Hoe groen is jou gras
 

Radicale openhartigheid? Haal jouw feedback alsnog op!

16-08-2017

Zeven vragen die je anderen kunt stellen om echt zicht op je kwaliteiten te krijgen.

In de VS maakt Kim Malone Scott veel discussie los met haar pleidooi voor radicale openhartigheid. Het gaat er daarbij om frequent en direct feedback te geven, op een betrokken manier. Ze noemt het: ‘het kruispunt tussen liefde en waarheid.’ In veel organisaties staat dit nog ver van de dagelijkse praktijk. Er wordt niet alleen weinig feedback gegeven, maar deze is ook nogal eenzijdig. Zonder voldoende input kan het maar zo gebeuren dat je ook na flink wat jaren werkervaring nog weinig zicht hebt op wat je kwaliteiten nu echt zijn. Daardoor loop je het risico de verkeerde keuzes te maken. Maar je kunt ook zelf het initiatief nemen door gericht input te verzamelen.

Het gaat vooral over wat beter kan

Evaluatiegesprekken verlopen vaak volgens eenzelfde patroon: er wordt gesproken over wat er goed ging (even) en daarna over wat er beter kan (uitgebreid). Ook bij succesvolle projecten en positieve functioneringsgesprekken ligt de nadruk vrijwel altijd op de verbeterpunten. Slechts in hoge uitzondering wordt er uitgebreid stilgestaan bij vragen als: wat maakt nu dat jij als professional succesvol bent? Welke kwaliteiten waren dat en hoe heb je ze zo goed weten te benutten? In welke context zou je die kwaliteiten ook nog kunnen benutten?

‘Ik ben wel goed met mensen’

“Ik ben enthousiast en ondernemend. Ik maak af waaraan ik begin en ik ben wel goed met mensen”. Dat was het antwoord op mijn vraag aan een 48-jarige cliënte wat haar belangrijkste kwaliteiten waren. Ze kon me nog wel aardig wat meer vertellen over haar beperkingen: dat ze vaak te laat kwam en zaken uitstelde, soms te boos werd etc. Ze had af en toe kritiek gekregen, maar verder positieve beoordelingen, die nauwelijks werden besproken. Daardoor was haar zelfbeeld niet veel anders dan toen ze begon te werken. Hoe scherp is jouw beeld van je kwaliteiten; wat maakt bij jou dat je dingen goed doet?

Jezelf benchmarken

Je hebt veel feedback nodig om je kwaliteiten op waarde te kunnen schatten. Is het bovengemiddeld wat ik hier laat zien of kan iedereen dit? Wat is mijn aandeel eigenlijk in dit succes, was het misschien vooral aan anderen te danken, of had ik mazzel? Je hebt voor een goed beeld feedback nodig van verschillende mensen uit verschillende contexten; iedereen kent je op een verschillende manier en heeft ook een beperkte blik en allerlei (voor)oordelen.

De inhaalslag

Je kunt het alsnog doen: jouw feedback gericht ophalen. In de loopbaantrajecten die ik geef zit vaak een oefening om feedback op te halen, bij (ex) collega’s, maar ook bij vrienden en familie, die je immers ook in allerlei situaties hebben meegemaakt. Hoewel veel mensen schroom voelen om de vragen uit te zetten, leert de ervaring dat wat je terugkrijgt vaak enorm waardevol is. Je kunt ze mailen dat je met een loopbaantraject bezig bent en je hun hulp wilt vragen. De bevraagden vinden het vaak leuk om te doen. Door de vragen te mailen gun je ze de tijd om erover na te denken.
Vragen om uit te zetten
De clou van de oefening is dat de vragen gericht zijn op het nadenken over kwaliteiten (in plaats van wat beter kan). De focus ligt op de mogelijkheden omdat juist die vaak zo weinig aan bod gekomen zijn.
Zorg voor je eigen inhaalslag met de volgende vragen:

Vragen om uit te zetten, gesplitst in vragen voor je (ex) collega’s en voor vrienden/familie.

Zorg voor je eigen inhaalslag met de volgende vragen:
• Als je een bedrijf had, waar zou je mij voor inschakelen en waarom?
• Wat kan ik toevoegen aan een team?
• In wat voor situaties vind jij mij op mijn best?

Maar ook nog:
(ex)collega’s/(ex)managers, (ex)mentor
• Als ze jou om een referentie zouden vragen, wat zou je dan vertellen?
• In wat voor situaties vind jij mij op mijn best?

Of bij familie/vrienden:
• Wat zie jij als mijn belangrijkste kwaliteit?
• Beetje gekke vraag: stel je houdt een praatje bij mijn begrafenis (stel misschien even gerust dat je geen plannen in die richting hebt voorlopig), wat zou je over mij vertellen?

Beter voorbereid de bergen in
Het helpt je je kwaliteiten op waarde te schatten en de juiste keuzes te maken. Niet onnodig voorzichtig te zijn, zoals je zou zijn als je op een trektocht gaat door de bergen zonder te weten wat er in je rugzak zit. Scott heeft gelijk als ze aangeeft dat de waarde van feedback niet overschat kan worden: je blijft niet alleen de dingen verkeerd doen, maar veel erger nog: je benut je eigen mogelijkheden niet. En dat is pas echt zonde.

Hulp nodig? Wil je dat we je helpen om meer zicht te krijgen op jouw kwaliteiten, met deze en andere oefeningen? Kijk dan eens onder het kopje Loopbaanonderhoud Compact op de site en bel of mail ons voor een vrijblijvend oriënterend gesprek.

Lees verder
 

Blijf jij langer dan goed voor je is omdat solliciteren te ingewikkeld is?

05-08-2017

10 vragen om te voorkomen dat je langer blijft dan goed voor je is

Je hebt geen hekel aan je baan, maar veel nieuws leer je niet meer. Of je hebt er soms helemaal genoeg van, maar een maand later gaat het wel weer. Je manager is vervelend kritisch, maar je hebt geleerd het van je af te laten glijden.

