is korte-termijn belang

    Kanaliseer je negatieve energie om tot een actie te komen. Sta daarom even stil bij de momenten van frustratie en verbeeld je hoe de situatie zich zal ontwikkelen als je niets doet. Zie in dat niets doen is ingegeven vanuit je korte-termijn-belang en probeer beter en duurzamer voor jezelf te zorgen.

    2) Bereid je goed voor

    Een goede voorbereiding is het halve werk. Jouw collega/manager/relatie heeft vaak ook vooroordelen bij jouw gedrag. Het is mogelijk dat diegene extra weerstand gaat bieden en hij/zij weet wellicht ook waar jouw gevoeligheden liggen. Je collega/manager/relatie zal jou dus onder druk kunnen zetten, door bijvoorbeeld te zeggen ”Als jij het niet wil doen, dan vraag ik je collega wel, maar dan hoef je voortaan ook niet meer bij dit overleg te zijn.” Denk ook alvast na over de belangen van de ander en de drukmiddelen die gebruikt zouden kunnen worden.

    3) Zorg dat je niet te bang bent

    Maak jezelf minder bang, denk ook eens na over de vraag waar je het meeste bang voor bent als het misgaat. Is dat bijvoorbeeld ruzie of ontslag? Misschien maak je jezelf wel veel banger dan nodig is. Ben je wel zo gemakkelijk te ontslaan? Denk bijvoorbeeld aan jouw goede beoordelingen en de vele dienstjaren.

    4) Bouw aan een stevig fundament

    Bouw consequent aan een realistisch en duurzaam zelfbeeld. Stel jezelf elke dag de vraag: wat ging er goed vandaag en wat zegt dat over mij? Dan valt je waarschijnlijk op dat je vaker de kritiek en missers hebt opgeslagen dan jouw behaalde successen.

    5) Probeer eens in termen van stoeien te denken

    Zie het als een spel: een beetje duwen en sjorren zoals jongetjes op de basisschool met elkaar doen. Zonder te veel nadenken gewoon durven zeggen wat je wilt of voelt, zoals: “Nou, die baan (of klus) lijkt mij wel wat.” Dit doe je zonder dat je ervoor gevraagd wordt of zelfs als je weet dat jouw senior collega de baan ook graag wil. Of: “Nee hoor, daar heb ik geen zin in”, als het gaat om een nederig klusje dat voor jou niet of nauwelijks toegevoegde waarde heeft. Of als je baas op je aan het inpraten is om in iets mee te gaan wat jij niet wilt: “Joh, wat zeg je nou allemaal voor gekkigheid?” Zie het dus als een spel. De ander probeert wat en jij duwt terug vanuit jouw belang. Laat je dus niet intimideren.

    6) Een gezamenlijk belang? Zorg voor maatjes

    Denk ook eens aan je maatjes op je werk. Misschien wil jij iets bereiken, maar heb je meer kans als je het samen doet. Ook kan je proberen ervoor te zorgen dat je de zegen hebt van een zwaargewicht in de organisatie.

    7) Wees je bewust van jouw standaardaanpak (en doe het eens anders)

    Misschien ben je zelf zo gewend empathie te geven, dat je dat zelf ook van anderen verwacht en altijd hetzelfde spel speelt. Je bent er dan op uit om begrip te krijgen, omdat dat nu eenmaal jouw manier is.

    Probeer eens een andere aanpak uit. Kruip niet in de slachtofferrol, zoals bijvoorbeeld: “Dat hij of zij nu zo tegen me doet, na alles wat ik altijd doe…” Gewoon doen of je neus bloedt en ondanks jullie aanvaring lekker kletsen over het weekend. Die ander heeft namelijk ook zijn eigen doelen, logisch natuurlijk.

    8) Een pokerface helpt, ook van binnen

    Hanteer eens bewust een pokerface als je enge dingen doet, zoals aangeven dat je iets niet doet. De ander voelt zich al snel de sterkere partij als jij verontschuldigend glimlacht of een zenuwachtige indruk maakt. Maar ook voor jezelf: door uitdrukkingsloos te kijken, krijg je ook een andere fysieke ervaring. Soms kan een Valeriaantje prima helpen wat relaxter over te komen.

    Conclusie

    Als je het lastig vindt om voor jezelf op te komen, bedenk dan dat je er ook voor wordt betaald. Soms gaan dingen juist mis als mensen hun mening voor zich houden en hun collega’s of baas niet durven tegen te spreken. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de Titanic. We weten allemaal hoe erg dit mis ging.

    Lees verder
     

    Wil jij koste wat het kost voorkomen dat je ontslagen wordt?

    21-04-2017

    Ons gevoel en gedrag wordt vaak bepaald door overtuigingen waarvan we ons niet echt bewust zijn. Bijvoorbeeld de gedachte dat het een ramp zou zijn als je ontslagen zou worden. Je denkt dat het dan nooit meer goed zal komen, dat je dat kostte wat het kost moet voorkomen.

    Angst maakt je flets

    Deze gedachte zorgt ervoor dat je te voorzichtig wordt, dat je bang bent om de verkeerde dingen te doen en te zeggen. Het maakt je in het werk flets en minder assertief. Want spreek je maar eens onomwonden uit, als je tegelijkertijd wilt uitsluiten dat het tot een probleem of zelfs jouw ontslag leidt. Herken jij ook dat je jezelf te vaak afremt? Wat zeg jij eigenlijk tegen jezelf over het risico van een ontslag?

    Niet onnodig op de rem staan

    Hieronder een korte benadering van deze verstarrende angst met behulp van de RET-methodiek, omdat je op deze manier meer grip op je angsten kunt krijgen. De RET-methodiek staat voor rationeel emotieve therapie. Deze methodiek zorgt ervoor dat je niet onnodig op de rem staat, meer rust ervaart en anderen vaker mee kunt laten genieten van jouw kwaliteiten! Een voorbeeld om daarna zelf aan de slag te kunnen gaan:

    Zicht op onbewuste overtuigingen
    Toets jezelf eens met een RET abc’tje. Ga terug naar een moment waarop je in je werk iets anders aanpakte dan je wilde, een moment waarop je op de rem trapte. We noemen dat de A: de situatie.

    Bijvoorbeeld:

    “Er werd gevraagd wie het project wilde leiden tijdens ons afdelingsoverleg, een ervaring die ik op zich graag zou willen opdoen.”
    Vraag jezelf daarna af wat je deed en voelde: de consequenties, de C dus. Bijvoorbeeld:

    “Ik stak mijn vinger niet op en voelde me onrustig, een beetje angstig.”
    De vraag die je daarna stelt is: wat dacht je toen je jezelf onzeker en een beetje angstig voelde?

    “Ik wilde voorkomen dat mijn collega’s en zeker mijn baas, me arrogant vonden.”
    Neem niet te snel genoegen met je eerste antwoord, want vaak zitten je onbewuste overtuigingen, die echt voor hartkloppingen kunnen zorgen, daar nog achter. Vraag dus door op simpele wijze: “En dan?”

    “En dat ze dan zouden denken dat ik mijzelf overschat. En dat dat het begin van het einde zou kunnen zijn.”

    “En dan?”

    “Dat ik dan uiteindelijk ontslagen zou worden en op de bank thuis kom te zitten, mijn huis uit zou moeten, geen andere baan meer zou vinden.“

    Het mooie van de RET-aanpak is dat je de vinger gemakkelijker op de zere plek kunt leggen. Natuurlijk weet je wel dat je niet zomaar ontslagen kunt worden, maar diep in je hart voelt dat risico toch best groot. Het is goed om je gedachten te toetsen op hun logica en realiteitszin door vragen als:

    1. Komt het vaker voor dat mensen op basis van zoiets ontslagen worden? 
    2. Loop ik extra risico omdat er van mij al een dossier is opgebouwd? 
    3. Hoe groot schat ik de kans in dat ik werkelijk ontslagen word?

    Lees ook de zwarte bladzijde achterin het boek

    Het is ook goed om de zwarte bladzijde nu wel eens echt te bekijken, want het valt natuurlijk nooit uit te sluiten dat je wél ontslagen wordt. Stel jezelf dan ook de volgende vragen:

    "Hoe scoort deze ramp op mijn lijst van levensrampen?" (Denk even aan je gezondheid, het welzijn van je familie, etc.)

    "Kun je je voorstellen dat je, ook als je nooit meer werk zou vinden, nog gelukkige momenten in je leven zult hebben? Hoe zouden die eruit zien?"

    "Zou het mogelijk zijn dat je toch weer manieren zou kunnen vinden om weer een baan te vinden?"

    Maak jouw ABC tje om minder angst te voelen

    Waarschijnlijk ben je op deze manier in staat minder angst te hebben voor potentieel ontslag. Ik heb zelfs al heel wat mensen meegemaakt die er zelfs allerlei voordelen van in gingen zien. Minder angst helpt je om meer jezelf en op je best te zijn en je uit te spreken als je iets wilt. Probeer jouw ABC eens uit te schrijven. Kom je er niet uit, mail me dan of kijk op de website van de Loopbaanonderhoudsgroep. Daar vind je meer tips om jezelf van de rem af te halen.

    Lees verder
     

    Aan de slag gaan met je ontwikkelpunten of is het tijd om jezelf te verpotten?

    31-03-2017

    Of je succesvol bent, hangt voor een belangrijk deel af van de omgeving waarin je werkt. In sommige organisaties, afdelingen of rollen, kom je nooit tot bloei omdat je er domweg niet past. Je krijgt kritiek over je aanpak of over je voorkomen of je hebt het gevoel dat niemand op de afdeling jouw humor begrijpt.

    Ben jij een palmpje in Groenland?

