22-05-2017

Met deze tips kom je van het ‘Impostersyndroom’ af

Lees verder

Met deze tips kom je van het ‘Impostersyndroom’ af

Vervolgartikel

Het is een nachtmerriescenario, maar het kan in jouw beleving zomaar werkelijkheid worden. Dat op je werk ooit iemand opstaat en zegt “Je hebt helemaal niet het niveau voor deze baan. Je bent helemaal niet intelligent, creatief en doortastend genoeg.” En dat anderen op het werk dat beamen.

Het idee dat je overschat wordt en/of jezelf misschien wel erg overschat, maar dat je natuurlijk een keer door de mand moet vallen, dat is de kern van het Impostersyndroom. Maar liefst 70% van de mensen heeft er in min of meerdere mate last van. In het vorige artikel staat een test, waarmee je kunt toetsen in hoeverre jij behept bent met het Bedriegers- of Impostersyndroom. In dit, in NRC verschenen artikel, geef ik een aantal tips hoe je ervan af kunt komen.

1. Maak het niet kleiner, maar ook niet groter
Het Impostersyndroom is geen psychische ziekte, maar wel een hardnekkige combinatie van denken, voelen en handelen. Erken dat jij dit hebt, dat een aantal persoonlijkheidsfactoren, gecombineerd met ervaringen, met ‘opvoedingswaarheden’ waarschijnlijk voor de juiste vruchtbare grond voor dit denken hebben gezorgd. Bedenk ook dat dat voor een meerderheid van de mensen geldt.

2. Realiseer je dat je (consequent) een aantal denkfouten maakt
Het denken over jezelf voelt vaak heel natuurlijk aan, omdat je dat zo consequent doet dat er een snelweg in je brein ontstaan is. Je zult hard moeten trainen in anders denken om een nieuwe (gezonde) weg te creëren. Dat begint met het herkennen van ongezonde denkfouten zoals:
- Anderen mogen fouten maken, maar ik niet.
- Mijn prestaties zijn niets bijzonders; dat kan iedereen.
- Complimenten krijg ik omdat ‘ze’ er weinig zicht op hebben, iets van me nodig hebben, of het anders zielig voor me vinden.

3. Word slachtoffer-af
Zie jezelf niet als slachtoffer. Vergeef je ouders hun goedbedoelde zuinigheid aan complimenten of die ene baas die je klein hield. Als je het idee hebt dat bepaalde mensen veel invloed hebben gehad op jouw onzekerheid, probeer ze dan een brief te schrijven (die je niet hoeft te versturen), waarin je ze vergeeft. Juist daardoor krijg je zelf weer het heft in handen.

4. Ga moeilijke taken niet uit de weg, maar dwing jezelf tot oefenen
Meld je juist wél aan om die presentatie te geven, zorg dat je een vraag hebt bij de rondvraag en probeer jezelf uit in nieuwe rollen en taken Ervaar hoe het is om op je tenen te moeten lopen en wellicht zelfs kritiek te krijgen. Ervaar hoe je dit gewoon overleeft. Geef jezelf de credits voor je doorzettingsvermogen.

5. Bevraag jezelf telkens opnieuw bij je kritische zelfovertuigingen:
-Is het logisch wat ik hier denk? (Bijvoorbeeld dat ik dingen gelijk goed moet doen en dat voor mij strengere regels gelden dan voor anderen).
-Helpt het mij om zo te denken? (Bereik ik zo eerder mijn doelen?)
-Kan ik er ook anders over denken? En: wat kan ik denken opdat ik mij zekerder voel?

6. Denk gezonder en liefdevoller. Probeer een nieuwe gezonde gedachte te formuleren. Neem daarbij je beste vriend(in) of je geliefde broer/zus in gedachten; wat zou je willen dat hij of zij zou denken in plaats van deze gedachte? Mag die gedachte ook voor jou gelden

Bijvoorbeeld: ”Ik kan iets heel doms doen, maar dat maakt mij nog niet tot eedom mens. Ik ben nog steeds een mens met allerlei kwaliteiten. Maar net als iedereen maak ik soms de verkeerde beslissing. De volgende keer zal ik het anders doen.”

7. Voed jezelf met verse positieve input: maak notities over wat er goed ging, en waar je (een beetje) trots op bent. Doe dat consequent, eerst elke dag, na een maand elke week. Kijk ook eens terug op je leven met deze blik: waar ben je trots op? Wat heb jij gedaan opdat het goed ging? Wat zegt dat over jou?

8. Zorg voor een goede tekst om niet te stoppen met dit project. Een tekst die je op een aantal plaatsen bewaart, of zichtbaar ophangt. Iets in de geest van:
‘Ik denk vaak op een manier over mijzelf waarmee ik mijzelf geen recht doe en die maakt dat ik veel te veel pieker. Dat doe ik al jaren en dus ben ik daarin goed getraind. Het anders denken voelt onnatuurlijk, maar ik weet dat ik het kan. Ik wil een leuker leven, dus dat ga ik ook doen. Dat betekent ook dat ik het risico loop dat ik soms fouten maak, kritiek krijg. En hoewel ik dat lastig vind en misschien wel uit het lood geslagen zal zijn, weet ik ook dat ik het zal overleven. En dat ik juist door nieuwe spannende ervaringen op te doen, mijzelf help aan een positiever zelfbeeld en mijn potentieel veel beter kan benutten.’