Je weet dat het eigenlijk beter zou zijn om een stap te zetten. Waarschijnlijk heb je al weleens naar vacatures gekeken, wellicht ook daadwerkelijk gereageerd op een vacature, maar de kans is groot dat je gestopt bent. De kans is ook groot dat je al meerdere keren ermee begonnen bent en weer gestopt, want zo gaat het vaak.

Want waar begin je als je wat ‘anders’ wilt?
Het vinden van een nieuwe baan is vaak een lastig proces. Zeker als je niet precies weet wat je wilt. Als je eigenlijk wel iets anders zou willen gaan doen; een ander type functie, een andere branche. Maar hoe kom je erachter of je daar vindt wat je zoekt of hoe je kansen er liggen? Je netwerk benutten lees je dan, maar wie en wat zeg je dan? En als die mensen niet in je netwerk zitten, hoe kom je dan met ze in contact?

Ken jezelf; maar waarop gebaseerd?
Zelfkennis heb je natuurlijk ook nodig: je moet scherp hebben wat je kwaliteiten zijn, wat je precies wilt, waar je kansen liggen en hoe je gezien wordt. Zicht op je kwaliteiten is vaak helemaal niet zo vanzelfsprekend: feedback gaat nu eenmaal vaak over hoe de dingen beter kunnen. Eens even lekker analyseren met je manager waarom jij de dingen zo goed doet, komt helaas zelden voor. De kans dat je niet helemaal scherp hebt wat je kunt en waar je op je best bent, is dus best groot.
Haar op je tanden
Voor hen die een baan ambiëren die niet direct aansluit op hun ervaring, voor 50-plussers of mensen met een niet westerse achtergrond, is het bovendien een zoektocht die vaak de nodige veerkracht vereist. Als je tot een van die groepen behoort loop je bovengemiddeld veel kans om afgewezen te worden.

Wachten tot het urgent is
Systematisch op zoek naar een baan die echt bij je past is dus een vaak een lastig proces. Voor veel mensen geldt dat ze verschillende malen starten en weer stoppen met zoeken. Of dat ze kiezen voor iets dat gemakkelijk op hun pad komt en daardoor niet echt terecht komen op een plek die tegemoet komt aan hun talenten en ambities. Uiteindelijk gaan de meeste mensen pas echt op zoek als ze niet anders kunnen. Ze gaan pas echt op zoek naar een nieuwe baan als het urgent is. Met andere woorden: als ze echt hun baan verliezen of compleet gedemotiveerd zijn. Dat is begrijpelijk, maar ook jammer. Ze hebben vaak het omslagpunt gemist, waarna de extra gewerkte maanden niet meer iets toevoegden aan hun aantrekkelijkheid op de arbeidsmarkt en hun eigen zelfvertrouwen. Ze hebben te veel kritiek moeten incasseren, te lang tegen hun zin in gewerkt, zijn zich te afhankelijk gaan voelen.

Werkgevers onderschatten het probleem
Behalve ten tijde van reorganisaties, zijn er maar weinig werkgevers die hun medewerkers helpen op tijd ook weer uit te stromen. Het is een zaak van de werknemer zelf. Dat daardoor (mijn inschatting) in de meeste organisaties minstens 20% mensen werkt, die heel graag weg zouden willen als ze de kans zagen, zien ze ten onrechte niet als een probleem. Dat is onverstandig, want als je weg wilt en niet druft/kunt, voel je je vaak machteloos en somber en is de kans op uitval groter.

Check: blijf jij langer dan goed voor je is?
1. Heb je al (veel) vaker gedacht dat je weg wilde gaan?
2. Hoor je jezelf regelmatig mopperen over je werk en ben je cynisch over je werkgever?
3. Neem je nog weleens een initiatief op je werk, durf je je uit te spreken zonder een blad voor de mond te nemen?
4. Heb je meer of minder zelfvertrouwen dan een jaar geleden?
5. Heb je nog succes en zien relevante anderen op je werk jouw kwaliteiten?
6. Zijn je kansen erop vooruitgegaan of juist verminderd het afgelopen jaar?
7. Zie je nog kansen om je werk leuker te maken en heb je al eens succes geboekt met eventuele eerdere pogingen daartoe?
8. Heb je ‘s avonds nog energie voor dingen of put het werk je helemaal uit?
9. Heb je het idee dat er buiten deze baan eigenlijk weinig alternatieven voor je zijn?
10. Geloof je dat je deze baan niet los kunt laten i.v.m. de benodigde financiële zekerheid?

Herken jij het beeld bij jezelf van blijven uit angst of gebrek aan perspectief, van onzekerder worden en minder succesvol? Wees dan reëel: en sus jezelf niet door te zeggen dat je eerst even de drukke periode achter de rug moet hebben, of dat je loyaal bent, maar zie onder ogen dat je aan de slag moet.
In kleine stappen toch aan de slag

Op onze site vind je allerlei artikelen waarin we je helpen om kleine stappen te zetten, waardoor je in ieder geval actief blijft met je onderhoud. Met onderzoeken en voorzichtig kansen zaaien, win je vaak vanzelf aan zelfvertrouwen en enthousiasme. Lees meer over de manieren waarop jij kunt voorkomen dat jij te lang blijft hangen.

Lees verder
 

Heb jij soms ADD?

19-07-2017

Je hebt altijd van die goede ideeën, maar het wordt vaak toch geen succes.

Er kunnen verschillende redenen zijn, waarom de resultaten die je boekt tegenvallen, maar een reden kan zijn, dat je in meer of mindere mate ADD hebt. In deze column kun je lezen hoe je dat kunt herkennen om jezelf (of je collega/vriend/kind) verder te helpen.

Veel mensen komen er pas op latere leeftijd achter dat ze ADD hebben, de rustige/meer dromerige variant van ADHD. ADHD ers weten dat vaak al wel, omdat hun drukke en beweeglijke gedrag herkenbaarder is, maar ADD ers zien er niet anders uit.