    Natuurlijk is het een goede zaak om te leren en met ontwikkel punten aan de slag te gaan. Het kunnen er echter ook te veel zijn. Of de discrepantie tussen jou en de ideale medewerker is te groot. Dan is het gewoon niet jouw vruchtbare aarde en is het zaak om op tijd weg te gaan voordat je het leven leidt van een palmpje in Groenland.

    Check jouw risico en herken de signalen!

    Het risico dat je op de verkeerde plek blijft hangen, is het grootst als je 

    • nog weinig verschillende werkomgevingen hebt gezien
    • eerder te maken had met beëindiging van je contract en je je hebt voorgenomen dat je dat niet meer overkomt
    • niet zo overtuigd bent van je kwaliteiten
    • geneigd bent snel de schuld bij jezelf te zoeken
    • een echte doorzetter bent en je wilt bewijzen dat je het wél kunt
    • het idee hebt dat je omwille van je CV nooit snel mag opstappen
    • het idee hebt dat je erg blij mag zijn met deze baan, want dat je weinig alternatieven hebt

    Maar als iedereen het vindt…

    Je komt ook vaak in een ingewikkeld proces terecht: de mensen met wie je werkt in een organisatie lijken meestal op elkaar. Ze zijn gebleven omdat ze over bepaalde kwaliteiten beschikken en omdat ze een bepaalde manier van werken prettig vinden. Ze zijn het dus met elkaar eens over wat goed is en wat niet. Kritiek komt dus vaak van meerdere kanten. De kans dat je aan zelfvertrouwen inboet is dan groot en daarmee wordt het ook steeds lastiger jezelf binnen of buiten de organisatie te verkopen. Of zelfs te zien dat je ook andere mogelijkheden hebt.

    Ongrijpbare kritiek

    Krijg jij kritiek dat je:
    • te traag bent, te voorzichtig, te weinig durft door te pakken?
    • of dat je juist te weinig oog hebt voor de procedures, veel te snel wilt?
    • te weinig zelfstandig bent, of juist teveel je eigen gang gaat?
    • te weinig betrokken bent bij je collega’s of juist je eigen doelen uit het oog verliest?

    Aan de slag met je ontwikkelpunten of tijd om te verpotten?

    Het gaat vaak om fundamentele kritiek, die terug blijft komen. Of juist weinig tastbare kritiek en telkens weer wat anders. Weinig waardering voor wat je wel kunt of geen ruimte om dat te laten zien. Je gaat aan de slag met je ontwikkelpunten en dat is ook helemaal niet verkeerd. Maar feit is dat je je jezelf niet zo gemakkelijk verandert, dat de doelen soms gewoon te ver weg liggen. Dat je beoordelaars ook niet goed kunnen zien wat jij wel toevoegt en hoe je al ontwikkeld hebt, omdat ze echt anders in elkaar steken dan jij. Misschien wil je ook wel niet echt veranderen, omdat de aanpak niet bij je past.

    Blijf niet te lang (anders lukt het verpotten niet meer)

    Het risico is groot dat je te lang blijft, en steeds meer gaat geloven dat ze gelijk hebben: dat je niet zoveel kan. Je vergeet waar je ook al weer goed in bent en wat je eigen verlangens zijn. Steek dus op tijd je energie in het verpotten van jezelf om zo weer lekker te wortelen in jouw vruchtbare aarde.

    Lees verder
     

    Jouw Transitiejaar optimaal benut

    17-03-2017

    6 tips om je kans te vergroten op een goede loopbaanstap.

    Als je weet dat je een stap wilt zetten, maar de tijd hebt, kun je het projectmatig aanpakken door een transitiejaar in te richten. Dat klinkt misschien lang, maar als je nog niet helemaal weet wat je wilt en/of je nog wilt sleutelen aan jezelf als optimale kandidaat, is dat best realistisch.

    Omdat er zoveel krachten zijn die je tegenhouden

    Sollicitatie-goeroe Aaltje Vincent kwam weer langs op LinkedIn, met de boodschap dat er zoveel krachten zijn die je tegen houden een stap te zetten. Omdat het proces van erachter komen wat je nu precies wilt, waar je op je best bent en waar je kansen liggen nog niet zo gemakkelijk is. En dan hebben we het nog niet eens over het concrete solliciteren. Kortom, het is een echt project. En tegelijkertijd een project dat je niet van tevoren kunt inplannen, omdat je onderweg telkens voor keuzes staat, die weer bepalend zijn voor je volgende stap.

    In de vorige column schreef ik al over de grote voordelen van het warm weggaan. Feit is dat veel mensen zich dat onvoldoende realiseren en weinig gebruik maken van de mogelijkheden die ze hebben in deze positie. Hieronder 6 tips om jouw Transitiejaar optimaal te benutten:

    1) Maak de mentale overstap, jouw doel staat voorop. Dus werk geen 110% meer, maar ga naar 90%. Als je dat lastig vindt, bedenk dan dat ook je werkgever niet op een gedemotiveerde medewerker zit te wachten. En voer de druk bij jezelf op door goed te kijken naar die collega, die al veel eerder de stap had moeten zetten.

    2) Creëer tijd. Een stap zetten kost nu eenmaal veel tijd, vooral om allerlei zaken goed uit te zoeken. Een tip: ga 10 weken lang elke week een halve vrije dag opnemen en werk de andere helft vanuit huis.

    3) Maak gebruik van de mogelijkheden die de organisatie biedt aan trainingen en andere ondersteuning. Kijk goed op intranet en ga in gesprek over jouw ontwikkelbehoeften.

    4) Maak er een extravert jaar van. Vertegenwoordig de organisatie in brancheverenigingen, seminaars, trek aan projecten, word spreker. Goed voor jou, goed voor de organisatie.

    5) Overweeg om open kaart te spelen. Dat kan nuttig zijn als je bepaalde werkervaringen op wilt doen, contacten nodig hebt of graag coaching wil.

    6) Laat je niet onder druk zetten door een einddatum af te spreken, als het enigszins kan. Misschien loopt het wel anders en dan hijgt die datum in je nek.

    Lees verder
     

    De voordelen van WW (Warm Weggaan)

    03-03-2017

    Hoe je huidige werkgever je kan helpen aan een nieuwe baan.

    Je bent er wel uit: je wilt een stap zetten. Je groeit niet meer echt of bent gewoon minder gemotiveerd aan het raken. Maar je hebt er geen enorme haast mee. Dan verkeer je in een heel fijne positie. Het is belangrijk dat je je dat realiseert, omdat je anders wellicht onvoldoende gebruikt maakt van de voordelen van jouw warme positie.

    Jouw belang bij een opgewekt afscheid

    Warm weggaan staat tegenover het koude afscheid, waarbij je geen gebruik meer kunt maken van wat de organisatie te bieden heeft. Bij voorbeeld de mogelijkheid om intern advies te krijgen, relevante ervaringen op te kunnen doen in projecten, via stages of door vervanging. Maar ook: om deel te kunnen nemen aan interne trainingen, betaalde opleidingsdagen te krijgen en kans te hebben op interne vacatures.

    Maar de belangrijkste voordelen zijn misschien wel deze:

    De kruiwagen: als je het open speelt kun je je interne contacten vragen of ze een gesprek kunnen regelen bij iemand uit hun netwerk. Je komt dan op een heel andere manier binnen. Dat kan zowel via een heel sympathieke collega als met de manager die jou eigenlijk weg wil hebben.

    De ambassadeur: je kunt contacten leggen vanuit naam van je werkgever. Om daarmee met allerlei mensen in gesprek te komen, die niet in de selectie stand staan. Die jou welwillend tegemoet treden, omdat ze vanuit gelijkwaardigheid op zoek zijn naar hun voordeel.

    Ook je werkgever wil graag dat je positief blijft

    Als je eenmaal afscheid hebt genomen (zelfs als je zelf opstapt) is de liefde vaak snel bekoeld en ben je op jezelf aangewezen. Soms is de steun bij het vinden van een nieuwe baan afgekocht via outplacement, maar bijna altijd ben je beter af met de warme variant. De werkgever heeft er ook belang bij dat jij positief blijft. Immers, de kans dat je binnen de branche blijft, nog klanten spreekt, misschien zelfs klant wordt, is groot. Stap dus nooit op zonder overleg als je nog geen andere baan hebt (ook dan eigenlijk niet), laat je frustratie nooit de overhand krijgen. Als je toch weg wilt, dat al zeker weet, is er ook weinig meer te verliezen, alleen maar wat te winnen. Voor beide partijen.

    Lees verder

    “Ik laat het voortaan allemaal van me afglijden”

    19-02-2017

    Hoe je wél kunt zorgen dat je minder last hebt van kritiek en botte collega’s.

    Louter het voornemen om je vanaf nu minder te laten raken door een collega of manager, werkt zelden. Dat komt omdat je geen aandacht besteedt aan de achterliggende overtuigingen. Als je op dezelfde manier blijft denken, zal de emotionele kracht ervan even groot zijn. Dan is het lastig om je er rustiger, minder gekwetst bij te voelen.

    Misschien sta jij ook wel meer op scherp dan handig voor je is. Dat wil zeggen dat je de reactie van de ander te snel interpreteert als een vorm van afwijzing of minachting, terwijl er soms iets heel anders aan de hand is. Bij voorbeeld:
    • Je manager snoert jou regelmatig de mond in vergaderingen, maar doet dat soort dingen bij anderen ook, dat is gewoon zijn ongeduld.
    • Een collega heeft gezegd dat hij jou ingewikkeld in de omgang vindt (maar feit is dat jij hem al langer een zeurpiet vind).
    • Je zit ziek thuis na een conflict en er belt bijna niemand om te vragen hoe het met je gaat (waarschijnlijk vooral omdat ze ook niet goed weten wat ze met de situatie aan moeten).

