12-10-2017

Durf jij wel genoeg domme vragen te stellen/opmerkingen te maken?

Lees verder

Durf jij wel genoeg domme vragen te stellen/opmerkingen te maken?

Leer fouten maken in 5 stappen.

Iris zal niet zo snel haar mond opendoen in het afdelingsoverleg en de rondvraag laat ze vrijwel altijd aan zich voorbijgaan. Maar als je Iris in een één op één contact spreekt, heeft ze wel degelijk een mening over veel zaken op het werk. Met haar oplossingsgerichte, analytische benadering zouden haar ideeën echt wat kunnen toevoegen. Maar dat gunt ze haar collega’s niet. Niet uit onwil, maar omdat ze zichzelf afremt als ze in de schijnwerpers staat. Ze verzint allerlei redenen waarom ze nu beter niets kan zeggen, waarvan ze diep in haar hart wel weet dat het smoezen zijn. En daarom weten maar weinig mensen hoe origineel en constructief haar ideeën zijn. Hoe goed ze eigenlijk is.

Ben jij ook een Iris?

Misschien herken je jezelf wel in de bovenstaande beschrijving. Spreek jij je soms ook niet uit, terwijl je eigenlijk wel degelijk iets wilde zeggen. Snap je echt niet wat er bedoeld wordt, maar laat je het maar gaan. Heb je in stilte een idee ontwikkeld, maar durf je het niet op de agenda te zetten. Of breng je het zo klein en bescheiden (“Het is maar een ideetje.”), dat die dominante collega er direct overheen walst.

Het risico lopen om dom gevonden te worden.

Hieronder een 5 stappenplan om jezelf te helpen het risico te lopen om dom gevonden te worden. En daarmee vooral beter je kwaliteiten te benutten en kleurrijker te zijn.

1. Word je bewust van je smoezen op de momenten waarop je iets wilt zeggen en dat toch niet doet. Ze zijn er in allerlei varianten, even wat voorbeelden: “Ik zoek het later nog wel een keer uit en ik wil ze niet ophouden”, “Ik zit vandaag niet zo lekker in mijn vel, komt wel een andere keer”, “De vergadering duurde al zo lang, er was gewoon geen tijd meer voor”. Het kan allemaal best een keer echt waar zijn, maar check eerlijk bij jezelf of niet de hoofdreden van jouw zwijgzaamheid was, dat je ergens angst voelde in je lijf.

2. Schrijf je gedachten eens op en kijk ernaar. Vaak kenmerken onze remmende overtuigingen door net woord ‘moeten’ ergens in de zin. Probeer eens of je deze zin af kunt maken: ‘Ik moet voorkomen dat…”. Het antwoord daarop zal je waarschijnlijk reëel voorkomen. Bij voorbeeld: “dat ik voor gek sta” of “dat ze over mij praten achter mijn rug”. Probeer je eigen therapeut eens te zijn door jezelf te bevragen met “en dan?”. Mogelijk kom je uit op dat bottomline je denkt dat ze het nooit zullen vergeten, dat je baas je incapabel gaat vinden en dat je je baan kwijtraakt. Dit zijn gedachten die je gevoel sturen, zonder dat je je dat bewust bent. Nu kun je eens rustig naar je gedachten kijken en je afvragen of je het wel klopt, wat je hier denkt.

3. Geef bewust tegengas. Je bent geen slachtoffer van je gedachten; je kunt echt anders denken. Dat gaat waarschijnlijk niet zomaar, als een bekeerling die het licht gezien heeft, maar als je bewust tegenstuurt, lukt het wel. Wat je helpt zijn de volgende vragen: ‘Helpt deze overtuiging je verder?’ En: ‘Hoe groot schat jij de kans dat je je baan echt kwijt zult raken als gevolg van jouw domme opmerking? ‘Ten slotte: ‘Stel dat, hoe onwaarschijnlijk ook, je hierdoor je baan kwijt zou raken, zou je dan nog gelukkig kunnen worden?’ Verder praktisch: vertel over de overtuigingen en je nieuwe aanpak tegen andere (oplossingsgerichte) mensen. Zo wordt het steeds meer een nieuwe werkelijkheid voor je.

4. Experimenteer. Het beste leer je door nieuwe ervaringen op te doen. Je zou jezelf kunnen voornemen wél een keer aan te geven dat je iets niet begrijpt of een punt op de agenda te zetten in het overleg of je hand op te steken in de rondvraag. Misschien niet gelijk in een lastige setting, maar bij een minder lastig overleg. Jezelf voornemen te oefenen met vragen stellen of opmerkingen te maken en ervaren wat er nu echt gebeurt. Met een nieuw verhaal bewust repeterend: dat het je alleen op korte termijn verder helpt zo voorzichtig te zijn, maar uiteindelijk ook veel nadelen heeft. Dat de risico’s helemaal niet zo groot zijn als ze soms voelen.

5. Noteer je vorderingen. Je zou over een tijdje zomaar kunnen denken, dat je nu iets doet wat je altijd al kon, terwijl je wel degelijk nieuw gedrag uitprobeert. Het risico is aanwezig dat, als je niet een logboekje bijhoudt van je experimenten, je vooral ziet wat er nog niet goed gaat en daardoor minder gemotiveerd raakt. Geef jezelf de credits voor het oefenen. Wees net zo begripsvol naar jezelf als je zou zijn bij je kind, als je vragen of opmerkingen er soms wat weinig geroutineerd uit komen. Je hebt immers jarenlang niet geoefend en jezelf uiten in een overleg vergt een leertraject. Vier je successen.
Het risico durven te lopen iets doms te zeggen, is eigenlijk een voorwaarde om succesvol te kunnen zijn. Om er lol in te hebben.

Hierboven heb ik de RET-methodiek gebruikt om je tolerantie voor risico’s te vergroten. Een nuchtere techniek uit de cognitieve psychologie. Wil je meer lezen over deze aanpak, kijk dan verder op onze site lees dan ook onze andere artikelen.