Altijd veel kritiek krijgen
Werken met ADD is vaak een behoorlijke klus. In mijn loopbaanpraktijk en als docent kom ik regelmatig mensen tegen, die in hun leven behoorlijk wat kritiek te verstouwen hebben gekregen. Ze werden regelmatig als slordig, chaotisch en gemakzuchtig bestempeld. Vaak zijn ze ook de niet ingeloste belofte: enthousiaste, inspirerende, out-of-the-box denkende mensen, die toch niet de resultaten brachten die men van hen verwachtte.

De juiste omgeving vinden scheelt
Weten of je ADD hebt, helpt je de juiste oplossingen te bedenken. Door medicatie kan het gemakkelijker worden je beter te concentreerden, maar je kunt jezelf ook allerlei trucks aanleren om minder last te hebben van de ADD. Tenslotte kun je beter een werkomgeving zoeken die bij je past. Dus niet op een advocatenkantoor waar alle details van levensbelang zijn of een functie waarin je weinig ruimte hebt voor je creativiteit, maar een voor jou vruchtbare plek. Misschien juist wel zien door te stromen naar het management omdat je dan betere ondersteuning krijgt en je meer afgerekend wordt op je ideeën.

Herken jij je in deze kenmerken?
• Zaken vaak tot het laatst toe uitstellen.
• Moeite met het opbrengen van motivatie.
• Chaotisch/ Vergeetachtig.
• Op bepaalde zaken die je interessant vindt kun je je opeens wel goed concentreren.
• Moeite met details (ze zien en op kunnen brengen ermee bezig te zijn).
• Gedachten dwalen vaak af bij het luisteren.
• Kunnen enthousiasmeren/motiveren van anderen, levendig zijn.
• Een brede interesse hebben en vaak kansen zien.
• Veel fantasie/gedachten.
• Out of the box kunnen denken, creatief en associatief zijn.
• Een bovengemiddeld grote hekel aan administratieve taken hebben.
• Moeite hebben om te starten, tijd laten vervliegen.
• Kritiek krijgen over slordigheid, vergeetachtigheid, laksheid, maar helemaal niet de intentie hebben de
kantjes eraf te lopen.
• Regelmatig te laat komen.
• Oplossingsgericht zijn, kunnen improviseren.
• Geen geduld hebben voor (schriftelijke) instructies.
• Opruimklussen uit de weg gaan.
• Regelmatig verrast worden door verkeerde /dubbele afspraken.
• Gevoelig voor verslaving.
• Perfectionistisch in contrast met chaos.

Verder lezen en delen met je werkgever?

Herken je deze kenmerken of een deel ervan? Dan is het de moeite waard eens te onderzoeken of je ADD hebt. Je kunt je laten testen bij voorbeeld via ADHD Centraal of er eens wat verder over lezen. Veel hulpverleners sturen erop aan dat je open kaart speelt met je werkgever en raden je aan vooral te genieten van je kwaliteiten als ADD er. Hoewel ik geloof dat veel ADD ers over bepaalde kwaliteiten beschikken (originaliteit, flexibiliteit), denk ik dat het lang niet altijd verstandig is je bevindingen met je werkgever te delen. Er valt veel winst te behalen in het vinden van de juiste omgeving en slim dealen met je beperkingen.

Medio augustus komt er een uitgebreider artikel op onze site www.loopbaanonderhoudsgroep.nl

Lees verder
 

Heb ik wel een geschikt netwerk? (ja) 5 tips om effectief aan de slag te gaan

07-07-2017

Vorige keer schreef ik over Eef, die schroom had om haar netwerk te benutten voor haar eigen loopbaan. Hieronder schrijf ik over jouw netwerk dat groter is dan je denkt en geef ik tips hoe je effectief kunt netwerken.

Heb ik wel een geschikt netwerk?

Iedereen heeft een netwerk waar je mee aan de slag kunt. Van je buren, tot je zwager, voormalige collega’s en de andere ouders uit de oudercommissie, iemand die je spreekt op een seminar, of met wie je in de lift vast hebt gezeten. Je hebt de meeste kans van slagen in de kring om je directe bekenden heen. Die is namelijk niet alleen veel groter dan je groep van directe bekenden, maar brengt je ook buiten je bekende wereld.

Iedereen kent al heel wat mensen, maar de kunst is nog veel méér mensen te leren kennen. De volgende cijfers uit een onderzoek van de Amerikaanse socioloog Mark Granovetter zijn goed om in gedachten te houden.
Van de mensen die via hun netwerk een baan hebben gevonden:
• ontmoette 16,7% de betreffende contactpersoon vaak (zoals bij een goede vriend)
• ontmoette 55,6% deze persoon nu en dan
• zag 28% hem of haar zelden.

Met andere woorden, mensen vinden niet zozeer werk via goede vrienden, maar vooral via verre kennissen. Volgens Granovetter komt dat doordat je vrienden in dezelfde wereld vertoeven als jij. Wat zij weten, weet jij al. Maar verre kennissen introduceren je in nieuwe werelden. Hij noemt dit 'de kracht van zwakke banden'.Bij het netwerken voor een baan heb je dus meer aan de vaardigheid gemakkelijk veel oppervlakkige contacten aan te gaan, dan aan de vaardigheid hechte relaties te ontwikkelen.

Tips om effectief te netwerken

1. Leg contact. Vraag oude collega’s of ze eens met je mee kunnen denken. Benader je LinkedIn contacten met een klein verzoek, bij voorbeeld of je ze eens even mag bellen om ze een paar vragen te stellen omdat je je aan het oriënteren bent. Of dat je ze een keer mag uitnodigen voor een kopje koffie.

2. Onderhoud je contacten. In lijn met de metafoor van het zaaien; de zaadjes hebben water nodig om uit te kunnen groeien tot iets moois, namelijk een warme relatie met vertrouwen in jouw kunnen. Dus blijf geven en updaten. En zorg dus voor enige systematiek. Wie heb je wanneer benaderd en waar was hij/zij vooral mee bezig?