    Vaak leidt het idee dat we mogelijk afgewezen worden tot 2 sterke emoties: boosheid en verdriet. Als psycholoog met affiniteit met de cognitieve therapie, denk ik dat de sleutel voor een betere manier van hiermee omgaan ligt in de achterliggende overtuigingen.

    1) Boos met een achterliggende gedachte in de trend van: “jij mag mij zo niet behandelen, want dat heb ik niet verdiend”
    2) Verdrietig met als achterliggende gedachte: “als jij zo tegen mij doet, voel ik mij minderwaardig”.

    Deze gevoelens versterken elkaar vaak ook nog eens. We denken dan: ”jij mag mij niet dit pijnlijke gevoel van minderwaardigheid geven. Ik haat het. En dus haat ik jou”.

    De oplossing zit in het proberen, van anders denken. Dat gaat niet in één keer, dat moet je trainen, maar dát het helpt is wetenschappelijk bewezen. Niet anders denken in de zin van “ik trek me er niets meer van aan”, maar echt wezenlijk anders. Een voor jouzelf meer gezonde manier van denken bevat de volgende elementen:
    • ‘Zolang het binnen de wet en de regels is, mag jij doen wat je wilt.
    • Ook als jij mij afwijst, maakt dat mij nog niet minder.
    • Jouw oordeel is ook maar beperkt en gekleurd door jouw ideeën/persoonlijkheid.
    • Hoewel ik het fijner vind als onze relatie goed is, kan ik ermee leven als jij niet positief over mij denkt of wanneer de relatie zou stoppen.
    • Ik ga er namelijk niet aan dood.
    • Daarom kan ik uitzoeken wat jouw bedoeling was, of ik het wel goed geïnterpreteerd heb.
    • En dan zelf bepalen wat ik met de relatie wil’.

    De essentie is dus dat je je minder afhankelijk maakt van het oordeel van de ander, het ziet als een van de vele stukjes feedback die je krijgt in je leven.

    Nog 2 andere tips om beter om relaxter in het leven te staan bij potentiële afwijzing:
    • Meer en bewuster stil staan bij de vraag: wat wil ik zelf?
    • Meer oefen in het verdragen van het idee dat anderen negatief over je denken.

    Zeg eens gewoon “nee” als je ergens geen zin in hebt, wetend dat die ander zal denken dat je lui bent. Of roep eens hard hoe laat het is in de tram, wetend dat er zeker mensen zijn die denken dat je ze niet allemaal op een rijtje hebt. Klinkt gek, maar soms moet je gekke dingen uitproberen om af te komen van iets wat vaak behoorlijk vast in je denken verweven is. En je leven toch een stuk minder licht maakt.

    Lees verder
     

    Als je fantaseert over het vertrek van je baas

    03-02-2017

    Wat je kunt doen als je van je werk houdt, maar niet van je manager.

    Het is de meest genoemde reden om een stap naar buiten te willen zetten: je hebt geen goed contact met je manager. Het lijkt wel of hij/zij overal kritiek op heeft of je hebt het gevoel dat je veel te weinig gezien wordt. Waarschijnlijk vind je hem/haar ook incapabel en een narcist, want zo gaat dat in het algemeen als je je gekwetst voelt. En mogelijk is hij/zij dat natuurlijk ook. Maar realiseer je wel dat je vanuit die gekwetstheid geneigd bent om de ander hard te veroordelen. En er dan weinig ruimte is om de relatie te verbeteren.

    8 manieren om een vastgelopen relatie met je manager een nieuwe kans te geven:

    1. Laat je niet onnodig kwetsen. Dat hij/zij je manager is, maakt nog niet dat het oordeel over jou klopt. Het is natuurlijk onpraktisch dat het nu juist jouw baas is die niet positief over jou is, maar zie het als een van de vele beelden over jou. Dat maakt het minder zwaar.

    2. Probeer te snappen waar je manager zich zorgen over maakt. Als je manager onder druk gezet wordt door zijn manager over het aanleveren van de cijfers, zorg dan dat die van jou in ieder geval op tijd zijn.

    3. Klinkt onlogisch, maar kan verrassend goed werken. Probeer samen met hem of haar klussen te doen of met elkaar iets op te pakken waarbij jullie beide kunnen scoren.

    4. Hou op je manager te overtuigen van iets dat in potentie riskant of slecht voor hem is, bijvoorbeeld dat jij voortaan bepaalde taken overneemt, waardoor hij/zij zijn eigen positie uitholt.

    5. Bied je manager meer zicht op je kwaliteiten, Misschien gaat het wel tegen je gevoel in van ‘doe maar gewoon’, maar realiseer je dat het vaak lastig is om te zien wie welk aandeel in iets heeft.

    6. Vind uit wat jullie gemeen hebben.

    7. Zorg dat je niet afhankelijk wordt. Investeer in contacten op andere afdelingen en buiten deze organisatie. Hoe wanhopiger je bent, hoe minder je de relatie kunt sturen.

    8. Praat niet over je manager achter zijn/haar rug. Of maak in ieder geval vooraf de inschatting of dat je iets gaat opleveren. Soms kan het werken je baas onder druk te zetten door in gesprek te gaan met de baas van je baas.

    9. Meer lezen? Zie dan het boek: Hoe groen is jouw gras?

    Lees verder

    Als je werkgever niet meer voelt als jouw organisatie

    22-01-2017

    Niet meer trots op de organisatie, maar je houdt wel van je werk, of je collega’s.
    Misschien is de organisatie veranderd, misschien ben jij veranderd en meest waarschijnlijk, zijn jullie beide veranderd: en nu past het niet meer. Je kunt je niet meer vinden in de keuzen die worden gemaakt, ergert je aan allerlei zaken en bent allang gestopt met enthousiast spreken over je werkgever op feestjes. Wat kun je doen om te zorgen dat het jouw leven niet verpest?

    1) Richt je op de inhoud van je werk. Denk terug aan wat je eerder zo bevredigend vond. Misschien kun je weer meer bewust genieten als je je vooral richt op je klanten of patiënten.
    2) Spreek met eerlijke vrienden over hun werk en werkgever. De kans is groot dat ook bij hen de buitenkant mooier is dan zij dat van binnenuit ervaren. Dat kan jou weer helpen te relativeren.
    3) Ga echt op zoek naar alternatieven: spreek met mensen uit je netwerk in het kader van jouw oriëntatie. Daarmee sla je meerdere vliegen in één klap: je krijgt meer zicht op eventuele mogelijkheden en je zaait kansen. En als het tegenvalt, zou het zomaar zo kunnen zijn dat je je weer meer tevreden voelt over je huidig werkgever.
    4) Zorg dat je elders dingen doet waar je trots op kunt zijn.
    5) Probeer te sturen op het beleid, via je manager of de OR.
    6) Blijf niet hangen in de korte termijn bevrediging van het contact met collega’s die net zo teleurgesteld zijn als jij. Dat lijkt even fijn, maar uiteindelijk krijg je er, net als met kauwgom, na een tijdje toch een rotsmaak van in je mond. Kortom: zoek naar meer oplossingsgerichte collega’s.
    7) Kijk of je een dag minder kunt werken en bouw ondertussen aan je eigen plannen.
    8) Neem een jaar om een overstap te maken en gebruik dat jaar om je aantrekkelijkheid voor de markt zoveel mogelijk te vergroten.
    9) Wees eerlijk naar jezelf: waarom zit je er nog? je ervaart de grootste druk als je je gevangen voelt. Het ligt het meest voor de hand je werkgever daarvan de schuld te geven. Maar is dat wel zo; kun je echt niet weg of op een andere manier sturen? Als angst je gevangen houdt, zoek dan externe hulp om beter voor jezelf te zorgen.

    De tips en de scan staan uitgebreider beschreven in het boek: Hoe Groen is jouw Gras, de Bruine/Bender, Academic Service, 2015.

    Lees verder

    Heb je het gevoel dat je ontwikkeling stil staat? 7 tips om weer vooruit te komen

    05-01-2017

    In de vorige column heb ik een verkorte scan beschreven waarmee je kunt checken hoe je er momenteel voor staat in je werk: waar gaat het fijn en waar liggen de pijnpunten? In de komende serie columns ga ik in op de vijf belangrijkste pijnpunten. Om te beginnen: een stagnerende ontwikkeling. Van jou dus.

    Er kunnen verschillende oorzaken voor zijn; wellicht is er te weinig geld beschikbaar. Of je werkgever investeert niet veel geld in de ontwikkeling van medewerkers of jij zit in de hoek waar weinig in geïnvesteerd wordt. Kortom, je ontwikkeling stagneert en ambitieus en leergierig als je bent, heb je het gevoel niet aan je trekken te komen.Wat kun je in een dergelijke situatie doen?

    Zoek interessante mensen in de organisatie op en onderzoek of je iets met hen kunt doen. Een project, een dag meelopen, een keer brainstormen over mogelijkheden.

    Check je persoonlijk opleidingsbudget of het afdelingsbudget en kom met een plan. Vaak is er meer mogelijk dan je denkt, zeker als je zelf mee betaalt.

    Wacht niet op je werkgever, maar investeer in jezelf. Als je onderzoeken erop naslaat blijkt dat investering in opleiding zich meestal dubbel en dwars terugbetaalt.

    Check bij welke organisaties je werkgever is aangesloten (bijvoorbeeld een branchevereniging, VNO-NCW) en welk aanbod er is aan gratis seminars/intervisiegroepen. Ook bedrijven die voor jouw bedrijf werken (bijvoorbeeld opleiders) hebben vaak leuke bijeenkomsten.

    Probeer de organisatie te vertegenwoordigen in een project met externen. Of probeer spreker te worden op een seminar. Leuk voor jou en je werkgever.

    Als je zeker weet dat je te zijner tijd weg wilt gaan dan kun je ook overwegen om een deal te maken. Dan maak je er een transitiejaar van en maak je de afspraak om meer tijd en geld te krijgen voor je ontwikkeling om daarna de stap naar buiten te zetten. Vaak voor beide partijen veel gunstiger dan een outplacementregeling.

    Verwacht niet alles van je baan. Soms is dit het gewoon en is er alsnog reden genoeg om in deze baan te blijven. Neem de saaiheid voor lief en geniet van de voordelen die de baan biedt. Op deze manier geeft het jou de tijd voor verbreding buiten je werk: door je te verdiepen in het Chinees, viool te spelen of je eigen groente te kweken in je volkstuin.

    Dit is de eerste van een korte serie over actie die je kunt nemen als je (soms) baalt van je baan. De tips en de scan staan uitgebreider beschreven in het boek Hoe Groen is jouw Gras van De Bruine & Bender, Academic Service 2015

    Lees verder
     

    Gaat het nog de goede kant uit met jouw loopbaan?

    21-12-2016

    21 essentiële vragen om in de vakantie onderhoud aan jezelf te plegen

    Vaak hoor ik: “Ik ga wel met mijn loopbaan aan de slag als het nodig is”. Vanuit mijn positie als loopbaancoach, zie ik de gevolgen. Ik kom regelmatig mensen tegen die liefst nú weg willen of moeten, maar er nog nauwelijks mee bezig zijn geweest. Ze hebben daardoor vaak te weinig tijd om een goede stap te kunnen zetten. Erachter komen wat je eigenlijk wilt, waar kansen liggen, je netwerk uitbreiden, jezelf aantrekkelijker maken voor bepaalde functies door ervaring en kennis: het vergt tijd.

    Bezig zijn met je werktoekomst schiet er gemakkelijk bij in, geduldig wachtend in de categorie ‘belangrijk, niet urgent’. Met deze check-up help ik je doelgericht de verschillende aspecten van jou in je werk te verkennen. Het je zo gemakkelijker te maken, in de hoop dat je je laat verleiden er ook mee aan de slag te gaan als het niet urgent is.

    Gun jezelf eens een paar uur om met deze essentiële vragen aan de slag te gaan, lekker bij de kerstboom met een glas wijn. Nu eens even stil staan bij jou en je werk helpt je om beter te sturen, geen kansen te missen en de rest van het jaar minder onrust te voelen. Pak pen en papier en ga aan de slag met de onderstaande 21 vragen:

    Je huidige situatie:
    1. Loop je nog warm voor de inhoud van je werk?
    2. Zien (relevante) anderen jouw kwaliteiten?
    3. Heb je je het afgelopen jaar kunnen ontwikkelen?
    4. Kun je lachen met je collega’s?
    5. Vertrouw je je manager?
    6. Ben je er trots op om bij deze organisatie te werken?
    7. Heb je binnen de organisatie de komende 2 jaar een aantrekkelijk perspectief?
    8. Ben je tevreden met de afspraken die je hebt gemaakt (salaris, te behalen resultaten)
    9. Heb je ‘avonds nog energie voor andere zaken?


    Je verlangens:
    10. Wat is er belangrijk voor je (geworden) het afgelopen jaar?
    11. Wat wil je in ieder geval niet meer?
    12. Wat wil je de komende jaren nog leren en uitproberen?
    13. Wat wil je nog geven en meer benutten van jezelf?

    Jij als product op de arbeidsmarkt:
    14. Wat koopt een werkgever met jou in?
    15. Wat voeg jij toe aan een team en/of een organisatie?
    16. Waarin ben je dit jaar beter geworden?
    17. Voor wie ben jij interessant?

    De staat van je onderhoud:
    18. Heb je een globaal Plan B voor als je weg wilt of moet?
    19. Heb je een netwerk dat groot en goed genoeg is om je (via de tweede lijn) verder te helpen?
    20. Lukt het je om tot acties te komen of rem je jezelf af?

    Te nemen actie:
    21. Wat betekenen deze antwoorden voor nu: waar kun je en/of moet je nu bijsturen? Wie kan je helpen?

    In de volgende columns zal ik terugkomen op concrete acties die je kunt nemen. Maar met gezond verstand kom je ook al een eind.

    (Voor de gehele vragenlijst en suggesties voor acties, zie: Hoe Groen is jouw Gras? ,De Bruine/Bender, Academic Service 2015)

    Lees verder
     

    Een stap terug moeten doen en toch weer werken met plezier, hoe doe je dat?

    15-12-2016

    Hans is een opgewekte man, nu weer tenminste. De afgelopen maanden had hij het lastig. Maar nu heeft hij weer zin in zijn werk en in het leven in het algemeen. Hans heeft geleerd te dealen met hetgeen hem in zijn werk overkomen is.

    In een wat onduidelijke combinatie van een reorganisatie en een negatieve beoordeling raakte Hans zijn baan kwijt als leidinggevende van de afdeling Client Support. Deze rol kwam te vervallen en Hans zou direct onder de commercieel directeur in een zelfsturend team aan de slag gaan.
    Ze nemen me in de maling
    Kort daarvoor had hij, in zijn beleving geheel vanuit het niets, al een negatieve beoordeling gekregen. Vrij snel na de aankondiging dat zijn functie weggeorganiseerd wordt, wordt iemand van buitenaf aangetrokken voor een functie die verdacht veel op zijn oude functie lijkt, constateert Hans. Hij voelt zich bedonderd. Tot overmaat van ramp komt hij erachter dat sommige van zijn medewerkers al eerder op de hoogte waren van zijn gedwongen terugtreden, dan hijzelf.

    Hans voelt zich vernederd en afgedankt. Hij wil zo snel mogelijk weg en overweegt juridische stappen te ondernemen. Maar dan, op een dag krijgt hij het niet meer voor elkaar om zijn bed uit te komen; hij blijft huilen en voelt zich doodmoe.

    Van vooral boos naar vooral levenslust
    Aangemoedigd door zijn omgeving blijft hij een tijdje thuis en wandelt hij meer dan in de 20 jaar daarvoor. Langzaam voelt hij de levenslust weer terugstromen in zijn lijf en lukt het hem ook anders te gaan denken. In plaats van de vele varianten op: “Ze mogen mij zo niet behandelen” komt de gedachte: “Het is niet fijn dat het zo gelopen is, maar het is niet het einde van mijn leven” en “ze denken maar over me wat ze willen op mijn oude afdeling, dat maakt mij nog niet minder”. Hij neemt zelf het initiatief tot een gesprek en gaat weer aan de slag, en start met halve dagen.

    In overleg met een interimmanager spreekt hij af om de invoering van het nieuwe systeem te begeleiden. Ondanks dat hij iedereen weer onder ogen moet komen en er dus tegenop ziet, pakt het goed uit. Het feit dat hij de tijd heeft om zich te concentreren op taken, maakt hem erg blij. Hij heeft gesolliciteerd op andere managementfuncties buiten de organisatie, maar begint zich steeds meer af te vragen of hij nog wel zo’n zware functie wil.

    Beter voorbereid op de toekomst. Wat die ook mag zijn.
    Hoe het verder zal lopen, weet hij nog niet. Misschien zal Hans later alsnog de stap zetten, maar wellicht blijft hij de komende jaren met veel plezier in zijn nieuwe functie werken. Voorlopig heeft Hans het in zijn huidige rol beter naar zijn zin gehad dan de afgelopen jaren. Doordat er wel echt een plek voor hem was, maar vooral doordat het hem zelf lukte om niet te blijven steken in zijn boosheid en door oplossingsgericht te handelen, kan hij weer verder. Hij is wel zo slim om ondertussen ook alert te blijven op zijn mogelijkheden buiten en binnen zijn netwerk. Als hij alsnog ontslagen wordt of weg wil, liggen zijn kansen helemaal niet zo slecht.

    Lees verder

    Loopbaanonderhoud en de kunst van het Kaizen

    21-11-2016

    De Amerikaan Robert Maurer, hoogleraar psychologie aan de medische faculteit van de universiteit van Los Angeles, schreef er een boek over. Het is een alternatief voor de strategie van: ‘van nu af aan moet alles anders’, die leidt tot uitstelgedrag en frustratie. In zijn boek gebruikt hij voorbeelden uit zijn eigen praktijk. Zo beschrijft hij ene Julie, een alleenstaande moeder van twee kinderen. Ze had veel moeite om financieel het hoofd boven water te houden. Julie was veel te dik en wilde graag afvallen. Maar alle pogingen mislukten.

    Een klein comfortabel stapje
    Robert Maurer pakte het anders aan. Hij vroeg haar: “Lukt het je om elke dag één minuut te lopen voor de tv?” Langer mocht ook niet. Dat lukte haar en van daaruit groei het verlangen naar meer en het geloof dat het mogelijk was om dat in haar drukke leven in te passen. Ze had haar angst omzeild en kon er weer creatief en oplossingsgericht over nadenken.

    Je hersenen niet alarmeren
    Robert Maurer beschrijft hoe onze hersenen bij angst direct in de vlucht/vecht-modus schieten. In feite gaat er een alarmsysteem af, dat andere functies, zoals creatief nadenken, stil legt. Heel nuttig als er groot gevaar dreigt, waar je alleen van weg hoeft te blijven, maar niet fijn als er echt iets moet gebeuren.