3. Zorg voor je zichtbaarheid in de omgeving waarin je gezien wilt worden. Investeer in het bijwonen van een seminar. Of schrijf een artikel. Of Twitter mee over een bepaald onderwerp. Zorg dat je mee discussieert in bepaalde groepjes. Of doe gewoon dingen die in lijn liggen met wat je wilt zijn. Wil je graag bij een milieuorganisatie werken? Natuurlijk doe je dan mee aan een vrijwilligersdag waarin je bomen snoeit ed. Misschien ontmoet je er de juiste mensen, maar sowieso helpt het je aan een geloofwaardig CV.

4. Update je profiel in LinkedIn. Zorg dat je een foto erop hebt staan, dat de tekst klopt. Verplaats je de hele tijd in de winst-verliesrekening van je lezers. Wat hebben zij nodig aan informatie? Wat geeft ze een indicatie van het niveau van jouw werkzaamheden (bijvoorbeeld: namedropping van bedrijven, klanten, andere contacten, maar ook cijfers waarvoor jij verantwoordelijk was. En zet nooit in je profiel dat je werkzoekende bent. Dat ziet er veel te wanhopig uit. Laat die update dus nog maar even zitten of zet er iets anders voor in de plaats, bijvoorbeeld de vrijwillige klussen die je nu doet.

5. Help jezelf dóór te gaan. Het blijft een nogal ongrijpbare materie. Lastig om efficiënt en projectmatig aan te pakken. Elk contact kan je weer nieuwe wegen opleveren of helpt je andere wegen af te sluiten. Zeker als je er wat tegenvallers tussen hebt zitten (nee-zeggers, afbellers, ongeïnteresseerde gesprekjes), is het gemakkelijk toch weer te stoppen. Help jezelf door een manier te zoeken die jou aan de gang houdt. Bijvoorbeeld door de juiste dingen tegen jezelf te zeggen Of er zaken naast te doen die heel concrete resultaten opleveren. In je werk of in vrijwilligerswerk. Of door jezelf daarnaast de tijd te gunnen af en toe eens lekker te mogen ontspannen.
6. Hoe heb je de meeste kans een positieve indruk achter te laten?

Concrete tips:

• Zie je op tegen een netwerkbijeenkomst? Kom dan extra vroeg. Dan hoef je jezelf niet tussen pratende groepjes te mengen, maar kom je tussen andere zoekende mensen. Of bied je hulp aan, kijk of je een rol kunt vervullen in de organisatie. De meeste netwerk-haters voelen zich het beste als ze een duidelijke rol hebben.

• Ja, je hebt er zin in. En ja, het gaat prima met je. Dat is wat je moet uitstralen, leuk deze avond, leuk jou te ontmoeten. Enthousiasme zien, geeft vertrouwen en doet enthousiasme voelen. Maar straal ook zakelijkheid uit, geen hondje dat kwispelend vraagt om wat aandacht.


• Maak een afwijzing niet persoonlijk. Als je op een vreemde afstapt, of nog spannender, op een groepje afstapt, betekent dat dat je het risico loopt dat er weinig interesse voor je is. Je in feite afgewezen wordt. Maak het niet te persoonlijk. Het kan er heel goed mee te maken hebben dat 2 mensen net erg leuk in gesprek waren. Of ze gewoon er vooral met hun eigen zakelijke belang bezig waren.

• Zoek naar overeenkomsten: Stel veel vragen. Bij een onbekende persoon is het bijvoorbeeld goed om korte opmerkingen te maken/vragen te stellen over een gebeurtenis of situatie die beiden delen. Dit kan het weer zijn, de kwaliteit van de wijn, een schilderij aan de muur; alles wat op dat moment een overeenkomst is. Allerlei onderzoek wijst uit dat mensen zich het meest aangetrokken voelen door mensen die op hen lijken.

• Luisteren is goed, maar niet alleen máár. Mensen praten graag over zichzelf. Belangrijke mensen praten nóg liever over zichzelf. Gebruik dat. Maar zorg wel je dat zelf niet helemaal onzichtbaar blijft. Op zoek gaan naar wat je voor de ander zou kunnen beteken, hoe je hem of haar zou kunnen helpen is ook een prima start van een goed gesprek. Dat is dus wat anders dan vooral luisteren of jouw belangen vergeten te benoemen.


• Blik positief terug:
Wees niet negatief over je vorige of huidige baan of over mensen met wie je gewerkt hebt. Misschien wil je gewoon eerlijk zijn of helpt het je je verhaal kracht bij te zetten dat het niet aan jou gelegen heeft. Maar het is vooral verontrustend voor je gesprekspartner: die zou gemakkelijk kunnen denken dat jij een negatieveling bent en niet kritisch naar jezelf.

Lees verder
 

Netwerken doe je opgewekt, totdat het over een nieuwe baan voor jou gaat

20-06-2017

Eef werkt binnen een internationale, technische organisatie als tweede vrouw op de afdeling Learning & Development. Ze is een vrouw die bijzonder gemakkelijk contact legt, op alle niveaus, zowel in- als extern. Maar er is wel een uitzondering: het lukt haar niet om via haar netwerk te onderzoeken hoe ze een volgende stap kan zetten. Ze zoekt wel in vacatures, maar er is niets waar ze enthousiast van wordt. Zo loopt Eef een beetje vast. Is dit voor jou herkenbaar?

Netwerken naast vacatures
De meeste mensen die een andere baan willen, gaan aan de slag met het zoeken naar vacatures. Die route is bekend en doet prettig doelgericht aan, maar een groot deel van de mensen vindt via zijn netwerk een nieuwe baan.

Dus tenzij je de headhunters van je af moet duwen, is het een goede stap om in jouw netwerk te investeren als je op zoek bent naar een nieuwe baan. En dan is het al helemaal handig als je niet de meest vanzelfsprekende keuze bent. Bijvoorbeeld omdat je niet de perfecte match hebt met werkervaring of dat je meer junior of senior bent dan gevraagd wordt.

Netwerken net zo effectief
Netwerken is vooral effectief omdat het helpt het vertrouwen in jou te vergroten. Mensen kunnen een positief beeld bij je krijgen doordat je een sympathieke, bekwame indruk hebt gemaakt en ze weten wat je kunt. Mensen zullen na het gesprek het met jou aandurven. En dan bedoelen we in bijna alle gevallen, niet het direct aanbieden van een baan, maar het aandurven om jouw naam ergens te noemen en je door te verwijzen naar een kennis of een collega.