    Onbewust van onze angst
    Vaak zijn we ons niet bewust van die verlammende angst. Bij Julie betrof het mogelijk haar angst voor de teleurstelling van het (weer) niet volhouden, voor pijn tijdens het sporten, voor het voor gek staan in de sportschool. Als we er eens echt bij stil staan hebben we vaak een heel arsenaal van argumenten. Of het nu om gezonder leven gaat of vaker ‘nee’ zeggen tegen mensen die wat gemakkelijk gebruik maken van jouw welwillendheid.

    Vertalen naar jou in je werk
    Ook in ons werk stellen we zaken uit, vluchten we in feite. Het uitstellen van het bellen van die lastige klant of het uitstellen van het schrijven van dat rapport. We zijn bang om die klant kwijt te raken, om af te gaan. De Kaizen methode is wellicht niet altijd in te passen, want sommige zaken vergen snellere actie. Ik kan me voorstellen dat het niet werkt om eerst een week elke dag de telefoon een minuut vast te pakken. Maar er zijn genoeg zaken waarvoor het wel kan werken. Elke dag 5 minuten brainstormen over het rapport bij voorbeeld. Niet meer, maar wel elke dag. Dan heb je na een week al meer gedaan dan anders en heb je jezelf mogelijk verleid tot meer.

    En jouw loopbaanonderhoud
    Het ontwikkelen van een plan B, het nadenken over jouw toekomst, het ontwikkelen van een netwerk. Het zijn allemaal zaken die vaak onderhevig zijn aan uitstelgedrag. En bij uitstek geschikt zijn voor de methode van het Kaizen: geen harde tijdsdruk, maar wel een behoorlijk belang. Jezelf verleiden met miniactiviteiten, zoals 5 minuten op vacaturesites kijken of een LinkedIn uitnodiging te sturen is dan wellicht jouw weg naar een prima onderhoud op jouw loopbaan.

    Lees verder
     

    Misschien een stapje terug doen?

    14-11-2016

    Jonge ouders hebben het vaak zwaar, zeker als ze een baan hebben die veel van ze vergt. En laten we eerlijk zijn: het valt ook niet mee om je koortsige kind ‘s morgens toch maar bij opa en oma te brengen omdat ie zo niet naar de crèche kan, te puzzelen aan schema’s die soms gewoon niet passen (“ja, die dag kan ik ook echt niet brengen, hoor”) en na een zware nacht jezelf met sterke koffie wakker te moeten houden bij de vergadering. Dat wetend, uit ervaring of door de verhalen van vrienden en collega’s, staan veel ouders voor de keuze: zet ik een stapje terug en hoe? En dat gebeurt in veel gevallen, en inderdaad ook vooral de vrouwen, die minder gaan werken of een baan kiezen die minder van hen vergt (of allebei).

    Voor veel organisaties, onder andere binnen de advocatuur, accountancy, overheid is dat een probleem, omdat ze op die manier te weinig vrouwen hebben voor verplicht gemixte internationale tenders of om hun afspraken ten aanzien van het percentage vrouwen in het management na te komen.

    Al jaren geven wij op verzoek van een aantal van deze organisaties soon-to be-mums die daar prijs op stellen, een kort individuele traject, een soort van extra reflectiemoment. Wij laten ons natuurlijk niet gebruiken om op vrouwen in te praten dat ze vooral moeten blijven. Ik heb wel de overtuiging dat het deze vrouwen helpt om met een neutrale buitenstaander hun eigen mogelijkheden onder de loupe te nemen om zo niet ongemerkt en onomkeerbaar op een pad terecht komen, waarop zij weinig kans meer krijgen hun kwaliteiten te benutten.

    Voor eenieder waar dit (ooit ) speelt, alvast wat gespreksonderwerpen:

    1 Een goed werknest creëren. Als het even kan, een omgeving zoeken die jou goed gezind is, realistische verwachtingen heeft, weet wat je kunt.

    2 Nadenken over hoe je de afspraken (thuis) maakt. Hoe zorg je ervoor dat je, als je dat wilt, zaken weer terug kunt draaien? Dat je niet ongemerkt in een dynamiek terecht komt, waarbij je onderhandelingspositie thuis niet gelijkwaardig meer voelt(omdat de salarisverschillen snel groter worden).

    3 Nadenken over je taken als parttimer. Hoe voorkom je dat je dat vooral corveeklussen gaat doen? Hoe zorg je ervoor zelf niet te gaan overcompenseren?. Veel parttimers vergeten het belang van rondhangen, terwijl dat toch vaak de manier is om bij de interessante projecten en klanten betrokken te worden.

    4 Je stress benutten. Dit is hét moment om af te komen van inefficiënte gewoontes als te vaak ‘ja’ zeggen en perfectionisme. Daar valt veel tijd mee te winnen. Als je er bewust mee aan de slag gaat, kan juist de urgentie van de nieuwe situatie je helpen nieuw denken en handelen aan te leren, dat je niet alleen in deze periode helpt te overleven, maar waarvan je ook de rest van je leven plezier kunt hebben.

    5 Ten slotte: denk jij, vrouw, nog helemaal niet aan kinderen, lees dan verder. Veel vrouwen maken een voorzichtige start in hun loopbaan. Ze blijven langer in hun eerste baan en oefenen minder druk uit op hun manager om zich te kunnen ontwikkelen, dan startende mannen. Ooit leidde ik een traject bij een grote accountant om alle starters te begeleiden en op de door ons consequent gestelde vraag: “denk je door te groeien naar de positie van Partner?”, antwoorde de mannen vrijwel allemaal positief, terwijl de meeste vrouwen aangaven dat niet te verwachten. Juist vrouwen zouden in die eerste 10 jaar van hun loopbaan veel verschillende ervaringen op moeten doen, om daarmee hun kans om vanuit een sterke positie bij te sturen als jonge moeder, te vergroten.

    Lees verder
     

    Ga jij straks ook je baas opvolgen?

    23-10-2016

    Ik kom het in mijn praktijk vaak tegen: mensen die achteraf van mening zijn dat ze te lang zijn gebleven in hun baan bij die ene werkgever. Mensen die zich realiseerden dat ze veel te lang niet meer echt met plezier hebben gewerkt, zich elke avond doodmoe voelden, een hekel hadden gekregen aan de organisatie of aan hun manager, die allang niet meer warm liepen voor hun taken of niet meer het gevoel hadden mee te tellen.

    Het slecht naar je zin hebben op je werk is een sluipmoordenaar voor zelfvertrouwen, energie en geluk. Daarom als vervolg op een vorige artikel waarin het ging over de mix van loyaliteit en angst, nog een ander riskant denkpatroon. En dat is optimisme over interne doorgroeimogelijkheden in combinatie met angst voor externe carrièremogelijkheden.

    Regelmatig hoor ik mensen zeggen dat ze nog even niet moeten denken aan een stap naar buiten, met als argument dat ze de verwachting hebben intern door te kunnen groeien en dat hun dat een leuke uitdaging lijkt. Over niet al te lange tijd komt de positie van hun manager vrij want die persoon schuift door of gaat met pensioen. Dus hoewel ze het in de huidige functie niet echt meer naar hun zin hebben is het de moeite waard om daar nog even op te wachten.

    Komt deze situatie je bekend voor? Dan stel ik je graag een aantal vragen die je helpen om je eigen kansen in te schatten.

    • Ben jij de enige die in aanmerking komt voor deze positie of zijn er andere kapers op de kust?
    • Is het überhaupt de gewoonte om dergelijke vacatures met een interne kandidaat te vervullen of wordt er eerder gezocht naar iemand van buitenaf?
    • Hoe is jouw huidige positie?
    • Zien de beslissers jouw potentieel, welke signalen krijg je daar over?

    Kortom: hoe reëel is jouw kans eigenlijk?

    Maar vraag je ook het volgende af:

    • Wil je het eigenlijk wel echt?
    • Wat zijn de voor- en nadelen van de beoogde positie?
    • Zou je naar een dergelijke positie solliciteren buiten de organisatie als dit niet door zou gaan?

    Jezelf een eerlijk antwoord geven op deze vragen helpt je om op tijd de juiste actie te nemen en om spijt achteraf te voorkomen. Onderneem stappen om je voor te bereiden op die mogelijke switch. Dus check tijdig wat je kansen zijn, stuur naar het opdoen van ervaring in een managementrol door vervanging in vakantietijd.

    En ik weet het, ik zeg dit vaker, bied jezelf ook een alternatief perspectief. Je hebt een Plan B nodig om met een realistische blik naar je situatie te kunnen kijken. Maar ook om stevig genoeg te kunnen onderhandelen als het wel zover komt dat je doorgroeit. En om te voorkomen dat je salaris voorlopig nog even niet meegroeit of dat je ook nog een deel van je oude taken erbij moet blijven doen.

    Kortom: optimisme is mooi, maar een realistisch Plan B is beter.

    Lees verder
     

    Heb jij zicht op je bagage?

    01-09-2016

    Stel: je trekt de wildernis in, met je rugzak. Je weet alleen niet zo goed wat er in je rugzak zit; je hebt er een beetje een globaal beeld van. Dat voelt onrustig natuurlijk; je weet niet waar jouw overlevingskansen het grootst zijn en wat je vanuit je rugzak kunt gebruiken om er een succes van te maken. Dit is in feite de situatie voor velen van ons op ons werk. We bevinden ons in een omgeving, waarin we regelmatig op de proef gesteld worden, maar hebben ondertussen weinig zicht op ons materieel.

    We krijgen nu eenmaal vaak veel meer informatie over onze ontwikkel c.q. verbeterpunten, dan over onze kwaliteiten. Zelfs in positieve functioneringsgesprekken wordt regelmatig het grootse deel van de tijd besteed aan die ‘paar verbeterpuntjes’. Zelden wordt lekker de tijd ingeruimd om eens goed na te denken over wat jou nu zo succesvol maakt in bepaalde situaties.

    Het past goed in de Calvinistische traditie om, bij voorbeeld bij de evaluatie van een project, ook zelf vooral te vragen wat je beter had kunnen doen. En zo zijn we allemaal specialist op onze verbeterpunten en amateurs als het gaat om zicht op kwaliteiten. Natuurlijk is het nuttig om goed te weten wat nu precies jouw kwaliteiten zijn en wat je toevoegt aan het team. Daarmee kun je beter sturen naar rollen waarin je op je best bent en is het ook gemakkelijker je tekortkomingen te accepteren. Daarom nu eens geen aandacht voor wat je allemaal vast ook nog te leren hebt, maar de focus op kwaliteiten, met deze oefening uit de positieve psychologie.

    • Als je terugkijkt op wat jij hebt bereikt, waarop ben je dan het meest trots?
    • Wat zegt dat succes over jou?
    • En wat nog meer?

    Het grappige is dat je deze oefening gewoon ook elke dag even kunt doen; over wat je vandaag bereikt hebt. Het hoeft allemaal niet persé zo groot; ook het gegeven dat je toch maar mooi die lastige klant hebt gebeld, zegt iets over jou. Dat je de confrontatie niet uit de weg gaat, bij voorbeeld, en oog hebt voor de relatie. Dat zit maar mooi in jouw bagage.
    Of probeer deze oefening eens om meer zicht te krijgen op wat zorgt dat jij bepaalde dingen goed kan:

    Oefening: Inzicht uit dieptepunten
    Ieder leven kent tijden waarin het leven zwaar was, we het moeilijk hadden. Maar juist in zware tijden leren we vaak tot dan toe onbekende kanten van onszelf kennen of ontwikkelen we nieuwe kwaliteiten. Blik eens terug op jouw zware tijden, zowel privé als in je werk.

    Wat hebben die dieptepunten jou uiteindelijk aan inzichten en kwaliteiten opgeleverd? Welke kracht/potentie heb je mogelijk bij jezelf ontdekt?

    Lees verder

    Last van uitstelgedrag

    19-07-2016

    De avond voordat je notitie ingeleverd moet worden, ben je nog tot diep in de nacht bezig, omdat het toch (natuurlijk) blijkt tegen te vallen. De ochtend voor je presentatie zit je nog druk van alles te veranderen en maak je toch nog maar snel een paar Power Points. Maar je weet dat het goed komt en je hebt wel wat extra stress, maar niet overmatig. Kortom, het is misschien niet ideaal, maar het gaat eigenlijk best.
    Echt last van uitstelgedrag, heb je:

    • Als je in de dagen voordat iets opgeleverd moet worden, echt veel stress ervaart (je je bijna ziek voelt)
    • Je het regelmatig ook niet voor elkaar krijgt zaken op tijd te leveren en daardoor in de problemen komt
    • Smoezen gaat verzinnen om zaken die je eigenlijk wel wil en kunt, uit de weg te gaan (je zegt bij voorbeeld dat je te ziek bent om een presentatie te geven of in de jury te zitten)
    • Je jezelf om de oren slaat met zelfverwijten en dus inboet aan zelfvertrouwen

    Je kunt jezelf veranderen, dat is het goede nieuws. Ook zonder lang op de divan te liggen bij de psychiater en ook zonder de lagen van je persoonlijkheid af te pellen. Uitstelgedrag is een gewoonte die je jezelf hebt aangeleerd om zo min mogelijk last te hebben van nare gevoelens. Maar soms kom je op een punt dat het niet meer werkt. Omdat je baan zoveel drukker is geworden of omdat je een gezin hebt waardoor je je die nachten doortrekken niet meer kunt permitteren. Dan is het zaak je eigen achterliggende overtuigingen beter te leren kennen en bewust anders te gaan denken en kleine experimenten te doen met nieuw gedrag (dus niet persé in 1 keer het roer om).
    Uitstelgedrag wordt in de volgens de RET-methodiek (veelgebruikte therapievorm) gezien als een combinatie van twee manieren van ongezond denken:

    LFT, lage frustratietolerantie
    Dat wil zeggen, je denkt al snel: “dit is te zwaar voor mij, ik kan dit nu niet aan”
    Of in varianten: “het lukt mij nu echt niet om me te concentreren op deze taak, ik kan het er nu echt niet bij hebben, ik heb nu eerst mijn rust nodig.”

    Perfectionisme:
    Dat wil zeggen: dat je geneigd bent te denken: “dit moet echt helemaal goed zijn, ik moet echt een heel goede originele invalshoek hebben, niemand mag het saai of oninteressant vinden”

    Door je perfectionisme wordt de drempel om eraan te beginnen alleen maar hoger, want je weet, je moet echt op je allerbest zijn om dit te kunnen doen. Veel mensen wachten ook te lang op het moment waarop ze een geniale inval zullen krijgen, waardoor alles vanzelf zal gaan.

    Stappen die je kunt zetten:

    • Besef hoe je aan het denken bent en stel jezelf de vraag of het wel klopt wat je hier denkt. Klopt het wel dat je in de periode ervoor echt niet kunt opbrengen er iets aan te doen? Hoezo dan: val je dan uit elkaar? Ga je overgeven?
    • Stel jezelf ook de vraag of het klopt dat het helemaal perfect moet zijn? Kan dat überhaupt? Hoe erg is het als dit een zesje of zelfs minder zou worden?
    • En ook: helpt dit denken mij verder naar mijn doelen, dat wil zeggen; nu een goed resultaat leveren, maar ook zoiets als op een duurzame manier met mijzelf omgaan?
    • Zorg voor een meer gezonde overtuiging: zoiets als: “” Ik ga ruim vooraf korte stukjes tijd inplannen om eraan te werken, dat kan ik verdragen. Waarschijnlijk is mijn resultaat dan beter dan wanneer ik het op het laatste moment doe en sowieso ga ik dan gezonder met mijzelf om. Gegeven mijn eerdere ervaringen is de kans groot dat ik dit voldoende zal kunnen en zelfs als het niet goed zou gaan, betekent dat niet dat ik het niet opnieuw zal kunnen proberen.”
    • Probeer dingen uit: maak kleine beginnetjes, ruim op tijd. En als perfectionisme vooral jouw bottleneck blijkt te zijn: probeer ook eens bepaalde zaken minder goed voor te bereiden (eerst in minder belangrijke situaties) en ervaar wat imperfectie je kan opleveren.
    • Sta stil bij je successen op dit gebied, maak ze belangrijk, bedenk dat deze stapjes je helpen om een veel fijner en gezonder leven te leiden.
    Lees verder

    Als vaste coach NRC Carriére

    07-07-2016

    Stel, je hebt een manager die je telkens weer opscheept met allerlei extra werkzaamheden, waardoor je regelmatig gefrustreerd de hele avond doorwerkt. Je sport niet meer, ziet de kinderen eigenlijk alleen nog in het weekend en denkend aan vakantie, verlang jij vooral naar heel veel slapen. Hoewel iedereen best hard werkt op kantoor, span jij misschien wel de kroon: jij maakt wel heel veel uren. Ondanks je voornemens lukt het je telkens niet een keer "nee" te zeggen.

    Meer ontspannen werken voor love junks
    De kans is groot dat je, zoals zovelen van ons, last hebt van love junk denken. Dat je, het woord zegt het al, soms dingen doet die niet gezond voor je zijn, omwille van de ’liefde’, de waardering van de ander. Je zegt tegen jezelf dat je moet voorkomen dat je hem of haar teleurstelt. Of dat je echt niet wilt dat er een conflict komt. De kans is groot dat je echt ongezond hard werkten te weinig opkomt voor je belangen om maar ver uit de buurt te blijven van datgene waar je voor vreest.

    Dat denken doorbreken, is niet eenvoudig. Simpelweg tegen jezelf zeggen dat je nu beter voor jezelf gaat zorgen, echt zoiets wat je jezelf in de vakantie voorneemt, gaat je waarschijnlijk niet helpen om op het moment suprême echt nee te zeggen. Daarvoor zal je eerst meer zicht moeten hebben op de overtuigingen die, vaak onbewust, je gedrag bepalen.

    De methodiek die je hierbij kan helpen is de RET (Rationeel Emotieve Training), een veelgebruikte methode die je kan helpen anders de veelheid aan gedachten en gevoelens te ontwarren. Vaak draaien je gedachten een beetje in cirkeltjes rond en ben je afwisselend boos op jezelf en je baas, verdrietig over dat er zo weinig begrip voor je is.

    Misschien maak je je wel zorgen dat het teleurstellen van je baas betekent dat je geen goede opdrachten meer zult krijgen.
    Of vrees je dat je een negatieve beoordeling krijgt, met alle gevolgen van dien. Door meer zicht te krijgen op achterliggende overtuigingen, kun je jezelf helpen ‘gezonder’ te denken. Dat wil zeggen, meer gericht op een lange termijn belang in plaats van op de directe geruststelling.

    Loskomen van love-junk overtuigingen is niet gemakkelijk, juist omdat je omgeving vaak wel blij is met jouw inschikkelijkheid.
    Jouw baas of collega’s zitten vaak helemaal niet te wachten op die versterkte assertiviteit van jou. De kans is dus groot dat je kritiek krijgt of dat er een discussie ontstaat, juist datgene dat je al die tijd hebt geprobeerd te voorkomen. En waar je dus ook weinig mee hebt geoefend.
    Kortom, het vergt een behoorlijke standvastigheid om van je ongezonde gewoonte af te komen. Binnenkort geeft Ester wat tips waarmee je je zelfinzicht vergroot en daarmee de kans om echt anders te gaan denken, voelen en handelen.