Onderzoeken en zaaien
Netwerken betekent dat je contacten legt en onderhoudt. Je zet contacten in om zaken voor elkaar te krijgen. In dit geval gaat het dus om de gesprekjes die je voert met mensen over hun werk. En daarin doe je twee dingen tegelijk:

Onderzoeken
Zaaien
Je onderzoekt. In kleine gesprekjes tijdens een seminar of in de trein. Of met mensen die je bewust benadert, omdat ze je meer informatie kunnen geven over een branche, een bedrijf of een functie. Vragen die je beantwoord wilt krijgen zijn bijvoorbeeld:

Hoe is het om te werken in de branche / het vak / de organisatie waarin je werkt? Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen?
Waar liggen mogelijkheden?
Wat voor mensen worden er gezocht, wanneer ben je een aantrekkelijke kandidaat voor de desbetreffende functie?
Hoe is het met de vraag en het aanbod in de markt?
Hoe kom ik er? Hoe lopen de wegen naar waar ik wil zijn, welke contacten moet ik daarvoor hebben en hoe maak ik mijzelf zichtbaar?
En bovendien: vaak kom je er al pratende achter dat er nog hele andere functies of werkgevers zijn, waar jij nog niet aan had gedacht. Praten over mogelijkheden leert je vaak ook nieuwe mogelijkheden te zien. Met wie zou ik ook nog kunnen praten?
Je zaait met jouw vragen, jouw enthousiasme en de kennis die je laat zien. Je laat een indruk achter. En daarmee plant je ook een zaadje. Als je dat zaadje af en toe water geeft (lees: contact onderhoudt), dan kan dat uitgroeien tot een kans.

Niet mensen vragen om een baan
Veel mensen hebben net als Eef schroom om contact te leggen als ze iets voor zichzelf willen. Maar stel jezelf eens de vraag: hoe zou jij reageren als iemand die je, bijvoorbeeld via via kent, je vraagt eens wat te vertellen over je werk? De meeste mensen vinden dat best leuk en nemen er graag even de tijd voor. Zo zit je een kwartier aan de telefoon of een uur aan de koffie. Je hoeft niet om een baan te vragen; je bent je aan het oriënteren op de richting die je wilt kiezen voor een stap in de toekomst. Daarmee verlaag je de drempel ook vooral voor jezelf.

Met die gedachte is Eef nu ook aan de slag gegaan en heeft zowel intern als extern wat afspraakjes gehad en heeft er ook nog een aantal staan. Leuke gesprekjes waren het. Eef is een drempel over.

Meer lezen over effectief netwerken? Lees dan ook mijn volgende column over effectief netwerken over twee weken.

Lees verder
 

Je wilt wat anders, maar hebt geen idee wat

08-06-2017

Verleid jezelf tot actie in 3 stappen

Het is niet dat je constant loopt te balen van je werk, maar het spannende is er wel een beetje af. Misschien ben je wat cynisch geworden, erger je je aan bepaalde zaken. Je hebt vast regelmatig gedacht: “Ik moet nu echt weg, ik ben hier gewoon klaar”., maar kwam het er nog niet van. Je kon wellicht niet bedenken wat je dan wél zou willen en waar begin je dan? Met dit eenvoudige stappenplannetje maak je de drempel lager om aan de slag te gaan. Gun jezelf je amateurisme op dit vlak. Ermee bezig zijn brengt je sowieso verder. Verleid jezelf tot actie in 3 stappen:

1) In de reflectiestand, neem eens een uurtje voor de volgende vragen:
• Wat zijn klussen waar ik blij van word?
• Wat mis ik nu vooral?
• In wat voor omgeving kom ik het beste tot mijn recht?
• Wat zou ik nog graag willen leren en/of doen?
• Voor wie ben ik interessant?
• Welke functies/bedrijven uit de vacaturesites spreken me (deels) aan en waarom?

En denk dan eens na over een globaal rijtje organisaties of functies die je zou willen onderzoeken. Zie dit rijtje uitsluitend als basis van je onderzoek, leg jezelf er niet op vast. In de loop van je onderzoek zullen je criteria steeds scherper worden.

2) Ga praten, met ex-collega’s, de buurman, met klanten, mensen uit je tweede lijn van LinkedIn. Niet om een baan te vinden, maar om te onderzoeken of bepaalde rollen/ branches (in de toekomst) iets voor je zijn. Zo maak je de gesprekjes ook licht en geef je je gesprekspartner niet het gevoel dat hij allerlei dingen voor je moet gaan doen.

3) Stel (imperfecte) zoekprofielen op: misschien wordt het wel iets heel anders, maar je houd jezelf bij de les door je te laten attenderen op vacatures. Bel ook eens om te onderzoeken of je een interessante kandidaat voor hen zou kunnen zijn, of om te onderzoeken of de functie voldoet aan jouw criteria.
Alles wat je doet voordat je echt, nú, weg wilt of moet, is meegenomen. Onder druk is er vaak niet meer de tijd om rustig met wat mensen te sparren. Bovendien gebeurt er nog iets belangrijks: terwijl je aan het exploreren bent, ben je automatisch ook aan het zaaien. Anderen weten dat je in de markt bent. Daarmee groeit de kans dat je via via aan een leuke nieuwe baan komt.

Lees verder
 

Met deze tips kom je van het ‘Impostersyndroom’ af

22-05-2017

Vervolgartikel

Het is een nachtmerriescenario, maar het kan in jouw beleving zomaar werkelijkheid worden. Dat op je werk ooit iemand opstaat en zegt “Je hebt helemaal niet het niveau voor deze baan. Je bent helemaal niet intelligent, creatief en doortastend genoeg.” En dat anderen op het werk dat beamen.

Het idee dat je overschat wordt en/of jezelf misschien wel erg overschat, maar dat je natuurlijk een keer door de mand moet vallen, dat is de kern van het Impostersyndroom. Maar liefst 70% van de mensen heeft er in min of meerdere mate last van. In het vorige artikel staat een test, waarmee je kunt toetsen in hoeverre jij behept bent met het Bedriegers- of Impostersyndroom. In dit, in NRC verschenen artikel, geef ik een aantal tips hoe je ervan af kunt komen.

1. Maak het niet kleiner, maar ook niet groter
Het Impostersyndroom is geen psychische ziekte, maar wel een hardnekkige combinatie van denken, voelen en handelen. Erken dat jij dit hebt, dat een aantal persoonlijkheidsfactoren, gecombineerd met ervaringen, met ‘opvoedingswaarheden’ waarschijnlijk voor de juiste vruchtbare grond voor dit denken hebben gezorgd. Bedenk ook dat dat voor een meerderheid van de mensen geldt.

2. Realiseer je dat je (consequent) een aantal denkfouten maakt
Het denken over jezelf voelt vaak heel natuurlijk aan, omdat je dat zo consequent doet dat er een snelweg in je brein ontstaan is. Je zult hard moeten trainen in anders denken om een nieuwe (gezonde) weg te creëren. Dat begint met het herkennen van ongezonde denkfouten zoals:
- Anderen mogen fouten maken, maar ik niet.
- Mijn prestaties zijn niets bijzonders; dat kan iedereen.
- Complimenten krijg ik omdat ‘ze’ er weinig zicht op hebben, iets van me nodig hebben, of het anders zielig voor me vinden.

3. Word slachtoffer-af
Zie jezelf niet als slachtoffer. Vergeef je ouders hun goedbedoelde zuinigheid aan complimenten of die ene baas die je klein hield. Als je het idee hebt dat bepaalde mensen veel invloed hebben gehad op jouw onzekerheid, probeer ze dan een brief te schrijven (die je niet hoeft te versturen), waarin je ze vergeeft. Juist daardoor krijg je zelf weer het heft in handen.

4. Ga moeilijke taken niet uit de weg, maar dwing jezelf tot oefenen
Meld je juist wél aan om die presentatie te geven, zorg dat je een vraag hebt bij de rondvraag en probeer jezelf uit in nieuwe rollen en taken Ervaar hoe het is om op je tenen te moeten lopen en wellicht zelfs kritiek te krijgen. Ervaar hoe je dit gewoon overleeft. Geef jezelf de credits voor je doorzettingsvermogen.

5. Bevraag jezelf telkens opnieuw bij je kritische zelfovertuigingen:
-Is het logisch wat ik hier denk? (Bijvoorbeeld dat ik dingen gelijk goed moet doen en dat voor mij strengere regels gelden dan voor anderen).
-Helpt het mij om zo te denken? (Bereik ik zo eerder mijn doelen?)
-Kan ik er ook anders over denken? En: wat kan ik denken opdat ik mij zekerder voel?

6. Denk gezonder en liefdevoller. Probeer een nieuwe gezonde gedachte te formuleren. Neem daarbij je beste vriend(in) of je geliefde broer/zus in gedachten; wat zou je willen dat hij of zij zou denken in plaats van deze gedachte? Mag die gedachte ook voor jou gelden

Bijvoorbeeld: ”Ik kan iets heel doms doen, maar dat maakt mij nog niet tot eedom mens. Ik ben nog steeds een mens met allerlei kwaliteiten. Maar net als iedereen maak ik soms de verkeerde beslissing. De volgende keer zal ik het anders doen.”

7. Voed jezelf met verse positieve input: maak notities over wat er goed ging, en waar je (een beetje) trots op bent. Doe dat consequent, eerst elke dag, na een maand elke week. Kijk ook eens terug op je leven met deze blik: waar ben je trots op? Wat heb jij gedaan opdat het goed ging? Wat zegt dat over jou?

8. Zorg voor een goede tekst om niet te stoppen met dit project. Een tekst die je op een aantal plaatsen bewaart, of zichtbaar ophangt. Iets in de geest van:
‘Ik denk vaak op een manier over mijzelf waarmee ik mijzelf geen recht doe en die maakt dat ik veel te veel pieker. Dat doe ik al jaren en dus ben ik daarin goed getraind. Het anders denken voelt onnatuurlijk, maar ik weet dat ik het kan. Ik wil een leuker leven, dus dat ga ik ook doen. Dat betekent ook dat ik het risico loop dat ik soms fouten maak, kritiek krijg. En hoewel ik dat lastig vind en misschien wel uit het lood geslagen zal zijn, weet ik ook dat ik het zal overleven. En dat ik juist door nieuwe spannende ervaringen op te doen, mijzelf help aan een positiever zelfbeeld en mijn potentieel veel beter kan benutten.’

Lees verder
 

Nog steeds niet door de mand gevallen?

09-05-2017

Test jezelf: behoor jij tot die 70% (ja echt!) die last heeft van het ‘Bedriegerssyndroom’?

Maar liefst 70% van de mensen denkt ooit een keer door te mand te gaan vallen. Betrapt te kunnen worden als een iemand met te weinig visie en niveau. Dat gevoel wordt ook wel het Bedriegerssyndroom (of Impostersyndroom) genoemd. Juist hoogopgeleide, succesvolle mannen en (vooral) vrouwen hebben er last van. Het zijn vaak harde werkers, vol ambitie, maar de successen die ze behalen en complimenten die ze krijgen, hebben weinig impact. Ze worden gebagatelliseerd (‘had iedereen gekund, hoor ”of “mijn bijdrage was echt niet zo groot.”). Kritiek wordt vrijwel altijd heel serieus genomen, ook als het afkomstig is van personen, die ze zelf niet zo hoog hebben zitten of die maar weinig kijk op hun functioneren hebben.

Je kunt er behoorlijk last van hebben, bij voorbeeld:

  • Je piekert veel over alle risico’s, waardoor je zelden echt ontspannen bent
  • Je werkt te hard, omdat je het te goed wil doen of wil compenseren voor je ondermaatse prestaties
    • Je trapt voortdurend op de rem, waardoor je vaak niet op je best bent en onder je niveau werkt

    Test jezelf: heb jij last van het bedriegerssyndroom?