    Over Ester de Bruine (1961)
    Ester studeerde Onderwijskunde en Arbeids- & Organisatiepsychologie. Ze werkte als HR professional, docent aan de Hogeschool, consultant en ze startte een businessunit voor vrouwen en hun loopbaan. In 2012 richtte zij de Loopbaanonderhoudsgroep op, met als doel om werknemers te helpen beter voor hun eigen onderhoud te zorgen. En om werkgevers dat te laten faciliteren: Duurzame Inzetbaarheid 2.0. Ook schreef zij diverse boeken om mensen te helpen bij het vinden van hun pad op de arbeidsmarkt.

    Lees verder
     

    De Training: Groener gras!

    10-06-2016

    Groener gras! ‘De training’
    Wat maakt deze training uniek?

    Je hebt er natuurlijk zelf ook al over nagedacht. Maar toch kom je vaak niet verder. Omdat je midden in de situatie mogelijkheden over het hoofd ziet. Of omdat je je niet bewust bent van bepaalde impliciete overtuigingen. In dit traject scannen we met jou de opties vanuit 3 invalshoeken. Zodat je verder komt dan wat je al wist. Zo kijken we niet alleen naar praktische mogelijkheden, maar helpen we je ook meer grip te krijgen op te heftige emoties en ‘energielekken’. En helpen we je je onafhankelijkheid te vergroten door effectief te werken aan een realistisch Plan B.

    Wat je verder nog kunt verwachten:

  • De vertaalslag naar je praktijk is gewaarborgd door o.a. reflectieopdrachten vooraf en uitgebreide opvolging.
  • Een helder plan, bedoeld voor jouzelf: samen met de trainer/psycholoog vullen jullie in steekwoorden een aantal modellen in die betrekking hebben op jouw als product op de (interne)arbeidsmarkt, op jouw verlangens en mogelijkheden.
  • Een nuchtere, down-to-earth training. Geen langdurige sessies over je passie. Maar vanuit verlangens en mogelijkheden kop zoek naar jouw beste opties. Niet onnodig zwaar en therapeutisch, maar wel met oog voor de momenten waarop jij jezelf afremt.
  • Doel van de training:

  • Meer inzicht in eigen mogelijkheden om bij te sturen
  • Minder last hebben van tegenvallers, lastige bazen en onzekere situaties door meer grip op je emoties en door ‘gezond denken’
  • Nu op je best kunnen zijn door een versterkt gevoel van onafhankelijkheid via een realistisch Plan B
  • Zicht hebben op hoe gericht en efficiënt gewerkt kan worden aan de eigen aantrekkelijkheid op de (interne) arbeidsmarkt. Of wel werken aan de eigen duurzame inzetbaarheid.
  • Opzet:

  • Je ontvangt van ons materiaal om alvast na te denken over wat voor jou belangrijk is en welke aspecten van je werk m.n. aandacht behoeven
  • Je start hebt een individueel gesprek waarin we je leerbehoeften bespreken met een van de trainers en krijgt jouw op maat gemaakte werkboek met tests en oefeningen
  • Je werkt thuis ongeveer een halve dag aan de tests en oefeningen
  • Je volgt twee keer een dag training waarin er aandacht is voor de essentie van loopbaanonderhoud en de RET. Je benut elkaar voor ideeën en experimenten.
  • Tussen beide dagen heb je een afspraak met een van de trainers om jouw kwaliteiten, behoeftes, mogelijkheden en ontwikkelplan scherp te krijgen in een uitgebreide individuele coaching sessie.
  • Wij doen suggesties voor aanvullingen van je modellen en onderhouden mailcontact over je ervaringen in de praktijk
  • Na 4 maanden is er een opvolg-bijeenkomst van een halve dag.
  • Trainers/coaches:
    Ester de Bruine en Roderik Bender

    Lees verder

    Zeg eens vaker "nee" tegen je baas!

    09-06-2016

    *ofwel, met de RET meer succes en werkplezier*

    Met plezier werken en succes hebben in je werk, vergt meer dan alleen talent hebben. Het vergt dat je fouten durft te maken en niet te veel piekert over zaken. Dat je jezelf zichtbaar durft te maken en "nee" kunt zeggen tegen je baas.

    Stel, je hebt een manager die je telkens weer opscheept met allerlei extra werkzaamheden, waardoor je regelmatig gefrustreerd de hele avond doorwerkt. Je sport niet meer, ziet de kinderen eigenlijk alleen nog in het weekend en denkend aan vakantie, verlang jij vooral naar heel veel slapen. Ondanks je voornemens lukt het je telkens niet een keer "nee" te zeggen.

    Vaak draaien je gedachten een beetje in cirkeltjes rond en ben je afwisselend boos op jezelf en je baas, verdrietig over dat er zo weinig begrip voor je is. Misschien ben je ook wel een beetje bang dat het teleurstellen van je baas betekent dat je geen goede opdrachten meer zult krijgen. Of vrees je dat je een negatieve beoordeling krijgt.

    De RET (rationeel emotieve training) is een veelgebruikte methode die je kan helpen anders de veelheid aan gedachten en gevoelens te ontwarren. De RET maakt een verschil tussen gezond en ongezond denken. Door de RET-aanpak krijg je zicht op je ongezonde gedachten en met enige training lukt het vaak er anders over te denken. In de RET wordt regelmatig humor gebruikt: vaak zie je zelf ook wel dat bepaalde gedachten een beetje krom zijn. En na een tijdje kun je er vaak ook anders over voelen. En daardoor effectiever handelen.

    De RET is een nuchtere en praktische methode, waarvoor je geen jaren op de divan moet. Het idee is dat je niet alles hoeft te begrijpen om je weer goed te voelen. Of effectiever te zijn. De focus ligt op het hier en nu. Gedachten die je in de weg kunnen zitten, maar die je misschien ook soms voordelen opleveren.

    Vaak gaat het om het verschil tussen lange en korte termijn belangen. Zo kan het op korte termijn prima voelen om de veilige weg te kiezen en de discussie met je baas uit de weg te gaan, als hij je vraagt nog iets extra te doen, terwijl je het al veel te druk hebt.

    Vaak zeggen we dan dat we beter voor onszelf moeten zorgen, maar dat is onzin. Je zorgt dan alleen te eenzijdig voor jezelf, alleen gericht op je korte termijn behoefte aan veiligheid. En niet op andere behoeftes die je hebt, zoals meer lol in je leven, rust en tijd voor de kinderen.

    5 tips om vaker “nee” tegen je baas te zeggen:

    * Creëer een burning platform: stel je voor hoe het leven zou zijn als je over 2 jaar nog steeds hetzelfde doet. Of kijk eens goed naar die collega die het nooit voor elkaar heeft gekregen.
    * Zie de peuter in de winkelwagen voor je: Elk mens is nog steeds een beetje kind, ook jouw baas. Misschien helpt het om niet te veel geïmponeerd te raken door zijn status om hem ook als zodanig te zien: een kind in een winkelwagentje met zijn/haar beentjes naar buiten. Hard roepend en trappelend omdat hij/zij dit keer geen snoep krijgt.
    * Maak je borst maar nat: Realiseer je dat je baas waarschijnlijk niet zal applaudisseren voor jouw moedige experiment om vaker nee tegen hem/haar te zeggen. Dat maakt dit experiment ook extra lastig. Terwijl je jarenlang het conflict uit de weg gegaan bent, krijg je nu mogelijk een dubbele portie, want je baas zal zijn belangen verdedigen. En dus krijg je mogelijk te maken met druk (“Ik denk dat jij niet begrijpt welke belangen er op het spel staan”), veroordeling “(Ik dacht dat jij een harde werker was.”), afwijzing (Hij zoekt je helemaal niet meer op). Waarschijnlijk is dat tijdelijk, een beetje vergelijkbaar met dat kind voorin de winkelwagen die extra lang en hard gaat zeuren in de hoop dat het alsnog lukt om dat snoep in de kar te laden. En elke keer als je toegeeft, zal het de volgende keer langer duren.
    * Ga tot de zwarte bladzijde: eigenlijk weet je wel dat het onzin is, dat je op basis van jouw weigering je baan zult kwijtraken. Tenminste dat zeg je tegen jezelf, maar tegelijkertijd weet je het niet zeker. Ongemerkt houdt je wel degelijk rekening met het gegeven dat je mogelijk iets rampzaligs kan overkomen als je nee zegt. Dus onderzoek jouw zwartste bladzijde: als je dan je baan zou verliezen, zou je dan nog ooit gelukkig kunnen worden? Zou je dan nog wat anders kunnen vinden om je geld mee te verdienen? Als je echt niets anders kunt verzinnen, ga dan echt werken aan je Plan B. Dat maakt je beter in het hier en nu. Het lukt veel beter om moedig te zijn als je wel het idee hebt dat er een alternatief voor je is.
    * Verleid jezelf ook tot het nemen van deze stap, zie het belang ervan. Stel jezelf voor met meer tijd: hoe je duurzamer met jezelf omgaat, gezonder kunt leven en meer aandacht kunt hebben voor je geliefden. Hoe je meer tijd voor plezier zou hebben. *

    Lees verder

    Het CBS: 35 plus vrouwen werken vaak onder hun niveau.