    Beantwoord de volgende vragen met: nee, ja of soms wel/soms niet:

    1 Het kan soms lang duren voordat ik iets inlever, ik heb de neiging om zaken maar te blijven verbeteren.

    2 Ik ben soms verrast over de reactie van anderen, die veel positiever over mijn resultaten zijn dan ik.

    3 Ik denk weleens ”dat ik hier werk in deze functie, is een grote grap. Als ze weten wat ik echt kan, lachen ze zich krom”

    4 Ik voel mij in overleg vaak geremd omdat ik denk dat anderen het beter weten.

    5 Ik ben bang om een vraag te stellen omdat ik denk dat anderen het een domme vraag zullen vinden.

    6 Ik denk vaak dat ik vooral veel mazzel heb gehad als zaken lukken.

    7 Ik fantaseer weleens over een stap naar een heel eenvoudige functie, omdat ik denk

    dat ik daar beter tot mijn recht kom en minder stress ervaar.

    8 Ik heb de neiging mijn eigen werk en resultaten te bagatelliseren: “Het stelt allemaal niet zoveel voor”

    9 Kritiek komt eigenlijk altijd heel diep bij mij binnen.

    10 Ik vind dat ik eigenlijk altijd competent en in control moet zijn.

    11 Ik ben regelmatig teleurgesteld in mijzelf

    12 Ik ben na mijn werk vaak aan het piekeren over hoe ik zaken heb aangepakt

    13 Ik ben regelmatig boos op mijzelf, dat ik zaken over het hoofd gezien heb of gewoon stom heb aangepakt.

    14 Ik kijk vaak tegen anderen op.

    14 Ik voel mij vaak de junior, ook al ben ik best ervaren.

    15 Ik denk dat ik nog veel moet leren.

    16 Ik verzin soms smoezen om iets wat ik moeilijk vind uit de weg te gaan, terwijl ik eigenlijk wel weet dat ik het kan.

    17 Het kan soms lang duren voordat ik aan iets begin; ik heb het idee dat ik met betere ideeën moet komen en blijf zoeken.

    18 Ik zou beter moeten onderhandelen als het aankomt op mijn salaris, de inhoud van mijn werk of mijn doorgroeimogelijkheden.

    Uitslag:

    Minder dan 4 keer ja gescoord en ook niet meer dan 4 keer soms wel/soms niet: de kans dat je het bedriegerssysndroom hebt, is niet groot. Mooi, hoef je het artikel op 22 mei op onze website www.loopbaanonderhoudsgroep.nl over een niet-therapeutische aanpak van het Impostersyndroom niet te lezen.

    Voor iedereen die vaker dan 4 maal ja of soms wel/soms niet gescoord heeft: help jezelf en lees verder hoe je zelf stappen kunt zetten om van het Impostersyndroom af te komen.

Lees verder
 

In 10 stappen voor jezelf opkomen op een opgewekte manier

02-05-2017

Baal jij er al een tijd van dat je lager ingeschaald bent dan je collega, zie je hoe alle leuke klussen naar je collega gaan of word je af en toe hoorndol van de collega die je van je werk afhoudt? Veel mensen, waaronder vooral vrouwen, vinden het lastig om in gesprek te gaan over moeilijke onderwerpen op hun werk, omdat zij bang zijn dat ze gaan huilen. Ook mannen en vrouwen die niet huilen, stellen lastige gesprekken vaak uit.

Deze angst om te gaan huilen zorgt er ook vaak voor dat ze in een vicieuze cirkel terechtkomen. Omdat ze angstig zijn stellen ze het namelijk uit, waardoor de frustratie hoger op loopt en de kans dat ze gaan huilen alleen maar groter wordt.

Heb jij ook van die onderwerpen op het werk die je liever uit de weg gaat, omdat ze je raken?
Als je geen signalen afgeeft of sub assertief af en toe wat mompelt, is de kans groot dat de verhoudingen alleen maar schever gaan groeien. Dit resulteert in de situatie dat jouw collega of manager denkt dat jij het wel oké vindt en de problemen niet serieus neemt. Maar hoe kom je uit deze vicieuze cirkel? Ik geef tien realistische stappen hoe je dat aanpakt.

Kanaliseer je negatieve energie om tot een actie te komen. Sta daarom even stil bij de momenten van frustratie en verbeeld je hoe de situatie zich zal ontwikkelen als je niets doet.

Zie in dat niets doen is ingegeven vanuit je kortetermijnbelang en probeer beter en duurzamer voor jezelf te zorgen.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Jouw collega of manager heeft vaak ook vooroordelen bij jouw gedrag. Het is mogelijk dat diegene extra weerstand gaat bieden en diegene weet wellicht ook waar jouw gevoeligheden liggen. Diegene zal jou dus onder druk kunnen zetten, door bijvoorbeeld te zeggen ”Als jij het niet wil doen, dan vraag ik je collega wel, maar dan hoef je voortaan ook niet meer bij dit overleg te zijn.” Denk ook alvast na over de belangen van de ander en de drukmiddelen die gebruikt zouden kunnen worden.

Maak jezelf minder bang, denk ook eens na over de vraag waar je het meeste bang voor bent als het misgaat. Is dat bijvoorbeeld ruzie of ontslag? Misschien maak je jezelf wel veel banger dan nodig is. Ben je wel zo gemakkelijk te ontslaan? Denk bijvoorbeeld aan jouw goede beoordelingen en de vele dienstjaren.

Bouw consequent aan een realistisch en duurzaam zelfbeeld. Stel jezelf elke dag de vraag: wat ging er goed vandaag en wat zegt dat over mij? Dan valt je waarschijnlijk op dat je vaker de kritiek en missers hebt opgeslagen dan jouw behaalde successen.

Zie het als een spel: een beetje duwen en sjorren zoals jongetjes op de basisschool met elkaar doen rond hun eigen positie. Zonder teveel nadenken gewoon durven zeggen wat je wilt of voelt, zoals: “Nou, die baan (of klus) lijkt mij wel wat.” Dit doe je zonder dat je ervoor gevraagd wordt of zelfs als je weet dat jouw senior collega de baan ook graag wil. Of: “Nee hoor, daar heb ik geen zin in”, als het gaat om een nederig klusje dat voor jou niet of nauwelijks toegevoegde waarde heeft. Of als je baas op je aan het inpraten is om in iets mee te gaan wat jij niet wilt: “Joh, wat zeg je nou allemaal voor gekkigheid?” Zie het dus als een spel. De ander probeert wat en jij duwt terug vanuit jouw belang. Laat je dus niet intimideren.

Denk ook eens aan je maatjes op je werk. Misschien wil jij iets bereiken, maar heb je meer kans als je het samen doet. Ook kan je proberen ervoor te zorgen dat je de zegen hebt van een zwaargewicht in de organisatie.

Kruip niet in de slachtofferrol, zoals bijvoorbeeld: “Dat hij of zij nu zo tegen me doet, na alles wat ik altijd doe…” Gewoon doen of je neus bloedt en ondanks jullie aanvaring lekker kletsen over het weekend. Die ander heeft namelijk ook zijn eigen doelen, logisch natuurlijk.

Hanteer eens bewust een pokerface als je enge dingen doet, zoals aangeven dat je iets niet doet. Die fysieke ervaring maakt het dan ook minder gevoelig.

Als je het lastig vindt om voor jezelf op te komen, bedenk dan dat je er ook voor wordt betaald. Soms gaan dingen juist mis als mensen hun mening voor zich houden en hun collega’s of baas niet durven tegen te spreken. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de Titanic. We weten allemaal hoe erg dit mis ging.

Lees verder
 

Is het een ramp als jij ooit ontslagen zou worden?

21-04-2017

Ons gevoel en gedrag wordt vaak bepaald door overtuigingen waarvan we ons niet echt bewust zijn. Bijvoorbeeld de gedachte dat het een ramp zou zijn als je ontslagen zou worden. Je denkt dat het dan nooit meer goed zal komen, dat je dat kostte wat het kost moet voorkomen.

Deze gedachte zorgt ervoor dat je te voorzichtig wordt, dat je bang bent om de verkeerde dingen te doen en te zeggen. Het maakt je in het werk flets en minder assertief. Want spreek je maar eens onomwonden uit, als je tegelijkertijd wilt uitsluiten dat het tot een probleem of zelfs jouw ontslag leidt. Herken jij ook dat je jezelf te vaak afremt? Wat zeg jij eigenlijk tegen jezelf over het risico van een ontslag?

Hieronder een korte benadering van deze verstarrende angst met behulp van de RET-methodiek, omdat je op deze manier meer grip op je angsten kunt krijgen. De RET-methodiek staat voor rationeel emotieve therapie. Deze methodiek zorgt ervoor dat je niet onnodig op de rem staat, meer rust ervaart en anderen vaker mee kunt laten genieten van jouw kwaliteiten! Een voorbeeld om daarna zelf aan de slag te kunnen gaan:

Zicht op onbewuste overtuigingen
Toets jezelf eens met een RET abc’tje. Ga terug naar een moment waarop je in je werk iets anders aanpakte dan je wilde, een moment waarop je op de rem trapte. We noemen dat de A: de situatie.

Bijvoorbeeld:

“Er werd gevraagd wie het project wilde leiden tijdens ons afdelingsoverleg, een ervaring die ik op zich graag zou willen opdoen.”
Vraag jezelf daarna af wat je deed en voelde: de consequenties, de C dus. Bijvoorbeeld:

“Ik stak mijn vinger niet op en voelde me onrustig, een beetje angstig.”
De vraag die je daarna stelt is: wat dacht je toen je jezelf onzeker en een beetje angstig voelde?

“Ik wilde voorkomen dat mijn collega’s en zeker mijn baas, me arrogant vonden.”
Neem niet te snel genoegen met je eerste antwoord, want vaak zitten je onbewuste overtuigingen, die echt voor hartkloppingen kunnen zorgen, daar nog achter. Vraag dus door op simpele wijze: “En dan?”

“En dat ze dan zouden denken dat ik mijzelf overschat. En dat dat het begin van het einde zou kunnen zijn.”

“En dan?”

“Dat ik dan uiteindelijk ontslagen zou worden en op de bank thuis kom te zitten, mijn huis uit zou moeten, geen andere baan meer zou vinden.“

Het mooie van de RET-aanpak is dat je de vinger gemakkelijker op de zere plek kunt leggen. Natuurlijk weet je wel dat je niet zomaar ontslagen kunt worden, maar diep in je hart voelt dat risico toch best groot. Het is goed om je gedachten te toetsen op hun logica en realiteitszin door vragen als:

Komt het vaker voor dat mensen op basis van zoiets ontslagen worden? Loop ik extra risico omdat er van mij al een dossier is opgebouwd? Hoe groot schat ik de kans in dat ik werkelijk ontslagen word?

Het is ook goed om de zwarte bladzijde nu wel eens echt te bekijken, want het valt natuurlijk nooit uit te sluiten dat je wél ontslagen wordt. Stel jezelf dan ook de volgende vragen:

Hoe scoort deze ramp op mijn lijst van levensrampen? (Denk even aan je gezondheid, het welzijn van je familie, etc.)

Kun je je voorstellen dat je, ook als je nooit meer werk zou vinden, nog gelukkige momenten in je leven zult hebben? Hoe zouden die eruit zien?

Zou het mogelijk zijn dat je toch weer manieren zou kunnen vinden om weer een baan te vinden?

Waarschijnlijk ben je op deze manier in staat minder angst te hebben voor potentieel ontslag. Ikzelf heb ook al heel wat mensen meegemaakt die er zelfs allerlei voordelen van in gingen zien. Minder angst helpt je om meer jezelf en op je best te zijn en je uit te spreken als je iets wilt. Probeer jouw ABC eens uit te schrijven. Kom je er niet uit, mail me dan of kijk op de website van de Loopbaanonderhoudsgroep. Daar vind je meer tips om jezelf van de rem af te halen.

Lees verder