    10-03-2016

    10 tips voor meisjes (0-80) die niet willen uitsluiten dat ze in de directie komen

    Recent onderzoek van het CBS geeft aan dat vrouwen veel vaker dan mannen onder hun niveau werken. De reden? Vrouwen werken veel vaker parttime, zijn ook minder ambitieus, logisch toch? Maar gek dan dat meisjes tijdens hun opleiding juist vaak ambitieuzer lijken te zijn dan jongens; gemiddeld ook betere resultaten behalen. Ergens gebeurt er iets met de ambitie van vrouwen; hieronder de inzichten van Anna Fels met haar beroemde boek over vrouwen en ambitie. En 10 tips uit onze praktijk.*

    *Iedereen is het met elkaar eens, en toch klopt het niet*

    Ambitie bestaat uit 2 componenten, zegt de Amerikaanse psychiater Anna Fels, die de besteller ‘Vrouwen en Ambitie’ schreef. Het gaat om *1) vakmanschap en 2) erkenning*

    1) Met dat vakmanschap van vrouwen zit het dus wel goed; de verschillen tussen mannen en vrouwen als het gaat om gevolgde opleidingen en trainingen, zijn klein. Sterker nog: vrouwen scoren vaak beter op opleidingen.

    2) Het krijgen van erkenning voor het verkregen vakmanschap is echter niet vanzelfsprekend. Ze beschrijft hoe in onderzoeken blijkt dat beslissers (mannen en vrouwen) vrouwen meer potentieel zien in mannen. Dat een opmerking als: “Weet je zeker dat je deze stap kunt maken?” significant vaker tegen vrouwen die promotie maken wordt gemaakt, dan tegen mannen. En vrouwen zien dat dus vaak ook zo; zelf geven ze er ook de voorkeur aan om meer ervaring op te doen, nog een opleiding te volgen etc. Dus kortom: we zijn het allemaal met elkaar eens.*

    Vrouwen krijgen dus minder erkenning voor hun inhoudelijke kwaliteiten dan mannen. Fels beschrijft in haar boek hoe ons zelfbeeld gevormd wordt juist door de feedback die we krijgen. Het is dus waarschijnlijk dat dit invloed heeft op het zelfbeeld van vrouwen. Dat vrouwen gemiddeld wat onzekerder zijn over hun competenties dan mannen. En niet zo snel hun vinger opsteken bij kansen of op hun strepen gaan staan als ze gepasseerd worden. Als gevolg daarvan doen ze minder uitdagende ervaringen op. Zo winnen ze niet aan zelfbewustzijn en ambiëren dan ook geen doorgroei. Waardoor de vertraging steeds vastere vorm krijgt. Want dan is het ook steeds vanzelfsprekender dat de vrouw degene is die een stapje terug doet als er kinderen komen en parttime gaat werken. En dan is het weer logisch dat zij degene is die zich aanpast als er verhuisd moet worden omdat haar partner van baan verandert.

    De eigen keuze is niet zo autonoom als het lijkt. Het vergt voor vrouwen regelmatig bewust tegensturen, ook dus op hun eigen gevoel, om niet in het patroon terecht te komen waarbij ze onder hun niveau werken.*

    *Hieronder 10 tips voor alle meisjes van 0 tot 80 die niet willen uitsluiten dat ze wél directeur of minister-president worden en voor alle mannen die dat willen ondersteunen:*

    Zorg dat je ook mentaal tijdig je juniorpositie ontgroeit. Het is goed om je realiseren dat vrouwen veel vaker dan mannen de neiging hebben om te denken dat ze pas ok zijn c.q. kunnen doorgroeien als ze eerst nog een opleiding volgen of meer ervaring opdoen.
    * Alert zijn op subtiele beïnvloeding. Die welwillende manager die je vanzelfsprekend niet vraagt voor een uitdagend project omdat jij met die jonge kinderen al genoeg aan je hoofd hebt. Of die heel veel potentieel in je ziet, maar het nu nog te vroeg vindt om je al voor te dragen voor promotie. Of misschien wel gewoon de juf op school die je aanspreekt omdat je je gezicht zo weinig laat zien.
    * niet te snel denken dat het aan jou ligt, dat je echt nog niet goed genoeg bent. Weten dat veel vaker voorkomt en voorkomen dat je gekwetst raakt.
    * Wees je bewust van het belang van functienaam en salaris. En onderzoek je motivatie eerlijk als je voorzichtigheid bij jezelf bespeurt; is het niet uit onzekerheid of angst dat je positie ondermijnt door gedachten als:
    * ‘Ik ben niet ambitieus, ik wil gewoon met iets bezig zijn waar ik in geloof’
    * “Het gaat mij niet om het geld’
    * Je realiseren dat je gevoel volgen vaak een veilige keuze oplevert. Dat alle andere (bijna allemaal, tenminste) Intelligente meisjes professional worden: dokter, rechter, beleidsfunctionaris, of vertaler. Vaak omdat ze geen zin hebben in dat politieke gedoe in de top, dat hanengevecht. Maar misschien past het jou wel om tegen de wind in te fietsen. En om rolmodel te zijn.
    * Het meer als een spel zien en ook oefenen in competitie, in opgewekt te verliezen. Maar dus ook de smaak van het winnen te ervaren.
    * Wees een beetje gierig (ok, niet al te gul) met je tijd. Pas op voor love-junkgedrag. Ofwel: dingen doen die eigenlijk niet goed voor je zijn, omwille van de waardering van de ander (of het voorkomen van diens afkeuring). Te veel routineklussen thuis en in het werk op je nemen bij voorbeeld omdat anderen dat van je verwachten. Wees niet te gul met je tijd.
    * Doe aan functioneel socializen. Veel parttime werkende vrouwen compenseren hun beperkte aanwezigheid door vooral heel hard te werken. Uit onderzoek blijkt dat vooral het informele circuit leidt tot de meeste kansen. Dus: neem de tijd en heb het óók over werk.
    * Eerst succeservaringen opdoen, dan pas kiezen. Een plek vinden waar je tot je recht komt voordat je een keuze maakt om al dan niet parttime te gaan werken en hoofdopvoeder te worden. Je keuze is beter gefundeerd, je hebt meer kans om op niveau terug te komen en je hebt thuis een betere onderhandelingspositie.
    * Durf een beeld neer te zetten dat je wel wat kunt. Het tegen elkaar opbieden van je missers is een gezellig thema op een avond met vriendinnen, maar niet met collega’s.
    * Word eens kwaad. Mannen verdienen mede zoveel meer omdat vrouwen niet op hun strepen gaan staan. Niet stampvoetend bij hun baas naar binnen stormen als ze erachter komen, dat hun bonus zoveel kleiner is dat die van hun mannelijke collega.

    Lees verder

    2016 in, liefst met een fijne vaste baan.

    27-12-2015

    Tevreden, maar bezorgd (is de gemiddelde Nederlander)
    Ga zelf bovengemiddeld ontspannen 2016 in!

    Zo laten de resultaten van het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau het humeur van Nederlanders zich samenvatten. Heel bepalend voor deze onrust is het gevoel dat de vaste banen aan alle kanten lijken te verdwijnen, aldus Paul Schnabel, voormalig directeur, in het Parool.

    Met de recente aankondiging van (dreigende) ontslagen in de zorg, de retail (V&D, DA en Blokker) en de financiële wereld (Rabo) zien veel Nederlanders 2016 met zorgelijke blik tegemoet. Want het kan blijkbaar overal. Ook ik kan me het dringende advies van mijn vader nog herinneren midden jaren 80 als student om maar in de financiële sector te gaan werken, want daar zat je wel safe. In geen andere sector is zo hard gesnoeid als in deze sector. Ruim 1 op de 5 banen is verdwenen. De oorzaken van de grote ontslagrondes zijn vaak een mix van innovaties (doordat we allemaal aan internetbankieren doen kunnen kantoren dicht en hoeft er veel minder handmatig gecontroleerd te worden bij de Rabo), nieuwe concurrentie (hoe Bol.com met 1/7 deel van het aantal werknemers een hogere omzet behaalt dan V&D), politieke keuzes (privatisering in de zorg).

    Onrust als je niets doet

    *De vaste baan is een typisch 20 ste eeuws concept, aldus Ton Wilthage, hoogleraar in Tilburg.* De geringe resultaten die Asscher bereikt heeft met zijn pogingen om meer banen te creëren lijken dat te bevestigen.
    Onrust dus, vooral bij 45-plussers die opgegroeid zijn met het concept van vaste banen. Van wie verwacht wordt dat ze tot 67 of langer blijven werken en nog maar 3 en straks 2 jaar WW krijgen? Het uitzingen tot je pensioen is steeds minder vaak een optie. Voor eenieder die hecht aan zekerheid zit er maar een ding op: het zelf proberen te creëren. Want ook als het Zwaard van Damocles niet op jou terecht komt, kan de dreiging alleen al flink impact hebben op je humeur.

    *Als je van de Loopbaanonderhoudsgroep bent, is het niet gek dat je jezelf duurzaam inzetbaar houden als stokpaardje hebt.* Dat je probeert weer een aantal mensen in die reflectieve dagen tussen kerst en oud en nieuw te overtuigen dat het goed is om gewoon maar ‘ns na te denken over een aantal vragen, en zo weer dichter bij een realistisch Plan B te komen.

    *Onderstaande vragen, bij voorbeeld:*

    • Heb je helder wat je te bieden hebt?
    • Weet je wat je graag doet, in welke omgeving/rol je tot je recht komt?
    • Heb je een idee waar jouw mogelijkheden liggen, voor wie jij interessant zou kunnen zijn?
    • Heb je helder hoe je jezelf aantrekkelijk voor een bepaalde rol/omgeving maakt?
    • Weet je wat je zou kunnen doen om je netwerk te verbeteren?
    • Heb je scherp waarom je dingen niet doet, hoe je jezelf afremt?

    Op deze site staat een href="http://www.loopbaanonderhoudsgroep.nl/meer-lezen/nieuws.html">http://www.loopbaanonderhoudsg... plan voor een uur, dat je al verder kan helpen.
    Wil je het maken van een Plan B nog systematischer aanpakken: neem dan contact met ons op om te informeren naar de mogelijkheden.

    Lees verder